Regen, grachten, natte muren; De Nederlandstalige blues van Huub van der Lubbe

De popgroep De Dijk maakt Amerikaanse rhythm 'n' blues op basis van Nederlandstalige teksten van zanger Huub van der Lubbe. Deze teksten zijn nu gebundeld in het boek 'Melkboer met de blues'. Van der Lubbe gebruikt niet alleen Nederlandse woorden, maar ook Nederlandse beelden. “Een grote auto staat hier niet voor vrijheid maar voor gemier met de parkeerdienst.”

Huub van der Lubbe: Melkboer met de blues. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 220 blz. Prijs ƒ 24,90. De Dijk treedt op 15 en 16 dec. op in Paradiso, Amsterdam.

Hoe belangrijk zijn teksten in de popmuziek? Mijn eigen praktijk en daarom ook algemene theorie is dat ze er niet zoveel toe doen. Het gaat in de popmuziek om kreten, slogans, die de aandacht trekken; naar de rest luister je met een half oor of helemaal niet. 'Take Me To The River' van Al Green is een heel goede kreet - het geeft het vermoeden van iets bijbels en onheilspellends. Soms kan zo'n slogan nieuwsgierig maken en leiden tot verdere, nauwkeurige beluistering, maar vaak is de kreet die samen met de muziek een wereld suggereert voldoende. Soms is het nummer ook nauwelijks meer dan een kreet: Sam Cooke's 'You send me', voor de meeste Nederlanders bij het eerste gehoor nog altijd raadselachtige woorden, is zo'n liedje. En soms is een onverstaanbare kreet zelfs genoeg, zoals in veel nummers van James Brown.

“Ik denk dat het bij onze Nederlandstalige nummers niet veel anders gaat,” zegt Huub van der Lubbe (1953) als ik hem in een Amsterdams café de kretentheorie voorleg. “In eerste instantie moeten er in een liedje op cruciale punten een paar dingen zitten die mogelijk de aandacht trekken. Die cruciale punten zijn: de beginregel en de hookline, de slogan, die vaak de titel is. Als die pakkend zijn, dan is het reden voor de luisteraar om er bij de tweede keer horen nog een regeltje bij te pikken. En vervolgens steeds verder te gaan.”

Huub van der Lubbe is zanger en tekstschrijver van De Dijk, een van de populairste Nederlandse popgroepen die zingt in de eigen taal. 'Bloedend Hart' uit 1982 (met als beginregels: “ik doe niks en ik doe niks / ik hang alleen maar rond / ik kijk eens door de ramen / en krab wat aan mijn kont” en als hookline: “mijn niet te stelpen bloedend hart”) was een bescheiden hit en gaf de groep de eerste bekendheid. Daarna kreeg de groep steeds meer succes. Van de laatste cd, De blauwe schuit (1994), werden de meeste exemplaren verkocht: tot nu toe 110.000, goed voor de platina-status. Bovendien treedt De Dijk al sinds tijden een keer of 120 per jaar op in heel Nederland. Of het vijftal van De Dijk nu op de Dam in Amsterdam speelt voor tienduizenden mensen, of voor een paar honderd Friezen in een feesttent in Makkum, het ritueel is altijd hetzelfde: de aanwezigen zingen de teksten, en dan zeker niet alleen de beginregels en de hooklines, vol overgave mee.

Puriteinen

Huub van der Lubbe is dan ook niet tevreden met twee goede regels: “Ik vind dat een nummer van a tot z moet kloppen en een sluitend verhaal moet vormen. Wie de moeite neemt om zich erin te verdiepen, moet niet bedrogen uitkomen, of beter nog: hij moet blij verrast worden. Bovendien moet een nummer een gedachte bevatten die ik kwijt wil.”

Van der Lubbes liedteksten voor De Dijk zijn nu, samen met 30 andere teksten waaronder die voor Kinderen voor Kinderen, gebundeld in Melkboer met de blues. De titel geeft precies aan waar De Dijk voor staat: een combinatie van door en door Nederlandse teksten op Amerikaanse muziek, in dit geval rhythm 'n' blues. In de bijna vijftien jaar van haar bestaan is de groep opmerkelijk trouw gebleven aan deze van oorsprong zwarte muzieksoort. Modes als house en grunge zijn volledig aan De Dijk voorbijgegaan en nog steeds kent de groep de sinds Booker T and The MG's, het huisorkest van het Amerikaanse Stax/Volt-label uit de jaren zestig, klassieke rhythm 'n' blues-bezetting van gitaar, toetsen, bas en drums, al dan niet aangevuld met blazers. Volgens puriteinen kan een blanke nooit echte rhythm 'n' blues zingen, en een blanke Europeaan al helemaal niet.

“Ja, ik weet het,” zegt Van der Lubbe enigszins vermoeid als ik hem dit standpunt voorleg. “Maar een ding is zeker: een zwarte zal ik nooit worden. Ik weet ook wel waar die muziek vandaan komt: uiteindelijk uit Afrika. En via het Zuiden van de Verenigde Staten heeft de blues zich over de hele wereld verspreid. Maar in Amerika was de bluesmuziek niets anders dan feestmuziek. De hele week moesten de zwarten hard werken en op zaterdagavond gingen ze naar een tent waar ze blues speelden, de enige plaats waar ze zichzelf konden zijn zonder al te veel bemoeienis van blanken.” Op de tegenwerping dat zulke treurige muziek als de blues toch moeilijk feestmuziek kan worden genoemd, antwoordt Van der Lubbe: “Er speelt nog een ander mechanisme mee en dat is dat het kennelijk heel bevrijdend is om over ellende te horen zingen. De bluesmannen zongen dat hun geld op was, dat ze geen werk hadden en dat ze nu ook nog eens werden verlaten door hun vrouw. Het is prettig als iemand dat eens hardop zegt. Met ellende kun je een goede avond hebben. Dat werkt louterend. Dat is volgens mij de blues. Je kent het in alle culturen. Joodse moppen zijn in wezen niets anders en ook bij ons is het zo. Strikt genomen hebben wij een uiterst somber repertoire, Melkboer met de blues is geen vrolijk boekje. Maar aan het publiek bij een optreden is niets sombers. Dat heeft een feestelijke avond en gaat gelouterd naar huis. Ze kunnen er weer een week tegen - dat klinkt misschien pathetisch, maar het is wel zo.”

Vrolijk zijn de onderwerpen van de nummers van De Dijk inderdaad vaak niet. Eenzaamheid, angst, twijfel, het leven in de grote stad, en liefde, vooral mislukte liefde - dat zijn de dingen waarover De Dijk zingt, klassieke bluesondewerpen dus. Daar gebruikt Van der Lubbe altijd zeer directe bewoordingen voor. Herhaaldelijk voelt de zanger zich als een drol en woorden als hunkeren, tranen, liefde en dood mijdt hij niet. 'juffrouw juffrouw / nog maar een pils / en een paar kwartjes / want de jukebox staat stil / wat wil u horen? / het maakt mij niet uit / de stilte maakt eenzaam / de jukebox geluid / iedere knop die ik druk / gaat over ongeluk', zo luiden de eerste zinnen van Jukeboxblues. “In de wisselwerking tussen band en publiek moet de tekst direct zijn. Voor indirectheid is het medium te snel. Popmuziek is geen boek waarmee je in alle rust ergens gaat zitten. Je moet de luisteraar op een of andere manier het gevoel geven: hé, hij heeft het tegen mij.”

Elvis-nummers

Voor De Dijk is het daarom altijd vanzelfsprekend geweest dat de groep in het Nederlands zong. Van der Lubbe weet precies wat het verschil is tussen zingen in het Nederlands en in het Engels, want in de begindagen van De Dijk speelde hij ook wekelijks met de band Big Shot in het Amsterdamse etablissement De Stip en zong dan gloedvol prachtige Elvis-nummers. “Als een bandje in het Engels zingt, staat het publiek er zo'n beetje bij en luistert het wat. Maar als je in het Nederlands zingt, zie je ze meteen denken: worden wij verondersteld dit te verstaan? Meestal kan dat dan niet, omdat de geluidsinstallatie zo beroerd staat afgesteld, maar niettemin: je merkt ogenblikkelijk dat er beter wordt opgelet.”

Van der Lubbe wil niets weten van de klacht van sommige operazangers dat Nederlands een moeilijke zangtaal is. “Het is een kwestie van frasering,” zegt hij. “Als de klemtonen op de goede plaats zitten, is het geen probleem. Bij De Dijk is dit probleem opgelost doordat in de regel de tekst vooraf gaat aan de muziek. De muziek moet zich aanpassen aan het metrum, de cadans van de tekst.”

Van der Lubbe gebruikt niet alleen Nederlandse woorden, maar ook Nederlandse beelden. “Als je een Nederlandse zanger over Amerikaanse dingen hoort zingen, blijft het iets vreemds houden. Grote auto's, eindeloze highways, bergen en miljoenen sterren in de nacht zijn allemaal dingen die we hier niet kennen. Het heeft geen zin om Amerikaanse beelden te gebruiken. Een grote auto staat in Nederland niet voor vrijheid maar voor gemier met de parkeerdienst,” zegt Van der Lubbe. “De trein is een Amerikaans beeld waar je ook in Nederland wel goed mee uit de voeten kunt. Regen, grachten, natte muren, grijs weer - dat zijn natuurlijk dingen die iedereen in Nederland kent. Het regent dan ook heel wat af in de teksten van De Dijk.”

Anders dan The Scene, een andere Nederlandstalige band, is De Dijk in België nauwelijks populair. “Sommigen beweren dat de beelden in onze teksten te Nederlands zijn. Maar ook in België regent het wel eens. Misschien heeft het eerder te maken met een mentaliteitsverschil. De Belgische groepen die ik ken, klinken anders. Niet de muziek of het geluid is anders, maar de geest achter de muziek. De Belgen zijn surrealistischer, associatiever. Bij ons weet je steeds waar de teksten over gaan. Iedere regel is begrijpelijk. Maar bij de Belgen gaat het alle kanten op. Laatst hoorde ik een Nederlandstalig nummer van de Belgische groep Gorki. Ik moest er bijna om huilen, maar ik kan niet eens zeggen waar het over ging. Kennelijk hoef je niet specifiek te weten waar een nummer over gaat om het te snappen. Daar leer ik dan weer van.”