Politiechefs moeten leren samenwerken

Vijf politiechefs in Oost-Groningen moeten met elkaar in training. De verhoudingen raakten verstoord na de komst van een nieuwe korpschef uit de stad.

WINSCHOTEN, 8 DEC. In de stad Groningen heeft G. ten Have het als chef van het wijkteam Oost altijd “heel redelijk” gedaan. Maar zijn strakke manier van leidinggeven valt bij het korps in Oost-Groningen niet in goede aarde. “Ik had hem kunnen voorspellen dat hij problemen zou krijgen”, zegt J. Bos, noordelijk bestuurder van de Nederlandse Politiebond.

Cultuurverschil tussen de politie in de stad en op het platteland is volgens Bos de voornaamste oorzaak van problemen tussen 'unitchef' Ten Have en de vier groepschefs in Oost-Groningen. Hun baas, districtschef E. Dekker, maakte vorige week bekend dat zij aanstaande maandag en dinsdag met elkaar en een externe organisatie-adviseur in training moeten om de onderlinge problemen op te lossen. De 'trainer' zal beoordelen of de vijf in de toekomst nog als eenheid kunnen optreden. Valt het advies negatief uit, dan volgt overplaatsing. De betrokkenen zijn overeengekomen dat het advies bindend zal zijn.

Het gerommel bij de leiding kwam aan het licht toen de medezeggenschapscommissie middels een brandbrief aan de korpsleiding aan de bel trok. In de brief haalde de commissie de te hoge ziektecijfers uit het eerste half- jaar van 1995 aan. Vooral de psychische klachten waren gestegen, volgens de commissie als gevolg van de slechte werksfeer bij de basiseenheid Winschoten. In de brief werden snel maatregelen geëist “omdat anders personen onherroepelijk worden beschadigd”. Onder druk van de brandbrief besloot districtschef Dekker de training van de politiechefs enkele maanden te vervroegen.

G. ten Have is sinds de reorganisatie van de politie in april 1994 unitchef van de basiseenheid Winschoten. Volgens de Groningse burgemeester H. Ouwerkerk, tevens korpsbeheerder van de regiopolitie Groningen, is Ten Have “een uitstekende kerel” voor Winschoten. Hij deed het volgens hem in de stad Groningen prima. Maar in Oost-Groningen heerst een andere cultuur. Wat die cultuur precies inhoudt, weet hij niet. “Ze klappen in ieder geval wat sneller tegen elkaar aan.” De vorige districtschef, R. Koolwijk, volgens Ouwerkerk een “inhoudelijk uitstekend” politieman, moest ook na interne problemen het veld ruimen. Districtschef Dekker zei vorige week dat meespeelt dat de Oostgroninger “een wat negatief beeld van zichzelf heeft” en daardoor problemen wat groter maakt dan ze zijn.

Vakbondsbestuurder J. Bos omschrijft Ten Have als “een echte chef, iemand die graag de baas is”. Ten Haves strakke manier van leiding geven vertaalt zich volgens Bos in meer regeltjes voor agenten. “En politie-agenten houden er wel van regels op burgers toe te passen maar zijn er zelf helemaal niet dol op, zeker niet in Oost-Groningen”, zegt Bos, die beklemtoont geen schuldige te willen aanwijzen. Volgens burgemeester Ouwerkerk kijkt de leiding sinds de reorganisatie meer over de schouders van de agenten mee. “Dat zijn ze niet gewend.”

Betrokkenen denken dat andere problemen de onderlinge verhoudingen nog meer onder druk hebben gezet. Kort voor de reorganisatie werden de gemeentepolitie en de omliggende 'landgroepen' van de rijkspolitie samengevoegd, wat al een botsing van culturen betekende. Daarnaast kampt het politiebureau van Winschoten al jaren met ruimtegebrek en is er sprake van te hoge werkdruk, ontstaan doordat de Oostgroninger politie de laatste jaren 75 van de ruim 200 mensen heeft moeten inleveren.

De vijf chefs willen de onderlinge problemen zelf niet toelichten. “Ik denk dat wij als volwassen kerels rond de tafel gaan zitten en dat we er wel uitkomen”, is het enige wat groepschef K. Flikkema kwijt wil. Op een stakingsbijeenkomst in Groningen willen zes kaartende agenten uit Winschoten ook niet ingaan op de problemen. “We zitten hier met zijn zessen en dan weten ze snel wie er heeft gepraat. Daar kunnen we problemen mee krijgen”, zegt één. “Kijk, we zitten prima in ons vel”, grinnikt een ander.

    • Herman Staal