Pipilotti Rist

Galerie Akinci, Lijbaansgracht 317, Amsterdam, T/m 23 dec. Di t/m za 13-18u. Prijzen ƒ 750 tot ƒ 18.000.

Ze was dè blikvanger van de tentoonstelling Wild Walls, dit najaar in het Stedelijk Museum: de Zwitserse Pipilotti Rist. Haar videoprojectie over drie wanden had door de absorberende beelden veel weg van een videoclip, compleet met sireneachtig gezang. Deze maand heeft ze haar tweede expositie bij galerie Akinci in Amsterdam. Ook hier projecteert Rist drie video's, die worden ondersteund door een verlokkend synthetisch muziekje. De eindeloze herhaling van die paar tonen sorteert een enigszins bedwelmend effect.

Wie de verduisterde galerie binnenkomt, ziet eerst de projectie van een keurig geklede jongen en meisje die op een alpenweide met de hand boven hun ogen in de verte turen. Het meisje is met haar rode haar een brave Zwitserse Heidi. Het is wel nodig om te weten dat de bergbeklimmers bankemployees zijn. Daardoor wordt het geheel een ironische visie op het 'cleane' Zwitserland met zijn maagdelijke landschap en zwarte geld op de bank.

Voorkennis is minder nodig bij Blauer Leibesbrief, dat een op andere muur te zien is: de fish-eye camera glijdt over een vrouwenlichaam dat bezaaid is met edelstenen die verblindend psychedelisch glinsteren. Deze surreële sfeer (is de vrouw dood?) kenden we al uit het Stedelijk, net als het kabbelende water op de derde wand. Het is kunstig met de computer gemanipuleerd zodat het met een parelmoeren laag olie bedekt lijkt.

In de achterruimte zijn objecten van Rist te zien, en ook hier is het van belang dat eerder gemaakte videoprodukties en kunstwerken bekend zijn bij de kijker. Blutblume-Grossmut bijvoorbeeld is een installatie van een vrouwengezicht met gesloten oogleden. Als die via een verborgen mechaniekje worden geopend, zijn twee bloedrode ogen te zien. Het symbolisch geladen bloed dook al eerder op in Rists werk, onder meer in de vorm van een vrouwelijke vampier en als menstruatiebloed. Wie goed kijkt, ziet in de pupillen twee minuscule beeldschermpjes waarop (alweer) een kabbelend wateroppervlak te zien is.

Er tegenover heeft Rist een woonkamer op poppenhuisformaat nagebouwd, compleet met roodleren banken, kunst aan de muur en een mini-televisie die fungeert als videoschermpje. Daarop is een oog te zien dat ons aankijkt: een letterlijke uitbeelding van de tv als 'oog op de wereld', maar ook een spookachtige omkering van blikrichting. Toch komt de boodschap net zo popperig over als het formaat waarop hij wordt gebracht. Dit is mij allemaal wat tè schattig. Het liefst sta ik tussen Rists videoclips met hun pulserende ritme, waarbij je je niet afzijdig kunt houden en niet meteen aan het analyseren slaat maar haar beeldenstorm moet ondergaan.