Personeel van de ambassade was menselijk schild

JAKARTA, 8 DEC. Om vier gistermorgen klommen 55 jongeren, onder wie 24 Oost-Timorezen en 31 Indonesiërs, over het hek van de ambassade. De drie of vier leden van de Satpam, een particuliere bewakingsdienst, konden niet veel uitrichten. “Ze klommen op verschillende plaatsen tegelijk over het hek. We probeerden hen tegen te houden, maar ze waren met velen, enkelen hadden stokken bij zich en we waren bang”, aldus een bewaker. De groep installeerde zich in de tuin vóór de ambassade. Enkele ogenblikken later arriveerden tientallen politiemannen, die de poort afgrendelden en gesprekken tussen de betogers en alras toegestroomde verslaggevers onmogelijk maakten. De demonstranten ontrolden spandoeken waarop onder meer een volksraadpleging werd geëeist in Oost-Timor over aansluiting bij Indonesië.

Om vijf uur arriveerden de eerste diplomaten, die in gesprek gingen met de jongeren en hen omstreeks 10.00 uur overbrachten naar het terrein achter de ambassade, buiten het gezichtsveld van de pers. Op dat terrein, dat behoort tot Nederlands grondgebied, bevinden zich de tennisbaan en het zwembad van de ambassade. Intussen voerde de ambassadestaf onderhandelingen met de betogers en het Indonesische ministerie van buitenlandse zaken en werd verslag gedaan aan Den Haag.

Om ongeveer 11.00 uur stopte een bus van het type Patas (een Indonesische afkorting die zoveel betekent als 'snel en alleen zitplaatsen') met airconditioning in de buurt van het ambassadegebouw. Deze bussen kunnen alleen per dag worden gehuurd voor zo'n vierhonderd gulden. Er stapten ongeveer 70 Indonesische jongeren uit, onder wie slechts enkelen met de uiterlijke kenmerken van Oost-Indonesiërs (een donkere huidskleur en krullend haar). Omstreeks dezelfde tijd laadden soortgelijke bussen groepen jongeren uit voor de Russische ambassade, waar zich sinds 3.00 uur 's ochtends 58 demonstranten ophielden, en voor het parlementsgebouw, waar de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN, José Ayala Lasso, een onderhoud had met de vaste commissie voor politieke zaken.

De groep voor de poort van de Nederlandse ambassade zong aanvankelijk alleen Indonesische nationale liederen en zwaaide met spandoeken waarop leuzen stonden als 'Portugal, 's werelds grootste schender van de mensenrechten' en 'Oost-Timor is de 27ste provincie van Indonesië'. Geleidelijk drongen ze op naar het hek zonder dat de zeventig daar aanwezige politiemannen hun iets in de weg legden, wat zij eerder wel hadden gedaan met de pers. In de loop van de middag werden de tegenbetogers steeds agressiever. Enkelen klommen op het wachthuisje naast de poort, opnieuw zonder dat de politie optrad, en dreigden naar binnen te gaan als de bezetters niet naar buiten kwamen. Een enkeling waagde zich op het terrein, maar trok zich op aandrang van het ambassadepersoneel terug. Dit patroon herhaalde zich enkele malen, waarbij steeds meer betogers over het hek klommen, die zich steeds verder in de tuin waagden, maar na tussenkomst van diplomaten zich weer terugtrokken.

Intussen deed de ambassadestaf verschillende malen een dringend beroep op de aanwezige politiemannen om de tegenbetogers in bedwang te houden. Daarop werd schouderophalend gereageerd ( “We doen wat we kunnen”) maar men deed helemaal niets.

De spanning liep steeds verder op, de tegenbetogers raakten steeds meer geagiteerd en om 17.30 klommen zij, gewapend met stokken en ijzeren staven, massaal over het hek en rukten op naar het terrein achter de ambassade. De daar verblijvende 55 bezetters hadden het opdringen van de tegenbetogers angstig gadegeslagen en grepen bij de inval in kennelijke doodsangst naar stukken hout om zich te verweren.

Dat was niet nodig. Mannelijke leden van de ambassadestaf stelden zich op als een levend schild tussen de bezetters en de tegenbetogers. Ze maanden de 55 om zich in veiligheid te stellen in het gebouw, waarop hun belagers de ruiten aan de achterkant ingooiden en inramden op de diplomaten. Het kwam niet tot een handgemeen tussen beide groepen betogers, want de diplomaten vingen alle klappen op. Toen het tot de aanvallers doordrong dat zij wellicht verder waren gegaan dan hun instructies toelieten, verdwenen zij over het hek en bliezen de aftocht. Ongeveer op hetzelfde tijdstip verdwenen ook de tegenbetogers voor het Russische ambassadeterrein dat zij, ondanks felle dreigementen, niet hadden betreden. Vier Nederlandse diplomaten, onder wie ambassadeur Brouwer en eerste secretaris Wilfred Th. Mohr, moesten hun verwondingen laten behandelen in het ziekenhuis en bijna alle betrokken diplomaten vertoonden blauwe plekken.