Omschakeling op milieuvriendelijke energie doet consument geen pijn; Waterstof kan rol olie en gas overnemen

DEN BOSCH, 8 DEC. Waterstof kan er voor zorgen dat duurzame energiebronnen als wind, zon, waterkracht en biomassa (hout en afval) samen de rol van olie en aardgas volledig overnemen als die voorraden opraken. Waterstof wordt het peper en zout in de toekomstige energievoorziening, het kan een revolutie worden voor de hele economie.

Dat blijkt uit een studie van dr.ir. A.H.M. Kipperman van NOVEM, de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu. In het technologisch concept dat hij heeft bedacht, zal de omschakeling naar een duurzame en milieuvriendelijke energievoorziening de verbruiker nauwelijks pijn doen.

De leidingnetten voor transport van elektriciteit, gas en vloeibare brandstoffen blijven gewoon functioneren, of in de woorden van Kipperman: “Onze infrastructuur wordt niet op zijn kop gezet.” Huishoudelijke- en industriële apparatuur hoeft niet te worden omgebouwd, branders, ketels en turbines functioneren gewoon door. Auto's blijven rijden op benzine en dieselolie, vliegtuigen blijven vliegen op kerosine. Oliemaatschappijen gaan gewoon door met het maken van vloeibare brandstoffen en de verkoop door tankstations langs de wegen. Alleen worden ze uit heel andere grondstoffen gemaakt, die duurzaam zijn en milieuvriendelijk. Grootschalig gebruik van biomassa veroorzaakt geen extra uitstoot van het broeikasgas CO(kooldioxyde). Dezelfde COdie eerst door de planten en bomen via hun bladeren is opgenomen, wordt weer aan de natuur teruggegeven.

Terwijl de boeren gisteren met hun massale actie rondom de Brabantse hoofdstad de burgers en de Haagse politiek 'een poepie lieten ruiken', zoals een van de tractorchauffeurs het omschreef, presenteerde Kipperman zijn ei van Columbus tijdens een studiedag van NOVEM in de Bossche Brabanthallen. Als Nederlands vertegenwoordiger voor de ontwikkeling van duurzame energiebronnen bij het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs heeft Kipperman een “goede respons” gekregen uit veel lidstaten. Ook de Amerikanen, die zeer gevoelig zijn voor het veilig stellen van de energievoorziening op lange termijn omdat ze 50 procent van hun olie moeten importeren, “erkennen dat we deze kant op moeten”, zegt hij. Voor een land als Japan, dat alleen maar kernenergie als eigen energiebron heeft, is de waterstofeconomie nog belangrijker.

Waterstof, een onuitputtelijke energiedrager die met behulp van aardgas of door elektrolyse uit water kan worden bereid, wordt al lang en volop gebruikt in raffinaderijen, bij het scheiden van oliefracties. Ook zijn er proeven gedaan om deze gasvormige energiebron rechtstreeks als brandstof te gebruiken. Maar waterstof is een lastig gas, legt Kipperman uit. “Het is moeilijk te comprimeren, je kunt het maar kort opslaan en je zou alle branders moeten gaan omvormen om het direct te gebruiken. Dat is helemaal niet nodig. in de combinatie die ik voorstel. Met behulp van waterstof wordt biomassa verwerkt (hydrogeneren) tot brandstoffen die net zo handig zijn als het aardgas en de benzine die we nu kennen. Je kunt er methaangas van maken voor huishoudelijk en industrieel gebruik, dat lijkt veel op aardgas, en dezelfde motorbrandstoffen die nu uit de raffinaderijen komen. Maar ook ethanol en etheen, als grondstoffen voor de chemische industrie.”

Olie- en aardgasvoorraden in de wereld zullen in de komende decennia zo sterk verminderen dat duurzame energiebronnen concurrerend worden. Ook Shell heeft daar begin dit jaar in een nieuw energie-scenario op gewezen. Met de kolenvoorraden zou de wereld, op basis van het huidige verbruik, nog een eeuw vooruit kunnen. Maar de noodzaak om een duurzame maatschappij te ontwikkelen, waarin de milieuvervuiling, klimaatverandering en uitputting van grondstoffen wordt uitgebannen, noopt tot heel nieuwe energiescenario's.

“We zullen zo snel mogelijk moeten omschakelen van fossiele naar duurzame energiebronnen”, zegt ir. Kipperman. “Je zou bijvoorbeeld kunnen beginnen met al het afval in plaats van het energievretende verbranden, met behulp van waterstof om te zetten in brandstoffen. Dan doe je alvast ervaring op. Elke keer als zich een technische mogelijkheid voordoet, kun je een stap verder gaan met die omschakeling.”

Zodra bijvoorbeeld de zonne- en windenergie en waterkracht (de zogenoemde stromingsbronnen die onuitputtelijk zijn) een behoorlijke bijdrage aan de elektriciteitsvoorziening leveren, wil Kipperman die “groene stroom” gebruiken voor de bereiding van waterstof. “Het is zonde dat daarvoor in de raffinaderijen nu aardgas wordt gebruikt. Als je dat vermindert, neemt ook de CO-uitstoot (kooldioxyde) af en daarmee wordt het broeikasaffect minder.”

Kipperman verwacht dat de combinatie van stromingsbronnen, biomassa en waterstof “op den duur zoveel energieproduktie oplevert dat we daarmee de hele wereldbehoefte kunnen dekken”. Op langere termijn zou bij consequente toepassing ook de bijdrage van kernenergie niet meer nodig zijn, en in de tussentijd pleit hij voor “zo min mogelijk kernenergie, want we hebben nog steeds geen echte oplossing voor het afval, waarmee je eeuwen blijft zitten”.

Overal in de wereld waar biomassa in voldoende mate aanwezig is, kan volgens de NOVEM-ingenieur het systeem van verwerking met waterstof worden opgezet. In ontwikkelingslanden kan daarmee snel een kleinschalige lokale energievoorziening worden geregeld. Met de brandstof kan een kleine elektriciteitscentrale woren gevoed. “De kleinste maat van zo'n waterstofinstallatie zou zo'n 1000 mensen, een klein dorp dus, van voldoende energie kunnen voorzien.

“Maar je kunt het ook veel grootschaliger opzetten: de elektriciteit die een groot oppervlak van zonnecellen in de woestijnen van Noord-Afrika produceert, transporteer je naar de kust. Daar staat een waterstof-fabriek en daar wordt de biomassa aangevoerd en verwerkt tot brandstoffen. Wij moeten hier in het Westen de beste, milieuvriendelijkste technologie ontwikkelen en die overal ter wereld beschikbaar maken. Nederlandse bedrijven kunnen daaraan een grote bijdrage leveren.”