OESO: Japan moet economie snel hervormen

AMSTERDAM/TOKIO, 8 DEC. Japan moet vaart zetten achter het slechten van de bureaucratische hinderpalen om de Japanse markt opener, toegankelijker en efficiënter te maken. Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar jaarlijkse rapport over de Japanse economie.

De motor van de Japanse economie komt maar langzaam op gang, ondanks de renteverlaging en het stimuleringspakket waarmee de regering-Murayama dit najaar voor de dag kwam. De OESO verwacht een opleving dankzij de verlaging van het disconto van 1 tot 0,5 procent in september en als gevolg van de stimuleringsmaatregelen waarmee 14,2 biljoen yen (224 miljard gulden) gemoeid is.

De groei zal dit jaar uitkomen op een zeer magere 0,3 procent om volgend jaar door te stoten tot 1,8 procent, zo voorspelt de OESO. De werkloosheid zal voor Japanse begrippen echter nog omvangrijk blijven, en oplopen van 3,2 procent dit jaar tot 3,4 procent in 1996. Het fragiele herstel kan echter gemakkelijk onderuit worden gehaald als de yen weer in waarde stijgt, waardoor de Japanse export duurder wordt. Volgens de OESO-economen is het “cruciaal” dat de rente laag blijft om de binnenlandse vraag op peil te houden.

De regering in Tokio is niet blij met de groeivoorspellingen van de OESO, waarin het effect van het stimuleringspakket onderschat zou worden. “De voorspellingen zijn te pessimistisch. Ik hoop dat de OESO deze bijstelt in het volgende maand te verschijnen economische rapport”, zegt een ambtenaar bij het Economic Planning Agency (EPA), het economisch bureau van de regering.

Het Japanse bedrijfsleven was in november minder pessimistisch dan voorheen over de vooruitzichten. Dit blijkt uit een vandaag gepubliceerde kwartaalstudie van de centrale bank, de 'tankan', die doorgaans nauwkeurig wordt nageplozen op aanwijzingen over monetaire trends en macro-economische gegevens.

Om te voorkomen dat het voorzichtige economische herstel in de kiem wordt gesmoord, is de OESO een pleitbezorger van verdere deregulering. Vooral het Japanse distributiesysteem zou verder moeten worden opengegooid. De leverantie van fabriek naar winkel loopt over vele schijven. De produktiviteit is daardoor 30 procent lager dan het OESO-gemiddelde. De prijzen van fabrieksprodukten zijn ook relatief hoog.

Japan boekt wel vordering met de versoepeling van zijn regels. Zo duurt het verkrijgen van een winkelvergunning tegenwoordig hooguit een jaar. Bestaande winkels hebben ook minder mogelijkheden om nieuwkomers te dwarsbomen. Verder heeft het prijsbewuste gedrag van de Japanse consument de opkomst van goedkope supermarkten aangewakkerd.

Volgens de OESO zal deze ontwikkeling leiden tot een snellere daling van de kosten van het distributiesysteem, met 1 procent per jaar. Daardoor zal het consumenteninkomen, uitgesmeerd over een periode van vijf jaar, 50 miljard dollar (80,5 miljard gulden) of 0,75 procent van het bbp stijgen. De regering zou in het kader van de deregulering de verkoop van tabakswaren moeten versoepelen. Deregulering maakt ook het vliegen en telefoneren goedkoper. (ANP, Reuter)