Luchtschip

Rupert-Frederik was een schoolkind

Nauwelijks negen jaren oud;

Maar toevallig wel een schoolkind

Dat een luchtschip had gebouwd.

Ja, een luchtschip: niet een vliegtuig

Want een vliegtuig gaat te vlug

In één etmaal naar Djakarta

En in één etmaal weer terug.

Nee, een vliegtuig is te haastig

En het gaat ook veel te hoog;

Niets herinnert in de wolken

Aan de aarde en haar volken.

Met een luchtschip is dat anders:

Het drijft maar voort gelijk een zucht

En van de wereld daar beneden

Zie je nog het kleinst gehucht.

Koeien met hun lieve snoeten

Ja, zelfs kinderen met sproeten;

Je kunt die koeien horen loeien

En dames die hun rozen snoeien

In oude tuinen in de verte

De merels geven er concerten.

Je voelt direct dat alles goed is

Ook op zee, waar eb en vloed is.

Zo zeilt het schip door zon en regen

Getimmerd door een kind van negen;

Op het dek staan houten banken

Ook aan Rupert-Frederik te danken.

We kijken samen door de ramen

En geven alles nieuwe namen

Maar zelfs dat gaat nog te vlug

Want de tijd keert nooit terug.