Knoedels en gezang van pygmeeën in het BIMhuis

Concerten: Imaginary Roots met AM4 uit Wenen en het Mao Tse Toung Noise Project uit Parijs. Gehoord: 7/12 BIMhuis, Amsterdam. Wordt 8/12 vervolgd met Spoon uit Keulen en Jean-Bernard le Flic uit Genève en op 9/12 Roots of Communication uit Zürich en Saxdance uit Kopenhagen.

Als ergens de Europese gedachte niet leeft, dan is dat in kringen van jazzliefhebbers, zo bleek gisteren in het BIMhuis. Zeven Europese podia die allemaal een groep afvaardigen om zich aan de andere zes te presenteren, het lijkt geen slecht plan, maar het potientiële BIMhuis-publiek dacht daar blijkbaar anders over. 'Imaginary Roots', wat kan men zich bij zo'n titel ook voorstellen?

Bij 'jazz uit Oostenrijk' stelde men zich misschien juist wel iets heel concreets voor: gründlich bereide 'Nudelswing' of iets nog ergers. In de praktijk bleek AM4, de afvaardiging uit Wenen, over voldoende talent te beschikken om niet te hoeven leunen op lokale folklore. Blazer Wolfgang Puschnig heeft een goede toon en dictie, vocaliste Linda Sharrock een groot bereik, een eigen kleur en een heleboel lef. Dat het trio met Uli Scherer op piano toch niet geheel overtuigde, kwam doordat de musici de hele wereld in hun muziek probeerden te betrekken.

In 'Over the Rainbow' klinken natuurgeluiden, in 'Like a River' wordt er pygmeeënzang bijgehaald. Dat Puschnig behalve de altsax en de altfluit ook de hojak bespeelt, een naargeestige variant van de doedelzak, maakt de trip nog verwarrender. Dit mag dan wel muziek uit Oostenrijk zijn, maar op het genre past alleen het label 'wereldnatuurjazz', een vakje dat de platenhandel nog niet kent.

Voor het door de Parijse club Instant Chavires afgevaardigde Mao Tse Toung Noise Project geldt hetzelfde probleem: waar moet je dat clubje in godsnaam plaatsen? Vocalist Dom Farkas - mooie bewegingen, tot ontspannen handstandjes toe - verhaalt van 'La Guerre Révolutionnaire de Chine' maar draagt ook de oude smartlap 'As Time goes by' voor, en schiet daarbij soepel door een paar octaven. Gitarist Noël Akchoté refereert, loeihard spelend, met even groot gemak aan de Bo Diddley-beat als aan 'Street Hassle' van Lou Reed of de allerhevigst denkbare metal. Voor drummer Erick Borelva lijken er helemaal geen regels te gelden, als elke klap geen daalder waard is dan toch zeker een dubbeltje. Moet het dan maar 'free rock & poetry' heten, of is er iemand met een beter idee? Voor zanger Dom Farkas is het geen probleem: Als het concert al afgelopen is en de laatste bezoekers zich naar de uitgang begeven, kondigt hij ongevraagd een toegift aan; “'La Guerre Révolutionnaire' dat u inmiddels wel uit uw hoofd kent, we speelden het een half uur geleden nog.” Aan de Europese jazz wordt dus krachtig gewerkt maar hoe zit met de Europese humor, is daar al een commissie voor in het leven geroepen?