Katholiek bang voor overmacht protestant

'Protestanten! weest nu wakker, want gedenkt een Jan de Bakker!' Met deze leuze gingen protestanten in april 1853 de straat op om te protesteren tegen het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in ons land. Nu zijn het de katholieken die wakker moeten worden, anders worden zij - weliswaar op kleine schaal - het slachtoffer van de protestantse overheersing binnen het liturgisch team van de r.k. Dominicuskerk in Amsterdam. Dat is althans de vrees onder een aantal gemeenteleden van de Dominicus. Het liturgisch team bestaat uit zes mensen die geen van allen gewijd zijn en die een verschillende religieuze achtergrond hebben, variërend van gereformeerd (2) en hervormd (1) tot eigentijds katholiek (2). Geen probleem, althans niet tot voor kort. Maar sinds priester Jan Nieuwenhuis (71, Dominicaan) heeft aangekondigd zijn activiteiten op een lager pitje te zetten, is er wel een probleem. Wie moet zijn plaats binnen het team innemen: iemand die, net als Nieuwenhuis, gewijd is of hoeft dat niet per se?

De meningen zijn verdeeld, blijkt uit ingezonden stukken die onder de kop 'Ongerustheid' dit najaar in de Dominicuskrant zijn verschenen. Zo vindt gemeentelid J. Spruijt dat het “veel te veel” gevraagd is om er bij ernstige ziekte of overlijden een priester bij te roepen. “Ik denk dat een dominee of een pastoraal werk(st)er een zieke net zo goed en vaak beter kan bijstaan dan een priester. Ziekenzalving, daarvoor hoeft toch geen priester aanwezig te zijn. Na zoveel jaren Dominicus toch wel een zeer bekrompen idee.” Het lid J. Kuin denkt daar heel anders over: wanneer hij op zijn sterfbed ligt, wil hij absoluut de sacramenten der zieken ontvangen. “Ik denk dat menig andersgeaard kerkganger zal zeggen 'ben je dan nog niet van dat RK-gevoel af?' Het antwoord is nee, daar wil ik ook nooit van af.” Ook een ander vindt dat de katholieken, “zo opgegroeid in een traditie”, niet het slachtoffer mogen worden.

Halverwege de jaren zestig werd de Dominicuskerk een broedplaats voor experimenten en bood deze kerk onderdak aan mensen die zich om verschillende redenen niet meer in hun eigen kerk thuis voelden. De diensten waren niet plechtstatig, maatschappelijk engagement stond hoog aangeschreven. Nog steeds zitten op zondag zeker vijfhonderd mensen in de Dominicus. De nu opgelaaide discussie laat evenwel zien dat niet voor iedereen de overstap naar de Dominicus ook heeft betekend om rooms-katholieke gebruiken zoals de ziekenzalving door een priester gedag te zeggen. Misschien hebben veel kerkgangers dat wel gedacht in hun vernieuwingsdrift, maar de hang naar traditie laat zich niet gemakkelijk ondersneeuwen. Die komt op gezette momenten naar boven - ook bij moderne Dominicusgangers, evenals bij volstrekt afgedwaalde gereformeerden of bij niet-religieuze joden.

Afgelopen zondag bogen 150 gemeenteleden zich over de vraag wie de plaats van Jan Nieuwenhuis in het team zou moeten opvullen. Men kwam er vooralsnog niet uit. Een Dominicaan bereid vinden zal niet gemakkelijk zijn: hem zal eerder worden verzocht naar een parochie te gaan waar men helemaal verstoken is van pastorale zorg. Voor de gereformeerde theologe en lid van het liturgisch team, drs. J. Delver, is het ook niet absoluut nodig dat opnieuw een priester wordt gezocht, als het maar een theoloog is en bij voorkeur van rooms-katholieken huize. Spruijt vraagt zich in de Dominicuskrant af of het team überhaupt moet worden aangevuld: “Hebben wij niet een schitterende samenstelling?” Een vertegenwoordiger van de Acht Mei Beweging, een volgelinge van Sint Franciscus, iemand van de KRO: “Een stevige ploeg vanuit de RK-traditie. Wat wil je eigenlijk nog meer.”

Een gewijde rooms-katholieke evenknie voor de gereformeerde predikante, zullen voorstanders van een evenwichtige samenstelling van het liturgisch team zeggen. “Als ooit het team alleen uit de protestantse confessie zou gaan bestaan ben ik weg”, waarschuwt J. Kuin. Tegen 1517 (kerkhervorming) of voor 1853 (herstel bisschoppelijke hiëarchie) - de kerkgangers in de Dominicus krijgen het nog moeilijk.