Houden van vergeelde foto's

Walter Kempowski: Weltschmerz. Uitg. Albrecht Knaus, 151 blz. ƒ 45,90

Zangerig, teer en weemoedig klinken ze, de Kinderszenen van Robert Schumann: met zijn pianominiaturen roept Schumann herinneringen op aan een jeugd die onherroepelijk voorbij is. Walter Kempowski, zelf een enthousiast amateur-pianist, liet zich bij het schrijven van zijn boek Weltschmerz door de Kinderszenen inspireren. Ook Weltschmerz bestaat uit miniaturen die zangerig, teer en weemoedig klinken. En wat er herdacht wordt, is het leven van een jongen in een kneuterig Noordduits plaatsje.

Trotse vakwerkhuizen sieren de hoofdstraat, overal heerst bedrijvigheid. In deze modelstad gaat het kind vaak uit wandelen. Minutenlang kijkt het bij de mensen naar binnen, bij de wasvrouwen in hun souterrain bijvoorbeeld die traag en zwijgend lakens vouwen. De kleine Sigmund houdt ervan de tijd te zien verstrijken, net zoals hij dol is op vergeelde foto's van gestorven familieleden. Eigenlijk lijkt hij sprekend op de grijsaard die in het boek één keer in beeld komt. Die man ís Sigmund, ook al spreekt hij in de derde persoon over het kind.

Sigmund, de bejaarde, ruimt alvast zijn bezittingen op, voordat de dood hem komt halen. Allerlei spullen die allang vergaan zijn doemen daarbij voor zijn geestesoog op. In cursief gedrukte hoofdstukjes brengt de 67-jarige Kempowski een ode aan het speelgoed uit zijn kinderjaren: de stoommachine, het hengelspel, de clowntjes van geblutst, dofglanzend blik. Die voorwerpen beschrijft hij bijzonder nauwkeurig, alsof hij zichzelf ervan wil overtuigen dat de wereld waarin hij vroeger leefde een reële wereld was. Alsof hij diep in zijn hart twijfelt aan de geborgenheid die van het speelgoed uitging en van het knusse biedermeier-interieur.

Kempowski wil niet moraliseren. Hij laat alleen op een subtiele manier zien welke barsten er in dat op vlijt, orde, netheid en blinde gehoorzaamheid gefundeerde burgermansleventje kwamen. De dodelijk vermoeide colonne soldaten die op een dag door de hoofdstraat trekt, de geestelijk gestoorde oom die opeens is verdwenen: steeds gebeurt er iets dat het kind bang maakt, hoe hard zijn ouders ook proberen te doen alsof er niets aan de hand is. Niemand heeft het over de oorlogsdreiging of over de concentratiekampen - en juist door die angstvallige normaliteit nestelen de verschrikkingen zich in de dingen van alledag.

Liefdevol zijn Kempowski's autobiografisch getinte beschrijvingen van een burgerlijke jeugd in de jaren dertig nog steeds, maar de ironie uit romans als Tadellöser & Wolff en Uns geht's ja noch gold heeft plaatsgemaakt voor een ernstiger toon.