Hij doet het voor ons; Waarom iedereen zich altijd met James Bond kan identificeren

“U weet, net als ik, dat er jaarlijks honderden, misschien wel duizenden konijnenkeutels op de markt komen vermomd als boek, speelfilm, avondvullend drama, toneelstuk of hoorspel. Wat u ook van James Bond vindt, James Bond is geen konijnenkeutel.” Gisteren ging de James Bond-film GoldenEye in première.

De wet van James Bond is eenvoudig, maar ijzersterk. Waar James Bond is, daar is gevaar. Waar gevaar is, daar zijn mooie vrouwen en waar mooie vrouwen zijn daar zijn ook mooie auto's. Een literatuurprofessor - ik ben zijn naam vergeten - heeft eens beweerd dat in ieder van ons een Don Quichotte zou wonen, een Hamlet, een Koning Lear. Ik vind dat een merkwaardige uitspraak, zeker voor een professor. Ik kan hier ook wel beweren, 'in ieder van ons woont een Mercedes-Benz'. Maar mijn uitspraak is net zo onbewijsbaar als de zijne.

Ik denk dat de professor bedoelde dat het voor de meeste mensen niet moeilijk is zich te identificeren met Hamlet of Don Quichotte of James Bond. Dat is toch heel iets anders dan dat Koning Lear als een soort goedaardig plantje in onze buik zou wonen.

Sommigen vinden het onkies dat mensen zich identificeren met romanhelden. De ware lezer identificeert zich niet met de held van het verhaal, wie zich wil identificeren gaat maar naar James Bond. Zeggen zij.

Volgens mij is het juist het kenmerk van een verhaal dat het mogelijkheden biedt tot identificatie en van een lezer of kijker dat hij die mogelijkheden in meer of mindere mate aangrijpt. Beweren dat dat banaal zou zijn is net zoiets als beweren, 'een mens die ademt is een banaal mens'.

Een verhaal dat geen mogelijkheden biedt tot identificatie is geen verhaal. Het kan van alles zijn, een roereitje, een konijnenkeutel, een stoplicht, maar geen verhaal. Dat er misschien mensen zijn die zich met roereitjes identificeren laat ik even buiten beschouwing. Ik herinner me nu dat ik een roerei moest spelen toen ik auditie deed voor de toneelschool, maar ook dit terzijde.

Er zijn natuurlijk nog wel meer dingen waaraan een verhaal moet voldoen wil het een verhaal zijn, maar daarvoor kunt u bij Aristoteles terecht. Dit alles lijkt voor de hand liggend, maar is het niet. U weet, net als ik, dat er jaarlijks honderden, misschien wel duizenden konijnenkeutels op de markt komen vermomd als boek, speelfilm, avondvullend drama, toneelstuk of hoorspel. Dit is een probleem en ik zou dit probleem 'de vermomde konijnenkeutel' willen noemen.

Ik heb mijn vermoedens waarom deze vermomde konijnenkeutels worden uitgebracht, maar daarover zwijg ik liever. Ik weet wel dat de filmproducenten en uitgevers er verstandig aan zouden doen bij de aftiteling of op de laatste bladzijde te vermelden, 'gefopt, dit was weer een konijnenkeutel'.

Wat u ook van James Bond vindt, James Bond is geen konijnenkeutel. Maar ik ben nog niet klaar met identificatie. De vraag, 'waarom heb ik mijn buurman niet vermoord en mijn buurmeisje niet verkracht?' is niet makkelijk te beantwoorden. God weet dat, u ook.

Buurmeisje

Dostojevski dacht dat u alleen maar in God hoefde te geloven en dat dan de rest vanzelf kwam. Ik denk dat niet. Ik denk dat het vooral komt, omdat u zich op cruciale momenten kon identificeren met uw buurman en buurmeisje. Die identificatie kwam volgens mij niet tot stand dankzij het goed verzorgde gebit van uw buurman of de ontluikende borstjes van uw buurmeisje. Gebitten en borstjes dragen in het algemeen maar heel weinig bij tot identificatie, wat ze u ook vertellen op televisie, voor en na het journaal. En tijdens het journaal. Die identificatie met uw buurman en buurmeisje kwam vooral tot stand dankzij een verhaal. Wie het ook verteld mag hebben en wat voor soort verhaal het ook is. Zoals identificatie altijd vooral tot stand komt dankzij een verhaal. Het is een verhaal, hoe krakkemikkig het ook verteld moge zijn, dat mensen hun anonimiteit ontneemt. Het is dus een verhaal dat mensen tot mens maakt, veel meer dan borstjes of gebitten.

Met sommige mensen is het heel moeilijk je te identificeren. Bijvoorbeeld met een aan aids lijdende bedelaar in zijn laatste stadium, of een Servische verkrachter die ook nog eens mismaakt is. Hoe moeilijker die identificatie is, hoe meer verhaal er nodig is. James Bond heeft heel weinig verhaal nodig. Maar het verhaal van die aan aids lijdende bedelaar moet wel geramd zitten voor hij van ons een dubbeltje krijgt. Sommige mensen worden als mens geboren, zoals James Bond.

Anderen worden iets minder als mens geboren en hun enige mogelijkheid te bewijzen dat zij bij de mensen horen, zijn uiteindelijk verhalen. Misschien helpt geld ook wel wat. Nu begrijpt u ook waarom de opvatting dat een ware lezer of filmkijker zich niet identificeert niet alleen een ontzettend domme is, maar ook een barbaarse. Een idee door barbaren voor barbaren, net als de gedachte dat literatuur (of films) toch vooral kunstmatig moeten zijn. Maar wij kennen nu de naam van het probleem, de vermomde konijnenkeutel. Meer valt er ook niet over te zeggen.

James Bond zegt altijd wel dat hij handelt in naam van Hare Majesteit, of dat hij gedreven wordt door beroepstrots. Maar zijn ware bestaansrecht ligt er vooral in dat u zich met hem moet kunnen identificeren. James Bond, of het nou Roger Moore is of Pierce Brosnan, hij bestaat, zodat u kunt denken, ik ben ook een beetje James Bond. Hij is er voor u. Ik weet ook wel dat Albert Heijn en Frits Bolkestein hetzelfde zeggen, maar in dit geval vertrouw ik James Bond een beetje meer dan Bolkestein en Heijn.

Anders dan sommigen in de literatuurindustrie vinden de bazen van de filmindustrie het helemaal niet erg dat hele volksstammen zich identificeren met James Bond. Integendeel, het is juist de bedoeling. De filmindustrie is dan ook een volwaardige industrie, net als de tulpenbollenindustrie of de sexy-ondergoedindustrie. De literatuur is ook een industrie, maar omdat ze weigeren over zichzelf na te denken als industrie is de literatuurindustrie een beetje gaan lijken op een achtergebleven steenkolenmijn waar de allerergste kneusjes het gruis mogen weghakken. Over een paar jaar zullen de mensen zeggen, als je echt helemaal nergens meer terecht kan, kun je nog altijd in de literatuur gaan of in de politiek.

Cowboylaarzen

Toen ik nog op school zat, en ook vlak daarna, zeiden veel vrouwen dat ze niets belangrijker vonden dan humor als het om mannen ging. Gezien de discrepantie tussen hun woorden en hun daden heb ik dat altijd tamelijk ongeloofwaardig gevonden. De laatste tijd spreek ik steeds meer vrouwen die mij eerlijk vertellen dat als het om mannen gaat ze niets mooier vinden dan cowboylaarzen, kettinkjes, een toefje borsthaar, eventueel afgemaakt met een kleine tatouage. Sommigen komen er zelfs eerlijk voor uit dat ze van een man verwachten dat hij in staat is een erectie te produceren die groter is dan de gemiddelde geo-driehoek.

We hoeven onszelf niets wijs te maken. Humor is voor de lelijke man wat haarstukjes zijn voor de kale man. Laat niemand mij in de mond leggen dat humor en haarstukjes hetzelfde zijn, maar humor wordt vaak als haarstukje gebruikt. Dat wel.

James Bond gebruikt humor niet als haarstukje. Zoveel humor heeft hij nou ook weer niet, maar precies genoeg. Hij heeft ook geen cowboylaarzen nodig of kettinkjes. James Bond heeft genoeg aan zichzelf, en zonder dat het met zoveel woorden wordt gezegd, weet iedereen dat hij in staat is een erectie te produceren die groter is dan de gemiddelde geo-driehoek.

In de gedaante van Pierce Brosnan is James Bond terug. Mooier, charmanter en vrouwonvriendelijker dan ooit. In ieder geval, dat zegt zijn opdrachtgeefster 'M' (voor het eerst een vrouw) in de film GoldenEye. Om er meteen daarna op te laten volgen, 'kom levend terug James Bond'. En dan kunnen wij, anders dan 'M' opgelucht adem halen, want James Bond zou James Bond niet zijn als hij niet levend terugkwam. De mooiste one-liners komen dit keer ook uit de mond van 'M'. Tegen een collega van Bond zegt ze, 'als ik sarcasme nodig heb, luister ik wel naar mijn kinderen'.

De makers van James Bond gaan uit van het idee dat we er ons nog niet helemaal bij hebben neergelegd dat we James Bond niet zijn. Daar gaat trouwens bijna iedereen vanuit die films of boeken maakt. Dat we ons nog niet helemaal hebben neergelegd bij het feit dat we X niet zijn. Iemand die zich volledig verzoend heeft met zijn eigen leven heeft geen boeken of films meer nodig, en al helemaal geen James Bond. Iemand die zich volledig verzoend heeft, heeft alleen nog de dood nodig. 007 is alles wat wij willen zijn en meer dan dat. Hij heeft niet alleen het juiste geloof, de juiste huidskleur, de juiste kleren, het juiste beroep, de juiste spieren, de juiste wenkbrauwen, de juiste ogen, de juiste tanden, de juiste potentie, de juiste humor, de juiste intelligentie, de juiste motoriek, de juiste vrouwen, de juiste neus, de juiste tandestokers, het juiste karakter, de juiste nationaliteit, de juiste versiertrucjes, de juiste afweermiddelen tegen ziektes en dood, de juiste sokken, maar hij is ook nog eens zonder afkomst. Geen broers, zussen, ooms, tantes, ouders, ex-vrouwen, kinderen of andere familieleden die gegijzeld kunnen worden, die hem het leven zuur kunnen maken, die hij op moet zoeken in het ziekenhuis. James Bond komt van nergens en gaat nergens, behalve van opdracht naar opdracht. En dat alles voor ons.

Gasmeterman

Zijn enige tragiek is dat hij niet tragisch is. Vlak nadat ik GoldenEye zag, zag ik in een kleine bioscoop de film De gasmeterman van de (nog) onbekende Italiaanse regisseur Stefano Incerti. Ik vind de tragiek van de gasmeterman vele malen interessanter dan die van James Bond, maar zo een keer in de twee jaar vind ik 007 een weldadig uitje.

Hij heeft het nog nooit gezegd, maar ik denk dat Bond het ooit nog zal zeggen, tegen de vrouw die in zijn armen ligt aan het eind van de film. Met al zijn gevoel voor understatement heeft 007 namelijk toch nog behoorlijk last van pathos af en toe. Tegen dat meisje zal hij zeggen, 'ik ben de eenzaamheid die over de wereld jaagt'.

En dat meisje zal zeggen, 'houd toch op met zo over de wereld te jagen. Ik heb een mooi huis in Nice, kom bij me wonen. Ik ben huwbaar, voor wie jaag je toch zo over de wereld?'

'Voor jou', zal Bond zeggen en haar lang kussen.

Maar wij, in de zaal, weten wat hij bedoelt als hij zegt, 'voor jou'.

Het verhaal is, als in iedere James Bond-film, ook in GoldenEye een detail. Omdat het stramien zo perfect in elkaar zit. 007, de missie, de goeie mooie vrouw, de slechte mooie vrouw, de tegenstander, Hare Majesteit en een paar prachtige locaties.

Wat GoldenEye betreft wil ik alleen de onvergetelijke scène noemen waarin James Bond gezeten in een tank half St. Petersburg vernielt en nadat hij dat gedaan heeft even zijn das rechttrekt.

Dan herinneren wij ook het moment kort daarvoor toen de baas van de geheime dienst tegen hem heeft gezegd, 'je hebt een licentie om te doden Bond, geen licentie om verkeersovertredingen te begaan'.

Dat dit de enige geloofwaardige zin in de hele film is doet er in de wereld van James Bond volstrekt niet toe.

Ik kon het Koningin Wilhelmina tegen Soldaat van Oranje horen zeggen, 'u heeft een licentie om te doden, geen licentie om verkeersovertredingen te begaan'.

Maar in Nederland hebben we al lang geen spionnen meer, hooguit rechercheurs van de sociale dienst.

Juist daarom hebben we James Bond zo hard nodig.

Voor de prijs van een bioscoopkaartje kunt u zich ook even 007 wanen. Zelfs al heeft u een haarstukje.