Het lezen en maken van ABC-boeken; Wat doe je met de X?

ABC-boeken worden al eeuwen gebruikt om kinderen te leren lezen. Zeldzame en mooie exemplaren zijn nu te zien op tentoonstellingen in Den Haag en Rotterdam. Wim Hofman, schepper van een aantal ABC's, bekeek ze en bespreekt de moeilijkheden van het genre. “Er zijn zo'n 26 hobbels te nemen.”

Tentoonstellingen: Wie A zegt. Het alfabed opgeschud. ABC-boeken en originele illustraties uit ABC-boeken vanaf de negentiende eeuw tot heden. Letterkundig Museum, Prinses Irenepad 10, Den Haag. T/m 8 mrt 1996. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. In het ABC bekwaam. De geschiedenis van het ABC op school. Nationaal Schoolmuseum, Nieuwe Markt 1a, Rotterdam. T/m 7 jan. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u. Wie A zegt. Bibliofiele ABC-boeken uit de 19de en 20ste eeuw. Museum van het Boek, Prinsessegracht 30, Den Haag. 15 dec. t/m 20 febr. Ma t/m za 13-17u. Publikatie: A is een Aapje. Over ABC-boeken. Red. Jaap van der Linden, Anne de Vries en Dick Welsink. Uitg. Querido, 157 blz. Prijs ƒ 35,-.

Op de wereld zijn nu zo'n 65 alfabetten in gebruik. Een van de langste moet het alfabet uit Cambodja zijn. Het bestaat uit 72 letters. Op het eiland Bougainville (Papoea Nieuw-Guinea) heeft men er een met elf letters. Het Russische alfabet heeft 41 letters, het Armeense 38, het Perzische 32, het Latijnse 25, het Griekse 24, het Turkse 29, het Franse alfabet 23, het Hebreeuwse 22. Net als het Duitse en het Engelse alfabet heeft het Nederlandse 26 letters. Je kunt er heel wat mee doen. Volgens William Walsh (1892) kun je de letters van het alfabet 620.448.401.733.239.439.369.000 maal transponeren. Het is niet aannemelijk dat iemand dat gaat doen, al is het werken met letters nog zo leuk en leerzaam.

De letter O heeft misschien wel de langste geschiedenis. De letter begon, zoals veel letters, als pictogram, niet als een open mond die de o-klank maakt, zoals ik vroeger dacht, maar als een oog in zijn kas. Sommige oude alfabetten kennen zelfs een punt als pupil in het midden van de O.

De oude Feniciërs gelden als degenen die voor het eerst (omstreeks 900 voor onze jaartelling) gesproken klanken wisten om te zetten in lettertekens. Hun letters komen voor op de beroemde Moabitische steen, een zwaar stuk zwart basalt waarin een tekst gehakt is over een veldslag van koning Moab. De steen werd in 1868 ontdekt en wetenschappers wilden haar meenemen om wetenschappelijke redenen. De Arabieren beschouwden de steen als een vruchtbaarheidssymbool en hakten het ding nog liever in stukken dan het af te geven. Gelukkig had men al afdrukken van de tekst gemaakt. Later is men erin geslaagd de stukken basalt bij de Arabieren weg te halen. De steen staat nu gerestaureerd in het Louvre. Op de steen is, tussen allerlei verdwenen en niet meer zo bekende tekens, de letter O terug te vinden.

Beroemd is de in één haal gemaakte, overtuigende en volmaakte O van Giotto. O is overigens ook een achternaam. In het telefoonboek van Rotterdam komt O voor. Volgens het telefoonboek moeten er in Brussel zeker twaalf mensen zijn die O heten.

De tekening van Olivia Ettema in het onlangs verschenen ABC van Willem Wilmink is dubbelzinnig. Wilmink maakte bij elke letter een rijmend vers. Wilmink rijmt graag. Zijn O is de O van Opa.

Het vers gaat als volgt:

Mijn opa wist nog woord voor woord

wat hij als jongen had gehoord

aan spreuken, sprookjes, raadseltaal.

Opa was een en al verhaal.

Voor boeken was er toen geen geld

daarom werd alles doorverteld.

De tekening legt de nadruk op de mond van de opa, maar men kan natuurlijk ook de bebrilde ogen als O's zien. Boven de opa zweven in grijs een hoofdletter O en een kleine letter o, alsof het kringetjes rook zijn die opa al vertellend heeft uitgeblazen. In het vers is het woord Opa iets vetter gedrukt, dat is voor de minst slimmen onder ons. Het is een leuk en leerzaam ABC-boek, voortkomend uit een lange traditie. Zoals vele anderen heeft Wilmink moeite met de Q en de X.

Toch zijn de Q en de X in oorsprong leuke letters waarmee wel iets te doen zou zijn. Zo moet de oorsprong van de Q het pictogram van een aap zijn en het is verleidelijk om het krulletje aan de onderkant te zien als een rudimentair apestaartje (hetgeen onjuist is).

Het gebruik van de X is in scholen en daarbuiten enorm toegenomen sinds men in brede kringen weet dat de X staat voor kus. Dit idee is niet zo vreemd als men nagaat dat de X er in oorsprong uitzag als twee gestileerde monden die elkaar raakten. De X is ook het teken van vermenigvuldiging. Voor schrijvers van ABC-boeken is de X echter meestal een letter van niks, al kwam men wel tot vernuftige oplossingen, waarbij de illustratie van groot belang was. Op een oude prent zien we een man met armen en benen wijd. Het onderschrift luidt: 'Die man maakt stappen groot en fiks, zijn gang eruit ziet als een X.'

Ook de Q blijkt steeds een moeilijke letter te zijn. Dikwijls liet men hem gemakshalve maar weg. In ABC-boeken vind je verder de Q van Quibus, Quakrijger (= kwakreiger), Quirinus (die zuurtjes uitdeelt), Quaertiermeester, Quade Stier, Quinine.

Hoe men in verschillende ABC-boeken met de Q is omgesprongen kan men nagaan in het Letterkundig Museum in Den Haag. Daar is vanaf 8 december de tentoonstelling Wie A zegt. Het Alfabed opgeschud te zien. Tentoongesteld zijn (vooral Nederlandse) ABC-boeken en originele illustraties uit ABC-boeken. Begonnen wordt met een boek dat in november is verschenen (het bovengenoemde ABC van Wilmink) en dan gaat men terug in de tijd tot het begin van de negentiende eeuw, al bestonden er al veel eerder ABC-boeken.

Verschillende zeldzame boeken worden geëxposeerd met daarnaast werk van Nederlandse illustratoren als Joost Roelofz, Janneke Derwig, Georgien Overwater, Alfons van Heusden, Diet Huber en Jan Jutte. Vanzelfsprekend is er ook aandacht voor de verschillende versies van A is een Aapje van Rie Cramer. Er zijn proefdrukken van haar tekeningen te zien naast de modernere illustraties van Max Velthuis uit 1964. Bijzonder en zelden aan het licht komen de originele illustraties uit het begin van deze eeuw voor Groen groen grasje van Nelly Bodenheim. Geëxposeerd zijn ook pentekeningen van Nicolaas Beets voor zijn nooit afgemaakte Geïllustreerd alfabeth.

De tentoonstelling geeft een inzicht in de ontwikkeling van het ABC-boek, vooral buiten schoolverband, en laat zien hoe schrijvers en tekenaars het didactische en vermakelijke proberen te koppelen, een element dat in veel boeken voor kinderen terug te vinden is. Het is alsof men soms streeft naar een boek waarbij het onderscheid tussen leuk en leerzaam niet meer bestaat. Bij een ABC-boek blijft de spanning echter vanzelfsprekend aanwezig en dat is waarschijnlijk ook het boeiende en dikwijls ook het curieuze en kromme eraan.

Er zijn politieke (Vaderlandsche en Nederlandsche) ABC-boeken gemaakt, ambachten-, bloemen- en namen-ABC's (met bij de A de aanvallige Antje en bij de moeilijke Y: Yskoude Ysbrand). En vanzelfsprekend de dierenalfabetten. Om allerlei duistere redenen voelen kinderen zich blijkbaar bij dieren thuis. En niet alleen bij aapjes. In de tentoonstelling heeft men, om wat orde te brengen in de reeksen dieren-ABC's gekozen voor de letter K (van kind?) koe, kuiken, kasuaris, kip, kwartel, kangoeroe, koejake en krokodil.

En men heeft speciaal plaats ingeruimd voor de ongemakkelijke Q.

Dat men in het Letterkundig Museum rekening houdt met kinderen is, sinds er een kinderboekenafdeling is ingericht, vanzelfsprekend. De ABC-boekententoonstelling sluit trouwens wel aan bij wat daar te zien is. Zo hangt daar het letterschilderij van de vormgeefster Renee Koldewijn waarbij de letter T als theetafel dienst doet en het poëtische werk van Joke van Leeuwen waarop de eerste letter van het alfabet aan de nachtelijke hemel verschijnt.

Met deze ode aan de letter ben ik het roerend eens. Ik was drie toen mijn moeder me op een heldere en warme nazomeravond mee naar buiten nam. De hemel stond vol lichtjes (het was september 1944). Mijn moeder trok me zachtjes aan de haren op mijn achterhoofd en wees naar een lichtje dat door de lucht bewoog. “Kijk,” zei mijn moeder, “dat is een V-2.”

De W en de H kende ik ook al. Ze stonden op de nummerborden van de grijze Duitse voertuigen en ik ergerde mij eraan, omdat ze mijn initialen droegen. Pas veel later kwam ik erachter dat de letters stonden voor Wehrmacht Heer. Steeds als ik een film over de Tweede Wereldoorlog zou zien, stoorde ik me aan de WH op het nummerbord van de Duitse auto's. Na de bevrijding legde mijn broer van rode hulstbesjes een grote V in het zand. “De V van Vrede,” zei hij, wat pathetisch. Buurvrouw veegde de besjes weg met haar heksenbezem. Daar waren wij verontwaardigd over.

W leerde ik heel erg goed kennen: ik raakte ooit een paar van mijn melktanden kwijt op een tamelijk hard melkchocoladelettertje (de W natuurlijk). Spelenderwijs leer je de letters het beste.

Letters lezen en daardoor leren en er wijzer van worden is een idee dat al lang bestaat. Wij kennen chocoladeletters, boterletters, hartjes met behartigenswaardige teksten erop, lettervermicelli...

Van de oude Tartaren wordt verteld dat zij al boeken verslonden om zich zo de wijsheid die ze bevatten eigen te maken.

De heilige Margaretha Alacoque, de heilige kloosterzuster die de verering voor het Heilig Hart een geweldige stoot heeft gegeven, dronk niet alleen afwaswater, maar zette aanroepingen en schietgebedjes op briefjes die ze vervolgens in flesjes wijwater oploste. Zij dronk dan als het ware deze vrome teksten op die een zeer heilzame werking op haar hadden.

Mooi is het verhaal van Gillis Zoetekoek. Het is te vinden in het leuke 'Nieuwen Aegenaemen en Nuttigen St. Nicolaes Almanach, voor het Jaer Ons Heere Jesu-Christi 1798. Dienende voor Presentjes der Kinderen, en voor de opgroeyende Jeugd van beyde geslachten'. De vader van Gillis was bakker. Hij kneedde en bakte voor zijn zoon letters van koek. Door deze te eten werd Gillis geletterd en zo welvarend dat hij later zelfs in een koets kon gaan rijden!

Het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam heeft een tentoonstelling ingericht over ABC-boeken in het onderwijs en binnenkort komt het Museum van het Boek in Den Haag met een keur aan bibliofiele ABC-boeken; samen met de expositie in het Letterkundig Museum wordt zo een soort 'drieluik' gevormd waardoor een mooi overzicht wordt geboden van het ABC-boek in Nederland.

Bij deze drie tentoonstellingen is het boek A is een aapje gemaakt. Het boek bestaat uit zeven mooi geïllustreerde opstellen, waarin de geschiedenis van het ABC-boek beschreven wordt door specialisten als Arie van den Berg, P.J. Buijnsters en Anne de Vries. Het boek begint bij het leren lezen op school. Lezen was daar al gauw een van de vaardigheden die men onder de knie moest zien te krijgen en men begon daarbij met het aanleren van het alfabet. Op scholen gebruikte men heel vroeger een soort leesplankjes met een handvat, waardoor ze wat op tafeltennisbatjes leken. Op de plankjes werd een papier met de te leren letters geplakt, daaroverheen zat een dun, doorzichtig plaatje hoorn. Vandaar dat men die leermiddelen ook wel aanduidt met het Engelse woord 'hornbooks' (het Nederlands heeft voor dat woord geen equivalent).

Nut bewezen ook de zogenaamde hanenboeken. Het waren boeken die op een vel papier waren gedrukt en, eenmaal gevouwen, zestien bladzijden bevatten. Erin stond meestal het alfabet (in verschillende lettertypen) en een aantal gebeden zoals het Onze Vader, alsook de twaalf artikelen van het geloof. Ook ontbrak niet het plaatje met de wakkere haan die als voorbeeld aan de kinderen werd gesteld.

Het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam is in het bezit van een vernuftig leestoestel. Het is een houten bord dat je aan een paar spijkers voor de klas op kunt hangen. Erin bevindt zich een cirkel met letters en lettergrepen. Door aan de cirkel te draaien en tegelijk een lijst met lettergrepen te verschuiven vormen zich allerlei woorden, zelfs, nieuwe, onbestaande!

Een heuse en vroege tekstverwerker!

Het toestel is omstreeks 1800 gemaakt, ontworpen door J.I.I. Nieuwold. Het was een van de eerste klassikale leermiddelen in Nederland.

Lang bleven de kinderen in de scholen klassikaal het ABC opzeggen. De leesmethoden wijzigden zich echter op basis van nieuwe inzichten. De spelmethode werd in de scholen opgevolgd door de klankmethode (waarbij de letters niet meer aangeduid werden met hun volle naam (Aa-Bee-Cee), maar meer zoals je ze uitsprak).

Later kreeg je weer de globaalmethode en moesten de kinderen leren lezen met hele woorden, omdat, zo was de redenering, kinderen ook leren praten met hele woorden en het liefst met twee woorden. Langzaam is men er in het onderwijs achtergekomen dat elke kind verschillend is en dat men daarom naar uiteenlopende manieren moet zoeken. Het zou me niet verbazen dat er in deze tijd van schrijfmachines en tekstverwerkers heel wat kinderen zijn die eerst de letters (en andere tekentjes) leren, niet alleen om snel alleen een beperkt aantal schreefloze woorden te kunnen lezen, maar vooral ook om zelf teksten te kunnen maken.

Het valt namelijk op dat de ABC-boeken vooral gezien werden als middelen om kinderen te leren lezen en niet zozeer om te leren schrijven.

Waarschijnlijker werd het in het onderwijs belangrijker geacht teksten van anderen te consumeren dan zelf te verzinnen.

Inmiddels zijn ABC-boeken vooral voor het vermaak. Of zoals Bregje Boonstra het in A is een aapje zegt: 'Achter het ABC schemert niet langer de school.' Zij noemt het ABC-boek ook 'het speelterrein voor illustratoren.'

Dat kan wel zijn.

Een geslaagd ABC-boek zal dan wel speels en vrij aandoen, maar voor de maker gelden strikte regels en de traditie weegt zwaar. Er zijn zo'n 26 hobbels te nemen. Je weet dat je te maken krijgt met de excentrieke X, de twijfelachtige Y, de curieuze C en de Q, de querulant. Achter je kijken alle Yakken uit de geschiedenis naar wat je aan het doen bent. Je hebt weet van het ABC van Cruickshank met zijn Q van Quadrille, je denkt aan Rie Cramer met haar Q van Quirinus die zijn zuurtjes uitdeelt, aan Charlotte met het chocola. Nog moeilijker maak je het jezelf als je kiest voor rijmen, al weet je dat dat leuk werk kan zijn.

Neem nu de O in een ABC van Edward Lear met zijn typische anticlimaxen

O

O was an orange

So yellow and round

When it fell off the tree It fell to the ground.

O!

Down to the ground!

Bij het nadenken over wat je met de X gaat doen (een kus?, een Romeins cijfer?, de plaats van voor een schat?, een stille onbekende?) zoek je steun bij het Moral Alphabet van Hilaire Belloc uit 1899:

No reasonable Child expects

A Grown-up Man to make a rhyme on X.

Zo'n vers kan ertoe leiden dat je afziet van rijm of het zoeken naar een fatsoenlijk en geschikt woord met X en dat je kiest voor het tekenen van een verkeersbord dat je waarschuwt voor een gevaarlijk kruispunt.

Om je op een andere manier te beperken kun je, wat ook veel gedaan wordt, kiezen voor een thema. Zo kun je goedmoeds beginnen met het alfabetiseren van aardrijkskundige namen: Ameland, Beveland, Cleveland, Duiveland... maar dan blijk je bij Cleveland eigenlijk al vast te lopen.

Prettig is het als je voor elkaar krijgt dat een paar dingen samenvallen. Bijvoorbeeld als de vorm van de letter en het genoemde voorwerp samenvallen. Bijvoorbeeld als een veiligheidsspeld ook op de letter V lijkt.

Eigenlijk is het maken van een ABC-boek een oud spel dat blijkbaar nog steeds door verschillende schrijvers en tekenaars met verdeeld genoegen gespeeld wordt. De regels moet je even kennen en om te beginnen natuurlijk de wonderlijke rij van 26 letters waar je zoveel mee kan doen. Nu ja, je moet niet overdrijven, want de X is niks en de Q blijft klote.