Herrie rond Heerma

DRIEËNDERTIG LEDEN VAN de Tweede Kamerfractie van het CDA dragen sinds gisteravond stuk voor stuk een zeer zware verantwoordelijkheid met zich mee. Slechts één van hen hoeft zich maar in de anonimiteit kritisch uit te laten over het functioneren van fractievoorzitter Heerma en het CDA zit zonder leider. Dit is het directe gevolg van de extra vergadering die de CDA-fractie gisteren heeft gehouden. Heerma heeft tijdens die bijeenkomst volgens eigen zeggen een streep getrokken. Hij heeft geëist dat er een einde komt aan de fluistercampagne rond zijn persoon. Zoniet, dan is hij vertrokken.

Heerma heeft gedaan wat hij moest doen. Een leider van een partij kan niet functioneren als er tegelijkertijd van binnenuit constant twijfel over hem wordt gezaaid. Dat is in feite al vanaf zijn aantreden, vorig jaar augustus, het geval. Het vraagteken zit in zekere zin aan hem vastgekleefd.

Na het gedwongen vertrek van fractievoorzitter Brinkman was Heerma niet de gedoodverfde kandidaat. Het probleem voor het CDA was juist dat dè gedoodverfde kandidaat er niet was. Heerma werd het, en aan hem was vervolgens de taak het CDA om te vormen van een bestuurderspartij tot een oppositiepartij. Dat dit een moeilijk proces is, werd deze week weer eens bewezen. Het door Heerma geëntameerde debat naar aanleiding van de uitlatingen van vice-premier Dijkstal over artikel 23 van de grondwet, sloeg volledig op het CDA zelf terug. Niet het ongelukkige optreden van Dijkstal stond centraal, maar de onderwijspolitiek van het CDA.

DE VRAAG IS of dit fractievoorzitter Heerma volledig valt aan te rekenen. Als nieuwkomer in de oppositie blijft het CDA nu eenmaal de last van het zeer rijke bestuursverleden met zich meedragen. Daar hebben de regeringsfracties ook deze week bij het 'artikel 23-debat' weer handig gebruik van gemaakt. Een politiek scherper opererender persoon zou zich wellicht minder snel in de verdedigende hoek hebben laten drukken dan Heerma. Maar zo lang die zich nog niet heeft aangediend - de alternatieven zijn overigens beperkt - blijken dit soort bespiegelingen een hoog theoretisch gehalte houden.

Heerma heeft gisteren een daad willen stellen. Hoewel hij er niet uitdrukkelijk om heeft gevraagd, kwam de extra fractievergadering wel neer op het uitspreken van het vertrouwensvotum. Impliciet is dat ook verstrekt. Niemand van de fractieleden heeft het aangedurfd de positie van de fractieleider aan de orde te stellen. Voor Heerma is dat een niet onbelangrijk gegeven. Hij kan verder. Totdat er vanuit de fractie toch weer wordt geroepen. Heerma heeft dan ook slechts ogenschijnlijk het gezag hersteld. Aan zijn persoon hangt sinds gisteren een voor iedereen zichtbare molensteen.