'Gestolen informatie mag worden gebruikt'

ROTTERDAM, 8 DEC. De Raad voor de Journalistiek keurt het openbaar maken van gestolen informatie onder een aantal strenge voorwaarden goed. Deze handelwijze is geoorloofd, zo vindt de Raad, “als de belangen die gediend zijn bij publikatie in ruime mate opwegen tegen de onrechtmatigheid van de wijze waarop de informatie is verkregen”.

Een andere voorwaarde is dat een zorgvuldige afweging vooraf dient te gaan aan de beslissing om te publiceren. Bij die afweging moet ook de hoofdredactie als journalistiek verantwoordelijke betrokken zijn. De lezer (of kijker) moet weten op welke wijze de gegevens zijn verkregen. De Raad voor de Journalistiek doet deze uitspraak op grond van zijn bevoegdheid om zelfstandig uitspraken te doen in “kwesties van algemene strekking en principieel belang”.

De uitspraken van dit college zijn anders vrijwel altijd gebaseerd op een klacht door één of meer betrokkenen. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) noemt de uitspraak “een goede aanzet voor discussie tussen vakgenoten”. De vakbond zal volgend jaar februari een aantal debatten organiseren over dit onderwerp.

Twee journalisten zullen zich - in afzonderlijke zaken - waarschijnlijk nog deze maand moeten verantwoorden voor de rechter omdat zij in de IRT-kwestie van diefstal afkomstige gegevens hebben gepubliceerd. Peter R. de Vries, die zichzelf aanduidt als misdaadverslaggever en televisiejournalist Feike Salverda maakten gebruik van informatie over drugsbendes die de Amsterdamse officier van justitie mr. J.Valente had opgeslagen op floppy's. Deze diskettes werden door onbekenden uit zijn woning gestolen en 'doorgespeeld' aan enkele media. De Raad voor de Journalistiek kwam in actie omdat de kwestie heeft geleid tot maatschappelijke onrust. Hierbij is ook gelet op de taak die de journalist in het algemeen belang heeft.

De Raad zegt verder dat de journalist zich niet van publikatie moet laten weerhouden enkel om het feit dat er een strafrechterlijke vervolging wegens heling op kan volgen. Die kans is reëel, maar de Raad wijst in dit verband op een artikel in het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Het daar gewaarborgde recht van vrijheid van meningsuiting “omvat mede de vrijheid om inlichtingen te ontvangen en biedt de journalist een stevige basis voor vrijheid van nieuwsgaring”. Het is volgens de Raad niet geoorloofd wanneer een journalist anderen aanzet of aanmoedigt tot het plegen van een strafbaar feit. De 'toegespeelde' informatie zal tevens op betrouwbaarheid moeten worden gecontroleerd.