Geheime missie

In het begin van GoldenEye, de zeventiende film in de James Bond-reeks, lijkt alles nog het oude. Bond raast in een Aston Martin, het vertrouwde huismerk van de Britse geheime dienst, achter een Ferrari aan. Pas later blijkt de ware aard van de geheime missie van 007: het promoten van de nieuwe BMW Z3, die wordt geproduceerd in de nieuwe fabriek van de Duitsers in Carolina.

Het Britse establishment is not amused. Eerbiedwaardige leden van de House of Lords zouden steen en been klagen over dit schaamteloos verwisselen van automerk. BMW doet de zaak af als business as usual. De Duitse fabrikant beweert voor slechts enkele miljoenen D-mark drie prototypes ter beschikking van de filmmakers te hebben gesteld. Maar in de autobranche neemt niemand die mededeling serieus.

Bij navraag wordt door Aston Martin onomwonden gesteld dat “Bonds verraad een puur financiële kwestie betreft”. Concurrent Mercedes Benz schat dat het inkopen in GoldenEye BMW een slordige 20 miljoen mark heeft gekost.

Dat een auto in publicitair gevierde filmprodukties een hoofdrol (zonder Oscar) opeist is niet nieuw. Jaguar heeft begin jaren zestig geweigerd een E-type ter beschikking te stellen aan de makers van The Saint, terwijl Simon Templar, volgens het script in een - Britse - sportauto moest rijden.

Volgens de geschiedvorsers van de V-44 Vereniging (de Volvo-club) zei Jaguar dat de auto nog niet klaar was. In werkelijkheid presenteerden ze de auto op de eerstkomende salon (Genève). Jaguar wist natuurlijk ook niet op voorhand hoe succesvol de serie zou worden, maar het werd achteraf wel als een blunder gezien. Volvo dook er op in en stelde Moore de eerste 'koehoorn' ter beschikking. Roger Moore vond de auto zo prettig dat hij er na afloop van de serie privé in bleef rijden.