FNV pleit voor modernisering sociale zekerheid

AMSTERDAM, 8 DEC. Een individuele basisuitkering van 900 gulden voor werkzoekenden, een opbouw-WW en een ruimere Ziektewetregeling voor flexwerkers, dat zijn de belangrijkste elementen uit de gisteren gepresenteerde FNV-nota 'Tijd voor nieuwe zekerheid'. Met deze nota, die de komende maanden met de leden bij de aangesloten bonden zal worden besproken, wil de grootste vakcentrale een 'denkrichting' aangeven voor modernisering van het sociale-zekerheidsstelsel.

Die vernieuwing is inmiddels hard nodig, zo vindt de FNV. Sinds de jaren vijftig, toen het stelsel van sociale zekerheid in Nederland grotendeels vorm kreeg, is de maatschappij ingrijpend veranderd. Destijds trokken de mannen er 's ochtends op uit om de kost te verdienen voor het hele gezin, terwijl de vrouwen het (onbetaalde) huishoudelijk werk voor hun rekening namen. Iedereen die wilde werken, kon in die tijd zo aan een baan komen; de meeste werknemers bleven bij hun eerste werkgever totdat ze met pensioen mochten.

Dat er sindsdien veel is veranderd, hoeft nauwelijks meer toelichting. In veel huishoudens komen tegenwoordig twee inkomens binnen, het aantal uitzend- en oproepkrachten is spectaculair toegenomen, en de werknemer die veertig jaar lang bij hetzelfde bedrijf blijft is allang de uitzondering op de regel geworden. De overheid heeft afscheid genomen van de (mannelijke) kostwinner als rolmodel en wil nu dat iedere Nederlandse burger boven de achttien jaar economische zelfstandigheid nastreeft.

Het sterk groeiende aantal mensen met een betaalde baan wijst er volgens de FNV op dat het streven naar economische zelfstandigheid in het arbeidsleven goed vorm begint te krijgen. Vreemd genoeg, zo constateert men in de nota, werkt deze ontwikkeling tot op heden nauwelijks door in de sociale zekerheid, waar juist allerlei partnertoetsen worden ingevoerd.

Met het gisteren gelanceerde idee van een basisuitkering van circa 900 gulden voor werklozen wil de FNV het individu centraal stellen. Die uitkering zou moeten gelden voor iedere Nederlander die geen baan heeft, zonder dat er kortingen plaatsvinden wegens het eventuele inkomen van de partner. Omdat voor alleenstaanden een uitkering van 900 gulden (circa 50 procent van het minimumloon) waarschijnlijk te weinig is om van te leven, moeten deze een extra toeslag krijgen. Anders dan bij het basisinkomen, waar iedere Nederlander automatisch recht op zou hebben, wil de FNV de basisuitkering alleen laten gelden voor mensen die beschikbaar zijn voor werk. Wanneer de basisuitkering nu in één keer zou worden ingevoerd, komen circa 1,2 miljoen mensen hiervoor in aanmerking. Daarmee zou deze uitkering een zeer kostbare aangelegenheid worden, zo beseft ook de FNV. In de nota pleit de vakcentrale daarom voor een stapsgewijze invoering tot 2010. Tegen die tijd zal de vergrijzing tot tekorten op de arbeidsmarkt leiden, is de redenering, waardoor het beroep op de basisuitkering automatisch lager zal uitpakken. Om de uitvoering overzichtelijk te houden pleit de FNV voor een uitkering in de vorm van een negatieve inkomstenbelasting. Wie niet werkt, krijgt 900 gulden per maand; wie wel werkt, mag iedere maand 900 gulden van zijn belastingaangifte aftrekken. Om het systeem financierbaar te houden, moet het belastingtarief in de eerste loonschaal (nu 38 procent) wel fors omhoog, tot bijna 60 procent.

De FNV wil het sociale zekerheidstelsel weer ombouwen tot het tijdelijke vangnet waarvoor het oorspronkelijk is opgezet. Inkomensgarantie moet niet langer een doel op zich zijn (zoals in de jaren zeventig en tachtig); het uitkeringsstelsel moet mensen stimuleren om op zoek te blijven naar werk. Daarom moet tegenover de de basisuitkering nadrukkelijk de plicht staan beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Juist deze verplichting maakt het systeem echter zeer kostbaar, omdat er een fors controle-apparaat voor nodig is. Een verhoging van de belastingtarieven met zo'n twintig procent zal bovendien de aantrekkelijkheid van zwart werken met sprongen vergroten - waardoor het gewenste financieringsdraagvlak voor de basisuitkering definitief buiten handbereik komt.