Een zeeslag onder water; Monumentale wandschildering van Rob Scholte in Nagasaki

De Nederlandse kunstenaar Rob Scholte werkte meer dan vier jaar aan de 1200 vierkante meter grote wandschildering 'Apres nous le déluge' in de replica van paleis Huis Ten Bosch in het Japanse Holland Village bij Nagasaki. De schildering biedt een kaleidoscoop van indrukken: over de historische betrekkingen tussen Japan en Nederland, over oorlog en vrede, over typisch Hollands geluk. “Oost en West raken elkaar even in dit schilderij, en dat levert een merkwaardige droomwereld op.”

Vierentwintig uur had ik gevlogen, over Siberië via Tokio naar Nagasaki, en toen stond ik weer voor het Centraal Station Amsterdam, waar een etmaal geleden mijn reis was begonnen. Dat wilde zeggen: het gebouw leek precies op het station in Amsterdam, alleen was het hoger en zaten er meer ramen in. En er stond in grote letters op: Ana Hotel JR Huis Ten Bosch.

Het is het nieuwe hotel dat All Nipon Airways en de Japanse spoorwegmaatschappij JR hebben gebouwd bij het grote amusementspark bij Nagasaki. Huis Ten Bosch Stad heet het en het staat vol met op ware grootte nagebouwde Nederlandse gebouwen, zoals de Utrechtse Domtoren, het stadhuis van Gouda, Amsterdamse grachtenhuizen en als klapper het Haagse woonpaleis van koningin Beatrix, paleis Huis Ten Bosch. Je moet er geweest zijn om te geloven hoe krankzinnig het is, een griezelig echt nagemaakt stadje op zijn Nederlands, tussen de Japanse bergen aan de baai van Omura, veertig kilometer van Nagasaki.

Er komen jaarlijks bijna vier miljoen bezoekers, en dat is ongeveer naar verwachting. Alleen Wassenaar vormt een probleem. Wassenaar is de wijk van het park waar luxe Hollandse villa's aan het water (toegankelijk via de Sneeker Waterpoort) staan, bedoeld als tweede woning voor Japanners. Maar nu de Japanse economie is ingezakt, is de animo om een dure vakantievilla te kopen verdwenen. De directie van het park laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Zij heeft een lange-termijnplanning. Directeur Y. Kamichika spreekt zelfs over een stad die er over duizend jaar nog staat. Op den duur moet het huidige amusementspark het centrum worden van een nieuwe, echte stad, waarin duizenden Japanners wonen.

Het idee doet denken aan het plan van de Disney Company om in de VS, in Orlando in Florida, een amusementspark te bouwen met de naam Celebration, waarin mensen ook gewoon hun huis hebben en wonen. De belangstelling voor dat plan is groot.

Voor de kunst hoeft de vervaging van de grens tussen pretpark en gewone wereld niet nadelig uit te pakken. Want wie bouwen er tegenwoordig nog paleizen, waarin kunstenaars, net als in de Renaissance, grootse versieringen aan mogen brengen? Van koningen, keizers en dictators heeft de kunst niet veel meer te verwachten.

Dat in een amusementspark serieuze kunst gemaakt kan worden, bewijst de Nederlandse kunstenaar Rob Scholte (Amsterdam, 1958) met zijn 1200 vierkante meter grote wandschildering in de Oranjezaal van paleis Huis Ten Bosch in Nagasaki Holland Village, zoals het park ook wel heet. De koningin wilde niet dat de schilderingen uit haar paleis, allegorische voorstellingen die de triomf van Prins Frederik Hendrik op de Spanjaarden uitbeelden, nageschilderd werden in de replica in Japan. Daarom zochten de Japanners, met hulp van hun adviseur dr. Simon Levie, oud-directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, een hedendaagse Nederlandse kunstenaar die een nieuwe schildering kon maken. Levie koos Scholte, onder meer omdat van hem bekend was dat hij, net als oude meesters, met assistenten werkt. Want in je eentje klaar je zo'n groot karwei niet. Bovendien verwerkt Scholte in zijn schilderijen bestaand beeldmateriaal, zodat hij zijn ontwerp zou kunnen laten aansluiten bij de zeventiende-eeuwse sfeer van het paleis.

Het begin van de werkzaamheden, vier jaar geleden, was hectisch. Er waren veel problemen tussen de Japanners en Scholte en zijn zes medewerkers, door taal- en cultuurverschillen. Toen ik in 1992 de officiële opening van het paleis bijwoonde, waar het eerste deel van de schildering, de koepel boven in de zaal was voltooid, was de sfeer chaotisch en gespannen. Net als er met grote moeite een partij acrylverf geregeld was, moest Scholte met een deel van zijn medewerkers even naar Korea of een ander Aziatisch land, om na een dag buiten Japan weer nieuwe visa voor zijn medewerkers in Japan te kunnen krijgen. Scholte was druk, regelend, onderhandelend, gespannen - ik kon hem nauwelijks te spreken krijgen.

Nu is het anders. Scholte maakt een ontspannen indruk. Gelukkig, omdat het karwei geklaard is. “Ik draag voor het eerst van mijn leven een stropdas!” zegt hij opgetogen tijdens het feest met zijn medewerkers, na de officiële opening van de voltooide Oranjezaal. Hij beweegt zich soepel in zijn rolstoel. Heel anders dan toen ik hem na de bomaanslag vorig jaar in Amsterdam, ontmoette in zijn woning in Tenerife. Maar toen was ik ook gespannen. Want ik had nog nooit met iemand gesproken die aanvankelijk langer was dan ik en nu beide benen moest missen.

We spreken elkaar in een sushi-bar vlakbij het paleis, een bar waar je traditionele Japanse rijst-met-vishapjes, sushi's, kunt eten, die de kok vers voor je maakt. We praten over het schilderij. “Natuurlijk is het een overwinning dat het af is - een overwinning op het geweld,” zegt Scholte.

Mijn eerste indruk van het schilderij toen ik de zaal binnenliep, was dat het zo... zo alsof het er altijd al gezeten had was, zo zeventiende-eeuws, zo vol schepen met bollende zeilen op zwalpende golven.

Dat is precies de bedoeling, zegt Scholte. “Pas als je er de tijd voor neemt, zie je dat die indruk niet klopt.” Hij heeft gelijk.

Anekdotes

Zodra je even gaat zitten op een van de vier door Harald Vlugt ontworpen banken, 'opent' het schilderij zich. Het is te groot en te veel om in één blik te bevatten. Je zit in een reusachtige draaitol, waar aan de binnenkant tekeningen, foto's en schilderijen geprojecteerd worden, details flitsen voorbij, en al kijkend ontdek je verbanden, verwijzingen, verhalen en anekdotes. Over de historische betrekkingen tussen Japan en Nederland. Over oorlog en vrede. Over typisch Hollands geluk.

Het meest opvallend is de wand die in beslag wordt genomen door een zeeslag, met schepen in een fel oranje vuurzee, gescheurde zeilen, explosies, mensen en ledematen die door de lucht vliegen. En Amerikaanse marine-helikopters. Het is een inferno van ouderwets en modern geweld, en zo vlak bij Nagasaki, waar de tweede atoombom viel, is de associatie met die explosie onvermijdelijk. We zien geraamten en lichamen die weggesleurd worden door de vloed.

Daarboven, buiten het bereik van de vuurgloed, staat een nimf op een schelp zoals die van Botticelli's Venus. Ze heeft het lichaam en de houding van de nimf met een waterkruik die Ingres schilderde, en het gezicht van Scholtes vrouw Micky. Ze laat uit haar kruik water vloeien over de verschroeide kust - en dat water vloeit in de scheidslijn tussen de wand met de catastrofe en de wand waarop een wateridylle is geschilderd. In de linker benedenhoek, naast de toegangsdeuren van de zaal zien we, meer dan levensgroot geschilderd, op een zwart-wit foto een jongen liggen die in het gras aan de waterkant ligt en met zijn zelfgemaakte zeilbootje speelt.

Het jongetje kijkt een beetje peinzend naar het bootje. Het water is nog kalm, de lucht nog helder op de rest van deze wand, die weer in kleur is geschilderd.Hoewel, als een soort voorbode van de aanstaande ramp zijn in die lichtblauwe lucht tekeningen van zeilschepen en zeemonsters te zien. Meer naar rechts komen uit blauwe lucht, 'out of the blue', wasbakken naar beneden zeilen, en in de onderste wasbak zien we een paar modellen van zeilbootjes in woelig water - alsof er net zeeslagje mee is gespeeld.

Op de volgende wand wordt serieus gevaren door Hollandse zeventiende-eeuwse zeilschepen. Het grote houten beeld van een indiaan tussen de schepen geeft aan dat ze op weg zijn naar de koloniën om exotische handelswaar op te halen.Dat het de varende kooplui voor de wind gaat, blijkt uit de beursberichten, geknipt uit de zalmroze Financial Times, in de vorm van een raket die omhoogschiet - net als de koersen. Op de volgende wand wordt het scheepvaartverkeer drukker. Er komen steeds meer kapers op de kust om te verdienen aan de koloniën, er worden heiligenbeelden van de overheersers ontscheept. Dat leidt tot schermutselingen, er wordt hier en daar al een schot gelost, en in de betrekkende lucht stormen wilde, spookachtige paarden voorbij. En dan zijn we rond, komen weer uit bij de wand met de zeeslag, waar het verhaal dat begon als een jongensdroom, eindigt in een catastrofe.

Suikerspinmachine

Dit schilderij roept de lust op om allerlei onderlinge verbanden tussen de afbeeldingen te zoeken en betekenissen te vinden. Het is alsof je als kijker als een stokje door een reusachtige suikerspinmachine rondgaat, en steeds blijven er meer mogelijke betekenissen en zelfgesponnen verbindingslijnen aan je kleven.

Ik zou dat jongetje op het schilderij kunnen zijn, want ja, ook ik speelde met bootjes aan de waterkant en las jongensboeken over varen. Daarmee wordt mijn wereld ineens direct verbonden met Nagasaki. En niet alleen het Nagasaki waar de eerste Nederlandse zeevaarders met hun schip 'De Liefde' aanlandden, maar ook het Nagasaki van de bom en het Nagasaki van de toekomst. Want het schilderij gaat niet alleen over het verleden, het is rond en suggereert een onafwendbare cyclus. Ook als je het, zoals de Japanners, van rechts naar links leest, en dus begint bij de catastrofe, volgt na de jeugdige onschuld weer een ramp, etc.

Oost en West raken elkaar even in dit schilderij, en dat levert een merkwaardige droomwereld op. Een goed voorbeeld van de hoeveelheid betekenissen die je aan een detail uit dit schilderij kunt geven, is het bord met de tekst 'Please go away'. Het staat vlak voor de zeeslag, terwijl daarboven de boeg van een Duitse kanonneerboot uit de Tweede Wereldoorlog uit het zeventiende-eeuwse krijgsgewoel opduikt. Het staat voor het Japanse isolationisme, maar kan ook als oproep van de Amerikanen aan de Japanners beschouwd worden om weg te blijven bij Pearl Harbour. En als oproep van de Japanners aan de Amerikanen om weg te blijven met hun atoombom. Als ik het er met Scholte over heb, vertelt hij dat de filmster Audrey Hepburn dit bord in haar tuin had gezet om de pers aan te sporen haar met rust te laten. Voor hem had het na de aanslag ook de betekenis: laat me met rust. Tijdens het schilderwerk in de Oranjezaal had het ook een ironische betekenis voor zijn medewerkers. Zij moesten als schilderende attractie van de parkdirectie werken aan de wandschildering, terwijl het publiek de zaal in mocht en hen op de vingers keek.

Zo wordt de suikerspin met betekenissen hoe langer hoe dikker.

Het schilderij is ernstig, maar heeft tegelijkertijd speelse en hier en daar ironische kanten. Water speelt uit de aard der zaak een belangrijke rol in het schilderij, dat dan ook Après nous le Déluge heet. Het ironische is dat de hele zeeslag, het hele verhaal zich blijkens het schilderij ook in het water, of beter nog, onder water afspeelt: en wel op de bodem van de Amsterdamse grachten. Want wie midden in de zaal gaat staan en omhoog kijkt, ziet in de koepel een bonte sterrenhemel (navigatie!), grote-stadsgebouwen (handelskantoren) en daaromheen op het balkon van de koepel onmiskenbare Amsterdamse grachtenbruggen boven spiegelend water. Zelfs het bordje 'Zinkbuis riolering' is geschilderd - en dat de door Harald Vlugt ontworpen vergulde verkeerslichten in de zaal daaronder als kroonluchters aan buizen hangen zal wel geen toeval zijn.

Knipselarchief

Alles grijpt in elkaar in dit kunstwerk. De scène waarop we Westerse zeevaarders een christelijk heiligenbeeld van boord zien takelen, ongetwijfeld om wat heilzaam missiewerk onder de heidenen te verrichten, is geschilderd op de deuren die leiden naar de paleistuin. De deurklinken van verguld brons, ook van Vlugt, bestaan uit een aaneengesmede hand en arm van een krachtige atleet en de arm en zegenende hand (twee vingers omhoog) van een Christusbeeld: zegening met kracht gecombineerd. De drangers boven aan deze tuindeuren zijn met agressieve goudkleurige scharen versierd. Die verwijzen niet alleen naar geweld en scherpe steekwapens, maar ook naar Scholtes werkmethode, die voor het samenstellen van zijn schilderijen vaak put uit een enorm knipselarchief. Afbeeldingen die op de wand zijn uitvergroot zijn ook 'onscherp' geschilderd, zodat je duidelijk ziet: dit is een schilderij van een op de muur geprojecteerd plaatje, dit is niet een nauwkeurig geïmiteerd zeventiende-eeuws doek.

Ook de buitenkant van de tuindeuren, ontworpen door de Nederlandse kunstenaar Hugo Kaagman, die met zelfgemaakte spuitmallen 'moderne' Delftsblauwe tegeltjes heeft gemaakt, dragen bij aan het rijke karakter van de Oranjezaal. Ze zitten vol hedendaagse Nederlandse symbolen, die deuren, van Bartje tot nederwietblaadjes.

IRT-enquête

Voor Scholte zelf heeft het schilderij een sterk politieke lading. Hij legt een verband met de aanslag, of beter gezegd met zijn woede over het feit dat de Nederlandse politie de mogelijke daders nog steeds niet heeft gepakt. Zij worden volgens hem beschermd omdat ze connecties zouden hebben met wereldwijd opererende illegale producenten van de nieuwe drug XTC. “Waarom hebben ze die XTC-connectie niet onderzocht tijdens de IRT-enquête? Omdat Nederland hypocriet was en nog steeds is. Nederlanders waren de grootste slavenhandelaars en het enige internationaal bekende Nederlandse woord is 'apartheid'. Maar dat willen we niet weten. Daarover gaat dit schilderij.”

Zulke uitspraken zijn typerend voor Scholte. In een gesprek verbindt hij binnen een paar minuten zijn persoonlijke ervaringen met mondiale kwesties. De luisteraar blijft verbijsterd achter. Het tempo en de denkstappen zijn nauwelijks bij te houden.

Het merkwaardige is dat Scholte die methode ook in zijn schilderijen hanteert, en dat die daar heel overtuigend werkt. De wandschildering, in 1991 op de computer ontworpen, is illustratief voor Scholtes autobiografische aanpak. Hij begint bij een persoonlijke ervaring en komt dan al associërend, nadenkend en afbeeldingen verzamelend tot een nieuwe voorstelling waarin hij zijn visie op de wereld uitdrukt. In 1991 was het autobiografische uitgangspunt natuurlijk het Nederlandse jochie dat met een bootje speelt, en misschien droomt van avonturen op de wereldzeeën en van verre landen. Hoewel het ventje wel op Scholte lijkt, is het niet gebaseerd op een jeugdfoto van hemzelf: hij gebruikt altijd 'onpersoonlijk' materiaal. Hij is een expressionist die niet-expressieve middelen gebruikt. Hij wil niet dat zijn kunst de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie is. “Ik wil dat de wereld mij begrijpt, en ik de wereld begrijp,” vertelt hij.

Het geweld in het schilderij kende hij bij het ontwerpen in 1991 alleen 'van de televisie'. Door de aanslag op hem is het geweld-gedeelte, de explosies in de zeeslag, van zijn schilderij nu ook min of meer autobiografisch geworden.

Hij heeft na de aanslag elementen toegevoegd aan het oorspronkelijke ontwerp, vertelt hij. Onder meer een plaatje van een zeilschip dat over de rand van de platte aarde dreigt te vallen. Maar die voorstelling is vervat in een rond vlak, geschilderd als een aardbol. Met andere woorden - het lijkt het einde van het schip, maar omdat de aarde toch rond is, is het niet het einde. Die voorstelling verbeeldt niet alleen de angst die de ontdekkingsreizigers in de zeventiende eeuw hadden, maar is ook van toepassing op Scholte zelf: het leek erop dat het afgelopen was met hem, maar hij is opnieuw begonnen. Hij gaat de komende tijd revalideren in de VS, waar hij wil leren lopen. Verder wil hij zijn plan uitwerken om kleding te ontwerpen en in verschillende galeries tijdens modeshows te presenteren. Ook wil hij op het wereldwijde computernetwerk Internet een project beginnen. Hoe dat precies allemaal zijn beslag zal krijgen weet hij nog niet.

Scholte wijst op het aanplakbiljet van de sushi-bar aan de muur. Om te bewijzen dat de kok werkelijk een grote vis heeft gekocht, die nu in reepjes onder een glazen vitrine op de bar ligt, en geen blikje heeft opengetrokken, smeert hij die vis in met inkt en drukt die op een groot vel papier. Dan schrijft de kok er bij wat voor soort vis het is, en hoeveel kilo hij weegt. De afdruk is het bewijs. Scholte heeft net als een paar van zijn medewerkers enkele van zulke vis-affiches gekregen, en wil, nu hij weggaat, de mensen van de sushi-bar een cadeau als dank geven. Hij vraagt wat voor inkt ze voor zo'n afdruk gebruikenAanvankelijk begrijpen de mensen van de sushi-bar hem niet, maar uiteindelijk, na veel uitleg, met een verklarend tekeningetje van Scholte erbij, komt er een fles inkt te voorschijn. Die wil Scholte ook hebben. Hij wil zijn lichaam helemaal insmeren en een afdruk maken, alsof hij ook een sushi-vis is..Dan zet hij erbij hoeveel kilo hij weegt, wie hij is, en dat affiche wil hij schenken aan de Japanners. 'Sushi Rob' hangt binnenkort dus in de sushi-bar, vlak bij het paleis dat de kroon op zijn werk tot nu toe bevat. De afdruk zal lijken op een van de figuurtjes uit zijn schilderij in de Oranjezaal, die in de zeeslag meegesleurd worden in de vloedgolf.

Het leek op een mannetje met afgerukte benen, en na de aanslag heeft Scholte bij de afwerking van het schilderij die indruk versterkt. Hij heeft zijn krullerige handtekening-logo er ter voltooiing van het werk ondergezet, vorige week. Het staat onder de man zonder benen, vlak naast het jongetje dat met zijn lange jongensbenen op de volgende wand vredig met zijn bootje ligt te spelen. Alle naalden van de kompassen op het mozaïek in de vloer in de Oranjezaal wijzen op het punt tussen die twee afbeeldingen in: op de scheidslijn tussen oorlog en vrede, tussen beide culturen, tussen goed en kwaad, tussen de volwassen ellende en het onbedorven kindergeluk.

    • Paul Steenhuis