Eén volkje, van de beste bedoelingen vervuld; Geschiedenis van het Polygoon-journaal

Jitze de Haan: Polygoon spant de kroon. Uitg. Otto Cramwinckel, 250 blz. Prijs ƒ 45,-.

Ik mis het bioscoopjournaal nog wel eens. Niet het journaal dat zichzelf in de jaren tachtig nog overeind hield met suspecte bedrijfsreportages, gefinancierd door die bedrijven zelf, maar het trotse Polygoon/Profilti-journaal dat ons tot in de jaren zestig zo'n geruststellend gevoel gaf: hoe groot de ramp ook was, en hoe bedreigend de gebeurtenissen ook waren - we steken de handen uit de mouwen en we komen er in grote saamhorigheid weer bovenop.

Gek is dat, want toen het bioscoopjournaal nog in zijn oude glorie bestond, vond ik het een hopeloos ouderwets verschijnsel dat ver achterliep bij de televisie, en een toon aansloeg die bij jongeren als ik dezelfde kriebels veroorzaakte als de neerbuigende opvoederstoon van de leraren op school. Het was iets om half verveeld en hooguit een beetje lacherig uit te zitten als onvermijdelijk oponthoud op weg naar de hoofdfilm. Het nieuws was geen nieuws meer, en de stem van Philip Bloemendal klonk als bombast in onze oren.

Pas nu het er niet meer is, kan ik er soms naar terugverlangen - als naar het gevoel van veiligheid en geborgenheid dat samenging met een overzichtelijker tijd dan de huidige, met eerbied voor het gezag, geestdrift over de vooruitgang en Wim Kan op oudejaarsavond. En pas nu er regelmatig Polygoon-filmpjes in historische tv-programma's worden verwerkt, valt ook op hoe vakkundig ze destijds in elkaar werden gezet: storytelling in de angelsaksische traditie, met een kop en een staart, waarbij woord en beeld harmonieus samengaan. Heel wat gestroomlijnder, bijvoorbeeld, dan de rommelige reportages die nu vaak in het NOS-Journaal te zien zijn.

En meestal ook heel wat beter gefilmd. Al in 1923 werd een Polygoon-film van cameraman Iep Ochse in het Nieuw Weekblad voor de Cinematografie geprezen om de fraaie compositie van de beelden: 'De foto's zijn frisch, helder, goed belicht en blond afgedrukt. Enkele fraaie tegenlichtjes verhoogen het effect. De 'koetjes' zijn om te stelen, zelfs over de arme kinderen welke brandstof zoeken aan den oever, stroomt lieflijk het zonlicht. (-) Wij hoopen dat de heer Ochse nog meerdere malen zijn kamera-oog over Holland's dreven zal laten gaan.'

Het citaat is afkomstig uit het pas verschenen boek Polygoon spant de kroon van Jitze de Haan, waarin de vooroorlogse historie van het bioscoopjournaal wordt verteld. Weliswaar voornamelijk in bedrijfseconomische termen, maar tussendoor is af en toe ook een glimp op te vangen van wat in het journaal werd vertoond. Zoals in deze beschrijving in Het Vaderland over een reportage die in 1936 werd gemaakt in Nederlands-Indië: 'Daar staan we op de kade. En in de verte hooren wij den donkeren fluittoon van de Johan van Oldenbarneveld, dien wij snel zien naderen. Kijk, jhr Van Starkenborgh Stachouwer staat op de brug! Daar nadert de boot den wal, legt aan, de loopplank wordt uitgelegd en terwijl het Wilhelmus weerklinkt en de geweren gepresenteerd worden, schrijdt de nieuwe landvoogd naar voren en zet de eerste stappen op Java's rijke bodem onder het gejuich van blank en bruin.'

De firma Polygoon werd eind 1919 opgericht door Julius Stoop, voormalig hoofd van de documentaire afdeling van Filmfabriek Hollandia in Haarlem. Hem stond een bedrijf voor ogen dat 'alle cinematografische werkzaamheden in de ruimste zin des woords' zou verrichten, waaronder vooral 'actueele, technische, industrieele, wetenschappelijke en reclamefilms'. Zelf werd Stoop overigens al snel op een zijspoor gemanoeuvreerd door zijn compagnons, de fotograferende broers B.D. en I.A. Ochse. In het voorjaar van 1921 maakte Iep Ochse de eerste opnamen voor de eerste eigen produktie, Neerland's Volksleven in de Lente, waarin tal van Nederlandse volksgebruiken (van de plankstikken-ommegang in Grauw tot en met het kallemooifeest op Schiermonnikoog) werden afgewisseld door pittoreske natuuropnamen.

Onregelmatig werden in die eerste jaren ook min of meer actuele onderwerpen gefilmd, samengebracht onder de titel Hollands Nieuws. Zo vloog Ochse in 1924 per vliegtuig heen en weer met beelden van de Olympische Spelen in Parijs en vijf jaar later stuntte hij met een samenvatting van de voetbalwedstrijd Nederland-Zweden. 'Het moge toch zeker wel als een record worden beschouwd,' schreef een dankbare bioscoop-exploitant, 'dat van een wedstrijd die te 3.50 uur te Amsterdam eindigde, een volledig cinematographisch verslag om tien minuten over vijven in mijn theater te Haarlem werd vertoond.'

Allengs ontdekte Polygoon in zo'n journaal een gestage inkomstenbron: terwijl bij losse produkties altijd maar weer moest worden afgewacht hoeveel theaters ze wilden kopen, gold voor het journaal een abonnementensysteem dat daarover vooraf zekerheid bood. De wekelijkse frequentie dateert van 1932. Neutraliteit stond hoog in het vaandel. Het journaal moest apolitiek zijn, al was het maar om geen enkele afnemer voor het hoofd te stoten. De toon was - en bleef - nationalistisch. Eén volkje, één en al ondernemingsgezind en van de beste bedoelingen vervuld, tot dat in de loop van de jaren zestig niet geloofwaardig meer was.

Wat de socialistische krant Het Volk in 1938 schreef over een Polygoon-compilatie bij het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina, had dan ook net zo goed op het naoorlogse bioscoopjournaal kunnen slaan: 'De jubeltoon, waarin alles wordt voorgedragen, vestigt slechts de indruk, dat wij volgens den samensteller veertig jaar van ongekende voorspoed en welvaart achter de rug hebben en dat alles bij voortduring, sociaal, economisch en cultureel, rozegeur en maneschijn was. Het woord werkloosheid wordt vanzelfsprekend niet genoemd, zelfs het woord crisis is vermeden.'

Ja, zo was het, het woord crisis werd altijd vermeden. Geen wonder dat dat nu gevoelens van heimwee oproept.