Een pollepel met riviersentiment; Tentoonstelling van beeldende kunst over de Rijn

Op de tentoonstelling 'Der Rhein/Le Rhin/De Waal' in Nijmegen wordt een poging gedaan om het verschil in beleving van de rivier in Frankrijk, Duitsland en Nederland zichtbaar te maken. Dat levert de meest uiteenlopende kunstwerken op, van een schilderij van Emil Nolde tot een video waarop we water zien kabbelen.

Der Rhein/Le Rhin/De Waal. Museum Commanderie van Sint Jan, Franse Plaats 3, Nijmegen. T/m 28 jan. Ma t/m za 10-17u, zo 13-17u. Catalogus, 339 blz., prijs ƒ 50,-. Tussen febr. en april 1996 te zien in het Musée d'Art Moderne te Straatsburg.

De getoonde kunstwerken hebben allemaal iets met de Rijn te maken maar opvallend genoeg zijn de inhoudelijke verwijzingen naar het milieu summier. Een enkele kunstenaar belicht het vervuilde rivierwater vanuit het standpunt van de hedendaagse vis, hetgeen een tekeningetje over een 'Dodendans der Vissen' oplevert. Ook trekt een ooit door Joseph Beuys met urinegeel water gevulde fles de aandacht, getiteld Rhein Water Polluted (1981). Bij deze ferme 'statements' blijft het zo'n beetje.

De omgang met het rivierenlandschap die met name in Nederland tot dramatische conflicten heeft geleid, komt op de reizende expositie Der Rhein/Le Rhin/De Waal, een Europese rivier in de kunst van de 20ste eeuw, die nu te zien is in het Nijmeegse museum Commanderie van Sint Jan, in het geheel niet aan de orde. Van Willem den Ouden zien we verfijnde schilderijen over de lichtval op de Waal maar niet zijn rouwvanen-project. Met deze in de uiterwaarden geplaatste vlaggen van zwart plastic, tekende de kunstenaar protest aan tegen onnodige landschappelijke vernielingen bij het verzwaren van de dijken. Toch schijnt het juist de bedoeling van de expositie te zijn om het verschil in emotionele beleving van de rivier in de 'Rijnoeverstaten' Frankrijk, Duitsland en Nederland zichtbaar te maken. Dit gebeurt aan de hand van schilderijen, aquarellen, tekeningen, grafiek, sculpturen, installaties en foto's van bijna zeventig kunstenaars die afkomstig zijn uit de genoemde landen.

Door het internationale karakter van de twintigste-eeuwse Europese kunststromingen is het aanschouwelijk maken van eventuele landelijke verschillen in de benadering van de Rijn, geen eenvoudige onderneming. Zo maakte de Duitser Klaus Rinke, in 1969, het conceptuele kunstwerk 12 vaten geschept Rijnwater, dat een pollepel, 12 verzegelde vaten en documentatiemateriaal omvat. De Nederlandse kunstenaar Wim T. Schippers, die overigens niet op de expositie is vertegenwoordigd, ondernam, in 1961, een op de concept-art vooruitlopende kunstzinnige actie door een flesje limonade leeg te gooien in de zee bij Petten. Het inhoudelijke verschil tussen beide kunstwerken is duidelijk maar hieruit valt geen typisch Duitse noch een typisch Nederlandse emotie ten aanzien van (rivier of zee-) water te destilleren.

Duitse kunstenaars worden vaak beschouwd als onverbeterlijke romantici. Neem bijvoorbeeld de kleine zwart-wit foto, uit 1973, die een enorm wateroppervlak toont met daarop een uit een boomstam gehakte kano waarin zich nietige menselijke figuurtjes bevinden, die onder aanvoering van de voornoemde Beuys vanaf Düsseldorf-Oberkassel een symbolische oversteek naar de andere Rijnoever maken. Dergelijke kunstzinnige ondernemingen zijn echter tijdverschijnselen. De Nederlandse kunstenaar Jan Henderikse, die evenmin in Nijmegen is vertegenwoordigd, was op dezelfde plek al eens in een roeibootje te water gegaan ten einde de Oberkasseler-Brücke als kunstwerk te annexeren waarvoor hij zijn handtekening op één van de peilers plaatste.

Walhalla

Dat een in enkele potloodlijnen opgevatte voorstelling van een vrouw met een bootje de titel Loreley krijgt en dat Sigmar Polke een uit een alchimistisch verfsoepje gemaakt abstract schilderij Das Rheingold doopt, is misschien een typisch Duits trekje. Maar de om onnaspeurlijke redenen in het gilde van de kunstenaars uit de 'Rijnoeverlanden' opgenomen postmoderne Amerikaanse schilder Douglas James Johnson doet hetzelfde. Uit zijn cyclus 'Das Rheingold' presenteert hij het doek Der Rhein. Het overigens weinig aantrekkelijke schilderij oogt als een collage van naar het Walhalla verwijzende architectuurfragmenten, als godinnen opgevatte Rijndochters en symphatieke weidedieren als de koe en het schaap.

Op de tentoonstelling, een samenwerkingsprojekt van het Rheinisches Landesmuseum in Bonn, het Musée d'Art Contemporaine in Straatsburg en het Nijmeegse museum, zijn de Franse deelnemers verre in de minderheid. Hun kunstwerken vallen niet op door riviersentiment. Paul-Armand Gette toont de installatie Aan deze en gene zijde van de rivier. Het voortbestaan van het vulkanisme aan de Rijn. Deze omvat een perk met stenen en een videofilm waarop je alleen maar water ziet stromen. Een alleszins rustgevend beeld waarbij je prettig kunt wegdommelen.

Als er eenmaal een idee voor een tentoonstelling is verzonnen, wordt dat in de praktijk niet zelden overijverig geïllustreerd, zo ook op deze expositie. Er is bijvoorbeeld een beeldhouwer uitgenodigd die in (rivier-)klei werkt, al past hij dit beeldend materiaal op vormen toe die zelfs geen raakvlak met het tentoonstellingsthema hebben. Een ontwerp van de Zwitserse Sophie Taeuber-Arp voor het Straatsburgse uitgaanscentrum de Aubette, waaraan ook haar echtgenoot de Elzasser Hans Arp en de Nederlander Theo van Doesburg werkten, wordt gepresenteerd als een symbool van 'de kringloop van ideeën en kunstenaars langs de Rijn'.

Daar staat tegenover dat de expositie over de Rijn ons oude bekenden doet terugzien als de nog altijd fascinerende Zig Zag-rivier (1979) van Ger van Elk, die gevormd wordt door met foto's van de rivier beplakte, scharnierende driehoeken, die zowel de beweging als het natuurgetrouwe beeld van een rivier weergeven. Een van de vroegste werken op de tentoonstelling is het, in 1906 door Emil Nolde gemaakte schilderij Aan de Rijn. Het doek is onwaarschijnlijk mooi geschilderd. De kleurige penseeltreken lijken zich onophoudelijk in steeds andere kleuren te weerspiegelen waardoor het is alsof je door het transparante, parelmoerachtige wateroppervlak de bodem van de rivier ziet schemeren.

Het allermooist zijn de twee kleine olieverfschilderijtjes Riviergezicht en Stad aan de Rivier die de Nederlandse kunstenaar Dirk Nijland (1881-1955) omstreeks 1900 schilderde. Het laatstgenoemde werk oogt vrijwel abstract. Het water, de horizon en het licht maken zich los uit tal van sensibele toetsjes roze, oker en blauw die het latere, volledig abstracte werk van Edgar Fernhout in herinnering brengen.

De bij deze tentoonstelling uitgebrachte catalogus mag aangemerkt worden als een rivierenbijbel. Hierin wordt geen aspect van de Rijn onbesproken gelaten. Behandeld worden historische Rijnideologieën, Rijnmythen, het voedsel van de Rijnoever-bewoner, visvangst, vrachtvaart, Rijnhotels, Rijnbruggen, Rijn-souvenirs, De Rijn in de literatuur, op affiches en in speelfilms. De Nederlandse auteurs Jan Terlouw, Willem van Toorn en Frank van der Schoor laten hier hun licht schijnen over respectievelijk 'De Rijn en Gelderland', het 'Landschap als Geheugen' en 'De Rijn en de Waal als motief in de Nederlandse kunst.'