Een morsig generaaltje

Pico Iyer: Cuba and the Night. Uitg. Quartet, 239 blz. ƒ 29,35.

De journalist Pico Iyer is met zijn reisboeken Video Night in Kathmandu en Falling of the Map aardig beroemd geworden. Nu heeft hij zijn krachten op een roman uitgeprobeerd en het resultaat is een romantisch reisboek. Cuba and the Night is een verrukte en verrukkelijke beschrijving van het unieke Caribische eiland.

Het is een flinterdun liefdesverhaaltje. Iyer laat zijn boek beginnen in 1987, als Cuba nog gesteund en overspoeld wordt door Russen, gevolgd door de ineenstorting van het communisme, de abrupte stopzetting van Russische hulp en de Amerikaanse boycot die bedoeld is om Castro op het moeilijkste moment van zijn dertigjarige leiderschap eindelijk op de knieën te krijgen. Dat is een rijke achtergrond voor een roman, die maar het beste gelezen kan worden alsof die achtergrond de hoofdpersoon is. De romance: beroemde internationaal persfotograaf valt op mooie Cubaanse, zoekt bij elk bezoek, opgehitst door zon, rum en de Cubaanse danslust, vertwijfeld naar verborgen plekjes - trapportalen, zachtjes rondrijdende auto's, het bed van een vriend - waar hij als buitenlander met haar de liefde kan bedrijven zonder dat zij door de alomtegenwoordige spionnen meteen wordt aangegeven en in de gevangenis komt. Hij is nog getrouwd en vraagt een vage kennis, een gortdroge Brit, of hij deze formaliteit op zich wil nemen zodat de fotograaf na echtscheiding zijn geliefde kan komen halen. Het meisje krijgt in Engeland een cultuur- en klimaatschok, wat Iyer schitterend beschrijft, maar kiest toch voor de saaie en betrouwbare Engelsman in plaats van de drinkgrage en cynische Amerikaanse fotograaf. Wat een verrassende tragische wending in de roman had moeten zijn, voelde de lezer al lang aankomen.

Wat blijft zijn de intens beleefde indrukken van Cuba: de vergane koloniale glorie die daar nog niet bedorven is door nieuwe rijkdom of lelijke industrieën; de blijvende roem van Che en dichter-strijder José Mart; de pijnlijke kloof tussen vluchtelingen en de achtergebleven familie; de sfeer van het oude Havana; de boze, gelaten en dissidente maar vrolijke mensen; het zuchten onder Castro en het dansen op straat - Iyer weet er voortreffelijk raad mee. Hij moet veel van Cuba houden, en even weinig van het communisme: 'Soms was het er zo mooi dat je haast wilde huilen. Net alsof je een lieftallige jonge vrouw aan de arm van een morsig klein generaaltje ziet lopen. (-) En hier zat ik dan met de slimste Eva van Havanna, en zij vroeg of ik haar wilde redden uit het Paradijs.'