Den Haag

Een Haagse kop koffie is een laffe kop koffie. Nooit een bak die tot de rand is volgeschonken, maar zo een die half gevuld is. De smaakpapillen zijn amper aan het werk of de bodem komt al in zicht. Genot mag niet meer zijn dan een kortstondig voorspel. Vroeger dacht ik dat die bescheidenheid met voornaamheid had te maken. Een Hagenaar was nimmer gulzig. Men hield daar van dure, goudomrande serviesjes, van uiterlijk vertoon - inhoud was bijzaak. Een grove schotel met een koffie-voetbad, zoals de Rotterdammer die vaak voor lief neemt, moest de residentie een gruwel zijn.

Ook met het budget voor cultuur is Den Haag zelden scheutig. Die geldzak is eigenlijk al jaren half vol. Oud-directeur Theo van Velzen van het Haags Gemeentemuseum moest het begin jaren tachtig al bezuren. En aangezien men in Den Haag tradities graag in ere houdt, is het midden jaren negentig niet anders. Vorig jaar vond men het nodig de subsidie af te pakken van zo'n dertig culturele instellingen. Nu moet onder meer het Historisch Museum, net zes jaar open, zijn deuren sluiten, zo bleek vorige week uit een uitgelekt gemeenteplan. De ton die het jaarlijks kan besteden staat de groei tot een volwassen museum niet toe, aldus de notitie. Een financieel gegeven waarmee men beter vòòr de opening van het museum rekening had kunnen houden.

Dus nu net ook andere Hofvijver-musea zich wijselijk aaneen hebben gesloten in een inmiddels geslaagd publicitair offensief, is volgens ambtenaren het moment gekomen in die museale eensgezindheid de botte bijl te zetten.

Het Haags Gemeentemuseum, toch al financieel beperkt door vroegere budgetoverschrijdingen, zou er goed aan doen zijn kerncollectie, de werken van Piet Mondriaan, in bruikleen af te staan aan andere musea, zo blijkt uit datzelfde plan. Dat betekent minder personeelskosten en dan kan ook meteen een deel van het museum dicht. Zo'n halfvol museum past wel bij ons, moeten de ambtenaren gedacht hebben.

Zelf opvallende tentoonstellingen met belangrijke bruiklenen maken kan het Haags Gemeentemuseum zich al geruime tijd niet meer permitteren. Het is dus van groot belang dat de eigen collectie in optima forma getoond wordt. Een beleid dat onder het directeurschap van Rudi Fuchs al werd nagestreefd en waartoe inmiddels aangrijpende inwendige verbouwingen zijn uitgevoerd. Dat de gemeente het uiterlijk van Berlages monument daarbij zo heeft verwaarloosd dat nu 51 miljoen gulden nodig zijn voor achterstallig onderhoud, laten we hier verder buiten beschouwing.

Het voor langere tijd afstoten van de Mondriaan-collectie betekent niets minder dan een ontmanteling van het Haags Gemeentemuseum. Behalve aan de architectuur van Berlage dankt het immers zijn binnen- èn buitenlandse bekendheid juist aan die ene, unieke collectie Mondriaans. Samen met de werken van Vincent van Gogh in het gelijknamige Amsterdamse museum, herbergt het een prominent voorbeeld van de museale concentratie - een oeuvre, een stroming of een kunsthistorische periode - waar de overheid in het kader van de 'Collectie Nederland' naar zegt te streven. Met spreiding doet men niet alleen het oeuvre van Mondriaan tekort, men degradeert het museum tot een dure huls. Inhoud is in de residentie blijkbaar nog steeds bijzaak.

    • Marianne Vermeijden