De Navo pakt haar koffers voor Bosnië

RHEINDAHLEN, 8 DEC. 'Sarajevo' staat in viltstiftletters op de verhuisdozen die de gangen van het NAVO-hoofdkwartier in het Duitse Rheindahlen bijna versperren. Beeldschermen, faxen, familiefoto's en bestelformulieren voor carbonpapier - eerste levensbehoeften voor een laat-twintigste-eeuws Westers leger - gaan allemaal naar Bosnië.

Na twee jaar oefenen op papier zal het deze maand ten slotte werkelijkheid worden. De snelle-interventiemacht van de NAVO, het Allied Command Europe Rapid Reaction Corps (ARRC; zeg maar “ark”), gaat met Rusland en andere niet-NAVO-landen in Bosnië toezien op een vredesregeling tussen moslims, Kroaten en Serviërs.

Op 19 december, vijf dagen nadat de Bosnische partijen in Parijs het akkoord van Dayton moeten hebben ondertekend, zal de 400 man sterke ARRC-staf van Rheindahlen naar Sarajevo zijn verplaatst en het bevel krijgen over de circa 60.000 man grondtroepen van de 'implementatiemacht' (IFOR), die nu Bosnië binnendruppelen. De commandant van de VN-macht in de Bosnische hoofdstad, de Britse luitenant-generaal Rupert Smith, geeft op die dag de sleutel van zijn ambtswoning aan de Britse luitenant-generaal Michael Walker, commandant van het ARRC.

“Het begint ergens op te lijken”, zegt de Britse sergeant-majoor McLeavy. Met zijn stokje waterpas onder de arm geklemd en zijn hoofd licht achterover om nog onder de klep van zijn pet te kunnen doorkijken, loopt hij in Rheindahlen zijn inspectieronde. Zijn eenheid is verantwoordelijk voor de technische uitrusting van de ARRC-staf. Met 'IFOR' in witte letters vers over de camouflageverf gespoten staan de Landrovers en Bedford-vrachtauto's in het gelid. McLeavy's jongens - sommigen opgewekt, anderen onzeker over wat ze in Bosnië zullen aantreffen - weten heel goed dat de Balkan-winter niet gediend is van gezeemde voorruiten en messcherp gevouwen isolatie-kleden, maar híer regeert McLeavy.

Pagina 5: Subtiele formule voor subtiele missie

“Het is goed dat we nu gaan”, zegt sergeant-majoor McLeavy. “Ik heb de afgelopen jaren al zoveel officieren zich hiervoor zien voorbereiden die alweer zijn overgeplaatst nu het eindelijk zover is. Dat is sneu.” McLeavy zelf gaat ook graag, ook al kan hij kerstmis nu niet met zijn gezin vieren. Hij wipt op zijn hakken en vermant zich. “Mijn twee zoons zijn wel wat gewend. Ik heb al drie, vier keer moeten overslaan omdat ik in Noord-Ierland was. Bosnië kan er ook nog wel bij.”

De basis Rheindahlen is een voornamelijk Britse enclave in Duitsland, even over de grens bij Roermond. De straten heten Queen's Road en Brock Road. Er rijden Britse bussen en er is een Brits postkantoor. Door het stafgebouw, dat naar ziekenhuis ruikt, lopen oudere meisjes met kaneelkleurige nylons onder hun uniform. Er hangen foto's van Spitfires en houten propellors met handtekeningen. En in een vitrine wordt een niet meer zo recent bezoek van de Hertog van Edinburgh herdacht.

Dit was ooit een kampement van het Britse Rijnleger. Maar na het eind van de Koude Oorlog is dat leger drastisch ingekrompen en omgevormd tot ARRC. Die nieuwe NAVO-strijdmacht, die in totaal tien divisies kan omvatten, is nog steeds voor bijna tweederde Brits en een Britse drie-sterren-generaal voert per definitie het bevel. De andere vaste ARRC-eenheden zijn samengesteld uit legeronderdelen van de andere twaalf NAVO-landen, die ook alle in de ARRC-staf zijn vertegenwoordigd.

De Britse 3de Divisie en de Amerikaanse 1ste Gepantserde Divisie die hun werkterrein respectievelijk in het westen en noorden van Bosnië zullen hebben, komen uit de 'ARRC-stal'. Dat geldt ook voor een aantal Britse eenheden die al in Bosnië zijn en nu onder bevel van de VN staan. Op 19 december verwisselen die hun blauwe baret voor een groene.

De Fransen, die geen deel uitmaken van ARRC, maar die met hun 6de Divisie in het zuiden van Bosnië zullen opereren, stellen zich voor deze gelegenheid onder “operationele controle” van ARRC - een vrucht van de Franse beslissing, deze week, om nauwere militaire banden met de NAVO aan te knopen.

Behalve voor de Bosnische vrede is operatie Joint Endeavour ook een lakmoesproef voor 'de nieuwe NAVO' waarin vredestichten onder derden een belangrijke plaats inneemt naast het oude métier - de vijand verslaan - en waarbij steeds meer operaties worden uitgevoerd door multinationale verbanden, waarin ook niet-NAVO landen kunnen deelnemen.

Voor de val van de Muur, waarvan een decoratieve brok nu voor het stafgebouw in Rheindahlen staat, konden de Britse en Amerikaanse NAVO-contingenten met elkaar lezen en schrijven. Maar binnen de nieuwe Bosnië-operatie, die “de grootste geallieerde krachtsinspanning sinds de Tweede Wereldoorlog” is genoemd, zullen zij opnieuw aan elkaar moeten wennen.

De Britse luitenant-kolonel Marc Rayner, woordvoerder van generaal Walker, laat er geen misverstand over bestaan. De VN-politiek die de lichtbewapende blauwhelmen aan handen en voeten bond is niet langer van kracht. “Wij willen het gebruik van geweld vermijden, maar als het zover komt beschikken wij over het geode materieel en de goede richtlijnen. Wij zijn een zeer capabele strijdmacht.” Toch geloven sommige officieren in Rheindahlen dat er spanningen kunnen ontstaan tussen de Amerikanen, die op de grond in Bosnië geen ervaring hebben en die 'onpartijdigheid' en 'minimumgeweld' minder tot leerstuk hebben verheven dan de Britse soldaten onder VN-bevel tot nu toe hebben gedaan. Iets van de oude wrijvingen tussen de door de Britten gedomineerde VN-macht in Bosnië en de door de VS gedomineerde NAVO kan zo terechtkomen tussen de huidige IFOR-partners.

Op verschillende niveaus is daarvan nu al iets merkbaar. Hoge Britse militairen en diplomaten hebben de afgelopen dagen de VS verweten teveel oog te hebben voor de militaire en te weinig voor de economische en sociale aspecten van een meerjarige Bosnische vredesregeling. Als daarmee niet snel ernst wordt gemaakt zal IFOR het gevechtsterrein voor een jaar bevriezen zonder dat van wederopbouw sprake is. De strakke termijn van één jaar waarvoor de Amerikanen hun grondtroepen hebben toegezegd noemt Rayner “te kort voor een blijvende vrede”.

Britse officieren zeggen nadrukkelijk dat ze de Bosnische partijen gaan “helpen met hun vrede”. De Amerikanen - met honderden tanks, pantservoertuigen en gevechtshelikopters het zwaarst bewapend - leggen vooral nadruk op het pacificeren van degenen die het Dayton-akkoord overtreden.

Ook de bevelvoering over IFOR was een gevoelig punt. Daarvoor was een subtiele formule nodig: de Amerikaanse admiraal Leighton Smith wordt als commandant van de NAVO-zuidflank formeel verantwoordelijk voor de gecombineerde lucht-, land- en zeestrijdkrachten die aan de Bosnië-operatie deelnemen. Zo kunnen de Amerikanen naar waarheid zeggen dat Amerikaanse troepen in het buitenland alleen onder Amerikaans bevel opereren. In praktijk krijgt de Amerikaanse tankdivisie in Tuzla zijn orders van de Britse ARRC-commandant in Sarajevo. Maar het is niet ondenkbaar dat Walker bij een incident aan de meer dan duizend kilometer frontlijn die IFOR gaat bewaken vanuit Napels door Smith wordt overruled.

In Rheindahlen roeren McLeavy's privates basalere gevoelens aan. “Ik ben nog het bangst voor de Amerikanen, die zijn trigger 'appy”, zegt er een in onversneden Cockney. “In de Golfoorlog hebben ze met hun smart bombs wel een paar keer per ongeluk Britse soldaten vermoord.”

Rayner zegt dat hij zich “bewust is van het risico van fratricide”, maar dat alles in het werk wordt gesteld om dat te voorkomen. Ook op andere “operationele risico's” wil hij niet en detail ingaan, “opdat niemand die informatie tegen ons kan gebruiken”. Andere officieren hebben daar minder moeite mee. Zij maken zich vooral bezorgd over “gewapende bendes - geüniformeerd of niet” en “landmijnen op ongemarkeerde terreinen onder de sneeuw”. Er liggen in Bosnië drie- tot zes miljoen landmijnen.

Eén officier, die anoniem wil blijven, voegt daar nog een risico aan toe: van de “gastvrijheid” die IFOR in Bosnië volgens Rayner zal ondervinden heeft hij geen hoge pet op. “Onze kwartiermakers zijn al met stenen bekogeld”, zegt de officier. Niet voor niets heeft ARRC-commandant Walker deze week tijdens zijn laatste pep talk in Rheindahlen zijn mannen in Bosnië voorlopig een uitgaansverbod gegeven.

    • Hans Steketee