De kaftan verruild voor een timmermanshemd; Peter de Grote, de tsaar die Rusland de moderne tijd binnenranselde

De Russische tsaar Peter de Grote reisde in 1697 incognito naar Nederland, waar hij drie maanden werkte op de werf van de Oostindische Compagnie in Amsterdam. Sjtoerman, flagsjtok en farwater zijn enkele van de Hollandse scheepstermen die Peter, samen met geschoolde zeelui, mee terugnam naar Rusland. De expositie 'Schatten van de tsaar' in museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam vormt de opmaat tot het Peter de Grote-jaar.

Schatten van de Tsaar, hofcultuur van Peter de Grote uit het Kremlin. In Museum Boymans-van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. T/m 4 februari. Geopend: di. t/m za. 10-17 uur, zo. 11-17 uur. Catalogus: ƒ 39,95.

Vorige maand had ik Russische vrienden te logeren die niet bijzonder cultureel geïnteresseerd zijn. Toch gold hun eerste verzoeknummer het Czaar Peterhuisje in Zaandam. En zo stonden wij een dag later in het houten gebouwtje van de smid Gerrit Kist aan de Krimp in Zaandam, waar Peter de Grote in 1697 een dikke week min of meer incognito heeft gelogeerd. Mijn vrienden bewonderden het meer dan levensgrote portret van de tsaar, dat bijna uit het poppehuis barst. “Hadden we in Rusland maar meer van zulke kerels,” mopperde mijn vriendin, “dan was het nu niet zo'n bende.” Daarmee zaten we ongemerkt middenin de richtingenstrijd tussen 'slavofielen' en 'westerlingen' die is begonnen toen Peter de Grote driehonderd jaar geleden zijn 'raam op Europa' openzette.

'Rusland is een wereld apart, onderworpen aan de wil, gril en fantasie van één enkele man, of hij nou Peter heet of Ivan, dat doet er niet toe - wat ze gemeen hebben is dat ze de belichaming zijn van de willekeur. Tegen alle wetten van de menselijke samenleving in beweegt Rusland zich slechts in de richting van zijn eigen slavernij en de slavernij van alle hem omringende volkeren,' schreef de filosoof Pjotr Tsjaadajev in 1836 en om zijn zwarte kijk op Rusland werd hij gek verklaard en opgesloten. Je zou dat het startschot kunnen noemen voor het debat tussen slavofielen en westerlingen over de plaats van Rusland tussen Azië en Europa. Peter de Grote (1672-1725) was de eerste Russische vorst die de blik radicaal westwaarts wendde. Daarom is hij tot op heden een van de grootste zondebokken van de slavofielen, die van mening zijn dat Rusland zich niets aan Europa gelegen moet laten liggen, maar zijn eigen weg moet gaan.

Tegenover de geborgen, collectieve aard van de Russische mens plaatsten de slavofielen de individualistische, egoïstische westerling. Tegenover het hooghartige westerse christendom stelden zij de warme Russisch-orthodoxe kerk met zijn deemoed en onderdanigheid. In de ogen van de slavofielen bestond er tussen vorst en volk een natuurlijke band, en tegelijkertijd een soort non-interventie-pact. Met zijn nieuwlichterij heeft Peter de Grote, zeggen de slavofielen, dat natuurlijk evenwicht verstoord. Daarna is het nooit meer helemaal goed gekomen.

Als alle simplificaties gaat ook de schematische tegenstelling tussen 'slavofielen' en 'westerlingen' maar ten dele op, maar simplificaties werken soms verhelderend. Laten we Peter de Grote een westerling noemen, dan was Ivan de Verschrikkelijke een slavofiel. Als Lenin een westerling was, dan zou je Stalin een slavofiel kunnen noemen (figuurlijk gesproken natuurlijk, want Stalin was een Georgiër en geen Slaaf). Dostojevski was een slavofiel, Toergenjev een westerling, Brodski is een westerling en Solzjenitsyn een slavofiel. Gorbatsjov is een westerling en Jeltsin was een westerling zolang het hem uitkwam, maar schuift met het oog op de naderende presidentsverkiezingen steeds meer naar de slavofielen op.

Wie uit dit rijtje meent te kunnen opmaken dat de westerlingen de good guys zijn en de slavofielen de bad guys, versimpelt opnieuw, al ligt het voor de hand dat de Europeaan meer begrip heeft voor de westerling dan voor de slavofiel. Maar de westerling Peter de Grote ging net zo goed over lijken als de slavofiel Stalin, om maar eens wat te noemen, en de westerling Lenin heeft veel ellende over Rusland afgeroepen, terwijl de slavofiel Solzjenitsyn met een magistraal boek de wereld de ogen heeft geopend voor de verschrikkingen van de strafkampen in de Sovjetunie.

Gezantschap

Driehonderd jaar geleden reisde Peter de Grote, vermomd als onderofficier Peter Michajlov, met diplomaten en handelslui naar Europa. Dit gezelschap is in de geschiedenis bekend geworden als het Grote Gezantschap. Het was voor het eerst dat een Russische tsaar een diplomatieke reis naar het buitenland ondernam. Via Novgorod, Pskov, Riga en Königsberg reisden ze naar de Republiek der Nederlanden. Op 25 augustus 1697 vond de feestelijke intocht van het gezantschap in Amsterdam plaats.

Peters doel was tweeledig: bondgenoten zoeken in de Heilige Liga tegen de Turken, die hij net bij Azov had verslagen. En zich verdiepen in de westerse technologie, wetenschap, staatshuishoudkunde en handelsgeest. Scheepsbouw had daarbij zijn bijzondere belangstelling, want Peter wilde een moderne vloot om de Zweedse koning Karel XII aan te vallen. Tussen de onderhandelingen door werkte hij op de werf van de Oostindische Compagnie op Oostenburg.

De onderhandelingen met de Staten Generaal over een coalitie tegen de Turken liepen op niets uit. Het gezantschap reisde door naar Engeland om vervolgens via Oostenrijk terug te keren naar Rusland. De reis duurde een jaar en Peter moest halsoverkop terug toen er in Rusland een opstand dreigde tegen zijn hervormingsbeleid. Hij nam van zijn tocht een enorme lading techniek en wapentuig en een grote groep geschoolde handwerkslui mee naar Rusland. Dat de scheepsbouw in Rusland goeddeels Nederlands geïnspireerd was, blijkt nog steeds uit de stroom Nederlandse leenwoorden uit die tijd: baken, sjkot (schoot), sjloepka (sloep), matros, sjchoena (schoener), jachta, sjtoerman, kamboez (kombuis), roel (roer), kojka, kok, flagsjtok, fok, matsjta, sjvabra (zwabber), botsman, werf, wympel, trjoem (het ruim), farwater, sjprot.

Hoewel het historische bezoek van Peter de Grote aan Nederland eigenlijk pas in 1997 herdacht zou moeten worden, heeft museum Boymans-van Beuningen de andere musea de loef afgestoken. Deze week gaat de tentoonstelling Schatten van de tsaar open, die een aantal stukken toont uit de schatkamers van het Kremlin. Komend jaar volgt nog een groot aantal evenementen, variërend van tentoonstellingen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam (over Catharina de Grote), het Amsterdams Historisch Museum (over de kunst- en rariteitenverzameling van Peter de Grote), het Maritiem Museum in Rotterdam (over 150 jaar handelsbetrekkingen tussen Rotterdam en Sint Petersburg), het Scheepvaartmuseum in Amsterdam (over de relaties in de scheepsbouw) tot een Peter de Grote-festijn in Zaandam.

De naam Peter de Grote roept verschillende associaties bij me op. Hij was boomlang. In Moskou ging hij in de buitenlanderswijk Nemetskaja Sloboda veel om met westerse handelaars en werklui. Hij speelde graag soldaatje met levende wezens. Hij hield van zeilen. Hij haatte Moskou en vooral de achterlijke bojaren (edellieden) met hun kuiperijen, hun holle ceremonieel en hofintriges. Hij dwong de bojaren en de Russische kooplui hun kaftan uit te trekken en hun ouderwetse baard af te scheren. Hij hanteerde indien nodig daarbij zelf de schaar. Hij domesticeerde de Russisch-orthodoxe kerk door de patriarch te vervangen door een procureur en een Heilige Synode. Hij vermoordde - volgens sommigen eigenhandig - zijn zoon Aleksej, die hij verdacht van een samenzwering. Hij wilde een Russische vloot om de Zweden in de pan te hakken en kwam naar Nederland om de scheepsbouw te bestuderen. Hij deed alsof hij hier incognito was, maar dat was bij zijn uiterlijk en gedrag een farce.

Met ijzeren hand sloeg hij de opstand van de 'strelitsen' neer, een gevreesd schutterscorps dat ontevreden was over zijn hervormingen. De schutters werden maandenlang gefolterd en ten slotte gevierendeeld en opgehangen. In 1703 begon Peter tegen elk gezond verstand in aan de bouw van een nieuwe hoofdstad in de moerassen aan de Finse Golf waar het altijd mist en miezert. Bij de aanleg kwamen tienduizenden arbeiders om. Hij liet zich bij de bouw van de stad inspireren door het stadsplan van Amsterdam maar omdat hij Franse, Italiaanse en Duitse architecten in de arm nam, kwam er iets totaal anders uit de bus. Hij noemde de stad naar Sint Pieter, maar eigenlijk natuurlijk naar zichzelf.

Griezelkabinet

Hij was gefascineerd door techniek en wetenschap en het eerste museum van Petersburg was de Koenstkamera waar hij een griezelkabinet van foetussen op sterk water opstelde. In Leiden kocht hij daartoe de beroemde collectie van de anatoom Frederik Ruysch op.

Peter de Grote ligt begraven in de Peter-en-Paulsvesting, een bruggehoofd tegen de Zweden, gelegen op een eilandje in de Neva, pal tegenover de Hermitage. De vestingwerken doen in de verte denken aan Naarden en de kerk met zijn spitse toren heeft niets van de rondborstige Russisch-orthodoxe bouwkunst.

Aan de andere kant van de Neva staat Peters beroemde ruiterstandbeeld, in opdracht van Catharina de Grote gemaakt door de Fransman Falconet. Het is vereeuwigd in Poesjkins gedicht De bronzen ruiter, dat menige inwoner van Pieter, zoals de stad liefkozend wordt genoemd, uit het hoofd kan opzeggen. (de onsterfelijk geworden metafoor van Petersburg als venster op Europa heeft Poesjkin trouwens gepikt van de Italiaanse reiziger graaf Francesco Algarotti). En hij dacht:

Van hier zullen wij de Zweed bedreigen

Hier zal een stad worden gesticht

Die de hooghartige buur zal opbreken.

De natuur heeft ons het lot beschoren

Van hier een venster op Europa te openen

en vaste voet te krijgen bij de zee.

In De bronzen ruiter komt het ruiterstandbeeld van Peter, net als in Molières Don Juan, op spookachtige wijze tot leven, wanneer een ongelukkige inwoner van de stad hem vervloekt. De man acht de tsaar als stichter van de stad verantwoordelijk voor de dood van zijn geliefde. Zij is verdronken tijdens een van de talloze overstromingen, die Petersburg tot in deze eeuw hebben geteisterd. Na het uitspreken van de vloek zet de arme drommel het op een lopen. Achter zich hoort hij de dreunende hoeven van het standbeeld dat de achtervolging inzet.

En hij rent over het lege plein

en achter zich hoort hij

als was het 't rollen van de donder

het donderende hoefgetrappel

over het dof weerkaatsend wegdek.

En verlicht door de bleke maan

de hand ten hemel opgeheven

ijlt hem de Bronzen Ruiter na

op zijn galopperend paard.

En waarheen de arme waanzinnige

zijn schreden in die nacht ook richtte

de Bronzen Ruiter zat hem na

met zware tred.

De man wordt gek van angst en sterft.

Onze Gouden Eeuw was in Rusland een eeuw van boerenopstanden, burgeroorlogen en de Tijd van Troebelen, zoals bezongen in de opera Boris Godoenov van Modest Moessorgski. Peters bewind rondom de eeuwwende markeerde in het achtergebleven Rusland de moeizame en late overgang van de middeleeuwen naar de moderne tijd.

Kroonjuwelen

De tentoonstelling in Boymans is gebaseerd op de schatten uit de Wapenkamer van het Kremlin. Daar worden Ruslands kroonjuwelen bewaard. Zij vertegenwoordigen, zoals duidelijk zal zijn, niet het interessantste deel van Peters leven. Eigenlijk geeft de tentoonstelling een beeld van het hofleven zoals dat zich in de periode vóór Peter de Grote had ontwikkeld. Wie zich een beeld wil vormen van de sombere pronk van het Russische hof moet de film Ivan de Verschrikkelijke van Sergej Eisenstein zien, die, hoewel zeer ideologisch gekleurd, een aardig sfeerbeeld geeft van het brokaat, bont en zwart fluweel dat in de koude gewelven van het Kremlin werd gedragen.

Peter werd op zijn tiende gekroond, samen met zijn iets oudere, licht debiele halfbroer Ivan. Twee tsaartjes op de troon was hoogst ongebruikelijk. Het was een compromis, dat voortkwam uit een vete tussen de families van de twee vrouwen van Peters vader tsaar Aleksej, die ieder hun eigen nazaat op de troon wilden. De eigenlijke heerseres werd Peters halfzus Sofja, die haar echte broer uiteraard voortrok. Als straf werd zij door Peter later, zoals dat ging in die tijd, in een klooster opgesloten.

De regalia die op de tentoonstelling in Rotterdam te zien zijn (diamanten kroon, scepter, rijksappel, kruis, pronkgewaden en sierketens) verzinnebeelden dus eigenlijk het Moskouse Hof waar Peter zo de pest aan had. De getoonde kaftan en de stijve kamerjas staan zo ver af van de lakense broek en het timmermanshemd dat Peter op het schilderij in het Czaar Peterhuisje draagt, dat ze door hem na terugkeer uit Holland waarschijnlijk snel naar de verste uithoeken van de koninklijke kleerkast zijn verbannen.

Tijdens Sofja's bewind woonde Peter met zijn moeder in de voorstad Preobrazjensk. Hij hield zich verre van het hof, maar bekwaamde zich intussen in de krijgskunst. Die hobby leidde later tot de oprichting van het eerste moderne leger in Rusland. Peter voerde de dienstplicht in, vóór zij in andere Europese landen bestond. Tijdens Peters bewind ontstonden in Rusland de eerste scholen. Hij richtte de eerste krant op (Vedomosti) en introduceerde de Tabel o Rangach, een zeer uitgebreid nieuw rangensysteem dat radicaal brak met de oude Moskouse hiërarchie en het burgers mogelijk maakte tot de adelstand op te klimmen. Hij stimuleerde de industrie en het privé-ondernemerschap, dat vóór hem niet bestond in Rusland, waar alle bedrijvigheid het monopolie van de staat was.

Maar Peters belangrijkste hervorming was volgens Richard Pipes de introductie van het moderne begrip 'staat' in Rusland, of, zoals hij het omschrijft in Russia under the Old Regime: 'het idee van de staat als een organisatie die een hoger ideaal dient - het algemeen belang - en daarmee gepaard gaand het idee van de maatschappij als partner van de staat'. Vóór Peter de Grote was de staat in Rusland synoniem met de soeverein, de gosoedar, de onbeperkt heerser die met land en volk kon doen wat hem goeddunkte.

Aleksandr Solzjenitsyn verschilt radicaal van mening met de Pool Pipes. 'Als 'dienaar van de Vooruitgang',' schrijft hij in zijn tractaat De Russische kwestie, 'was Peter I een middelmatige, zo niet wrede geest. Hij kon niet begrijpen dat men specifieke verworvenheden van de westerse cultuur en beschaving niet kan overplaatsen zonder de psychologische atmosfeer waarin deze verworvenheden tot stand zijn gekomen.' Solzjenitsyn verwijt hem 'bolsjewistische methoden' en gispt hem om zijn krankzinnige beslissing de hoofdstad naar Sint Petersburg over te plaatsen. 'Alle grote en niet zo grote plannen van deze tsaar werden uitgevoerd zonder enige consideratie met de verspilling van nationale energie en mensenlevens.'

Spaanders

Was Peter de Grote een hervormer of een revolutionair? In de Sovjet-Unie was het epitheton 'hervormer' een vloek en 'revolutionair' het grootst denkbare compliment. In het Rusland van nu is het weer precies andersom. Waar Peter hakte, vielen spaanders, maar voor iemand die afkomstig was uit de verstikkende hofcultuur van het tsaristische Moskou was hij zeer onconventioneel. Ik ben het niet eens met Pjotr Tsjaadajev, die alle tsaren over één kam scheert, of ze nou Peter heten of Ivan. Peter regeerde met even despotische hand als zijn voorgangers, maar wist tegelijkertijd aan zijn verstikkende milieu te ontstijgen. Hij was een barbaar met een verlicht randje. Voor zijn slachtoffers maakt dat uiteraard geen enkel verschil.

Het venster op Europa dat Peter opende, ging deze eeuw weer dicht. Pas met de val van het communisme werd het vrije verkeer geleidelijk hersteld. Drie jaar geleden mocht ik voor het eerst naar Kronstadt, een van de vestingstadjes die door Peter de Grote rondom Petersburg zijn aangelegd ter bescherming tegen vijandelijke invallen. Kronstadt is vooral bekend omdat er in 1921 de eerste echte volksopstand tegen de bolsjewieken plaatsvond. De rebellie van de soldaten en matrozen van de vesting werd door Trotski meedogenloos neergeslagen. Het militaire havenstadje werd, zoals zoveel steden in de Sovjet-Unie, hermetisch van de buitenwereld afgesloten en leidde een halve eeuw een sluimerend bestaan in een niemandsland. Ik moest voor mijn bezoek nog wel een speciaal pasje aanvragen en werd bij de slagboom midden op een totaal verlaten dijk opgewacht door een auto met militair, die opgelucht van zijn zondagsrust ging genieten toen ik zijn diensten vriendelijk afsloeg.

Kronstadt rook naar brakke zee, vloot en matrozen. Het was er doodstil. Het luidst weerklonken op de keien de voetstappen van eeuwig passagierende officieren. Geen spoor van bedrijvigheid. We liepen over het beroemde Ankerplein waar de opstand was neergeslagen en stonden stil bij het monument dat de ware toedracht nog steeds verdoezelde. We bezochten het historisch museum, waar de geschiedenis vervalst in de vitrines lag. We deden de Officiersclub aan, waar kaalgeschoren jantjes zoetgehouden werden met Russische schlagers. Met een oude veteraan wandelden we door de schoongeveegde straten van het stadje naar de haven waar het standbeeld van Peter de Grote uitkijkt over de Finse Golf.

Daar staat hij, opgesloten in zijn mantel van brons. Zijn blik rust op de resten van zijn eens zo trotse Baltische vloot. Roestig oud schroot in troebel water.