Boeren proberen Groene Hart groen te houden

Het Groene Hart is nu vooral agrarisch gebied. Of dat zo zal blijven is de vraag, want natuur en bebouwing rukken op.

HAARLEM, 8 DEC. Het is een uitgesproken agrarisch gebied, het Groene Hart. In die hoedanigheid niet uniek, want het lijkt sprekend op de rest van groen Nederland. Van het landbouwgebied buiten de Randstad krijgt echter zes procent het predikaat 'natuur', in het Groene Hart is dat percentage slechts 2,5. Maar of dat zo zal blijven is de vraag, want de boeren willen wat meer aan de natuur gaan doen en het ministerie van verkeer en waterstaat wil in de volgende eeuw nieuwe steden in het Groene Hart hebben. Ze zouden moeten worden gebouwd langs spoorlijnen die niet volledig worden benut. Het gaat om de gebieden tussen Rotterdam en Den Haag, Rotterdam en Gouda, Haarlem en Leiden, Leiden en Alphen aan den Rijn, en Amsterdam en Utrecht.

De Westelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (WLTO) zet niet, zoals verwacht, de hakken in het zand. Zij bereidt een 'agrarische visie' voor, waarin niet star wordt gepleit voor produktie. De organisatie ziet de ontwikkeling van verdere verstedelijking en een toenemende claim op agrarische gronden voor woningbouw, betere infrastructuur en voor natuur- en recreatiegebieden weliswaar als een bedreiging voor het agrarisch complex, maar ze vindt dat het gebied ook verder open moet voor de stedeling die natuur en recreatie zoekt.

Behoud en versterking van de agrarische produktie zijn voor de WLTO een belangrijk vertrekpunt, maar de stad en de land- en tuinbouw zouden niet langer met de rug naar elkaar moeten staan. Belangrijkste overweging is de 'duurzame structuren' intact te houden, “maar daarnaast hebben wij wel oog voor de realiteit”, zegt ir. Toine Willemsens van de WLTO. “Dat is voor onze organisatie duidelijk een nieuwe optiek en bij de achterban zijn daarover ook angsten, maar het is aan ons om die weg te nemen.”

“Aanleiding tot die agrarische visie”, zegt Willemsens, “is de vorig jaar aangekondigde bijstelling van het Vinex-beleid als gevolg van de bijgestelde prognoses voor de te bouwen woningen tot het jaar 2015. In de vier Randstadprovincies wonen dit jaar 7,1 miljoen mensen. Voor de komende tien jaar wordt een toename verwacht tot 7,7 miljoen, mede op basis van de afspraken die in de Vinex zijn gemaakt. De 'middenvariant' geeft een toename van het aantal extra woningen te zien van 260.000. Als daarnaast rekening wordt gehouden met de zogeheten 'vervangingsbehoefte', dan komt de prognose voor de Randstad uit op 306.000 woningen.”

Buiten die dreigende woningbouw heeft de organisatie het overigens al druk genoeg met claims die binnen de agrarische sector op de cultuurgronden worden gelegd. Er is sprake van 'interne verdringing'. Oprukkende woonwijken vormen dus wel het laatste probleem waar de organisatie op zit te wachten.

De glastuinbouw meent zich alleen verder te kunnen ontwikkelen als de akkerbouw en de veeteelt op grasgronden inschikt. Hetzelfde geldt voor de bollensector. De gevolgen zijn direct zichtbaar. Want zowel de melkveehouders als de akkerbouwers zijn actief op de grondmarkt en drijven de prijzen op. In de bollenstreek, die buiten het Groene Hart ligt, wordt anderhalf tot twee ton voor een hectare grond betaald, in het Westland ruim meer dan 200.000 gulden, nog los van de waarde van de 'opstallen'. Geen wonder dat de ogen nu zijn gericht op het Groene Hart, want daar ligt de agrarische waarde van een bunder tussen de 40.000 en 50.000 gulden.

Het departement heeft de nota 'Visie op verstedelijking en mobiliteit' inmiddels gestuurd aan provincies en stadsgewesten. De WLTO belegt avonden om de toekomst te bespreken met aangesloten leden. Minister De Boer (ruimtelijke ordening) trekt het gebied in om met betrokkenen van gedachten te wisselen. Tegelijkertijd organiseert haar ministerie zogenoemde Groene-Hartgesprekken. Overheden, maatschappelijke organisaties en vaklieden mogen zich uitspreken over de toekomstmogelijkheden van het Groene Hart. Het ministerie van VROM, eindverantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening, zal aan het einde van dit jaar inventariseren wat provincies en stadsgewesten vinden van het idee om nieuwe steden te bouwen.

VROM houdt vooralsnog vast aan de nota (Vinex) waarin tot 2005 een beleid is uitgestippeld, dat bekend staat als dat van de 'compacte stad', met nieuwe woon- en werklocaties in en aan de rand van stadsgewesten. Verkeer en Waterstaat meent dat dit beleid in de Randstad na 2005 niet houdbaar is. Minister De Boer heeft eerder aangekondigd dat zij, in tegenstelling tot haar voorgangers, het ruimtelijk beleid wil formuleren aan de hand van de wensen van provincies en gemeenten, in plaats van met een uitgewerkt plan te komen. De 44 gemeenten die het Groene Hart geheel of gedeeltelijk beslaan, hebben zonder uitzondering rustieke namen als De Ronde Venen, Jacobswoude, Liesveld, Oudewater, Zederik en Vlist. Maar erg eenduidig ziet de agrarische deken er niet uit.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek telt het Groene Hart 7.263 agrarische bedrijven. Veruit de belangrijkste tak is die van de melkveehouderij, met 3.295 bedrijven. Op 96 bedrijven worden vleeskalveren gehouden. Daarnaast zijn er 1.882 tuinbouwbedrijven in de 'open grond'. Een iets kleiner aantal, 1.523, werkt onder glas. De varkenssector kan ook in het Groene Hart niet worden verwaarloosd met 1.217 stuks. Er zijn 542 bedrijven met vleesvarkens. De akkerbouw omvat 718 bedrijven. De pluimvee-sector is vertegenwoordigd met 67 bedrijven die leghennen hebben en op 26 bedrijven worden slachtkuikens gehouden. Dat lijkt overzichtelijk, maar de meeste bedrijven zijn 'gemengd'.

Willemsens: “Het Groene Hart bestaat uit 'kamers' en wat er verder in de Randstad ligt - zoals de bollenstreek en het Westland - moet je er wel degelijk bij betrekken. Strikte grenzen kunnen niet worden gegeven.”

De belangrijkste agrarische sector in het Groene Hart is de melkveehouderij op klei- en veengrond. Geschat wordt dat op zeventig tot tachtig procent van het areaal koeien grazen. Maar van dat totaal dienen nog wat gebieden te worden afgetrokken waar akkerbouw wordt gepleegd. “Dat is niet te verwaarlozen”, zegt Willemsens. “In de Haarlemmermeer ligt zeker 11.000 hectare cultuurgrond, waarvan 4.000 hectare af zou gaan door de uitbreiding van Schiphol, aanleg van wegen, groenvoorzieningen en woningbouw. En rond Zoetermeer is nog eens 6.000 tot 7.000 hectare, waarop akkerbouw wordt gepleegd.”

Een ander bedrijfstype, de kleinschalige sierteeltbedrijven, zitten in de omgeving van Boskoop. Ze beslaan veelal niet meer dan een hectare. In totaal gaat het dan om zo'n 1.000 hectare waarbij de zogenoemde 'pottenteelt' steeds belangrijker wordt. “Dit gebied heeft behoefte aan uitbreiding van nog eens enkele honderden hectaren. Dat is planologisch ook niet omstreden.”

Het Groene Hart kent bovendien glastuinbouw. “We zouden graag 'inbreiding' zien in de buurt van Zevenhuizen en Moerkapelle, waar tuinders uit het Westland naar toe kunnen die niet meer kunnen uitbreiden. Die uitbreiding zou ook plaats moeten vinden in de zogeheten B-driehoek, bij Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs. Ook in de buurt van Maasland zou enige uitbreiding mogelijk moeten zijn, terwijl in de Hoekse Waard ruimte ligt voor de verdere toekomst.”

Waar het de WLTO om gaat, is dat de agrarische sector in het Groene Hart 'dynamisch' kan blijven. “Zo niet, dan krijg je de dood in de pot. En die dynamiek kan op veel manieren worden ingevuld. Naast ruimte voor bedrijfsontwikkeling, zien wij ook al een omslag. Er zijn steeds meer boeren die iets aan natuurbeheer willen doen, naast de traditionele agrarische produktie”. Voor Willemsens staat vast dat de landbouw in dit deel van Nederland zijn grenzen wel heeft bereikt. “Ik begrijp goed dat er melkveehouders weg moeten. Dat kan ook. Ze kunnen naar Drenthe of Friesland. Maar waar het ons in de eerste plaats om gaat, is dat wat er blijft ook de mogelijkheid heeft om te ontwikkelen.”

De dynamiek waarover Willemsens spreekt kenmerkt volgens hem de agrarische sector. “Zo konden een paar jaar geleden veehouders nog goedkoop aan akkerland komen. Nu het een paar jaar goed is gegaan met de akkerbouw zijn die bedrijven niet meer te betalen. In de Randstad wordt - vanwege de prioriteiten die worden gesteld - veel geld geboden voor grond. En je weet dat als er twee boeren werkelijk vertrekken, tien dat van plan zijn. Voor ons is dat als standsorganisatie lastig opereren. Enerzijds moeten we dus bepleiten dat de landbouw aan zijn trekken moet blijven komen, anderzijds zie je dat een boer in de Haarlemmermeer zijn land toch verkoopt als de prijs die wordt geboden - wegens de aanleg van de Hoge Snelheidslijn - hoog genoeg is. Bij een bepaald bod zegt een boer hoe dan ook dat hij een dief van zijn eigen portemonnee zou zijn als hij zo'n bod zou negeren.”

En dat bod ligt volgens Willemsens weer totaal anders in een gebied dat een natuurbestemming heeft. “De grondprijzen liggen daar ongekend veel lager. De waarde van de grond wordt boven alles bepaald door de bestemming. Wij zijn met de provincie in gesprek om daar iets aan te doen, want die situatie pakt voor sommige boeren buitengewoon pijnlijk uit. Het maakt nogal wat uit of een project-ontwikkelaar op je bedrijf vlast, of dat de natuur er de ruimte moet krijgen.”