België heropent collaboratiezaak

BRUSSEL, 7 DEC. Gisteren is voor het Militair Gerechtshof in Brussel de herziening begonnen van het proces tegen Irma Laplasse, een boerin uit Oostduinkerke die in mei 1945 werd gefusilleerd omdat ze door haar verradersrol de dood van zeven verzetsmensen op haar geweten zou hebben. De zaak-Laplasse is na de oorlog uitgegroeid tot een van de gevoeligste twistpunten in de Vlaamse discussie over de naoorlogse behandeling van collaborateurs. Tot op de dag van vandaag wordt door sommige groepen in Vlaanderen gepleit voor eerherstel van Laplasse.

De gebeurtenissen, op basis waarvan Laplasse ter dood werd veroordeeld door het Krijgshof in Gent, vonden plaats in september 1944, pal op het eind van de oorlog. Een groep verzetsmensen, die in de gemeenteschool in Oostduinkerke een twintigtal Duitse soldaten en enkele van collaboratie verdachte Belgen gevangen hield, raakte in vuurgevecht met een Duitse patrouille. Drie verzetsstrijders sneuvelden daarbij, de overige vier werden door de Duitsers standrechtelijk geëxecuteerd.

Laplasse werd na de oorlog opgepakt omdat zij de vrouw zou zijn geweest die de Duitsers zou hebben geïnformeerd over de aanwezigheid van de verzetsstrijders in de school. Onder de daar gevangen gehouden Belgen bevond zich de zoon van Laplasse, lid van de Duitsgezinde Fabriekswacht. Laplasse bekende tijdens haar proces dat ze tegenover een Duitse soldaat haar ongerustheid had getoond over de aanhouding van haar zoon door het verzet. Volgens een plaatselijke verzetsleider was dit de aanleiding voor het uitsturen van de Duitse patrouille. Laplasse zou daarmee indirect schuldig zijn geweest aan de dood van de verzetsmensen.

Na het proces zijn er evenwel steeds meer twijfels gerezen over de schuld van Laplasse. Ze zou eerder emotioneel hebben gehandeld dan de opzet hebben gehad het verzet te verraden. Ook zijn er getuigenissen opgedoken die zeggen dat er geen verband is geweest tussen het gesprek dat Laplasse over haar zoon voerde met de Duitse soldaat en het uitsturen van de bewuste patrouille. Mede door die onzekerheden is de zaak-Laplasse in Vlaanderen uitgegroeid tot het symbool van de lichtzinnige manier waarop in de ogen van veel mensen na de oorlog met vermeende collaborateurs werd omgesprongen. Als men in sommige kringen in Vlaanderen spreekt over de naoorlogse 'blinde repressie' heeft men het over het 'onrecht' dat velen na de oorlog is aangedaan. In België werden na de oorlog veel meer doodstraffen uitgesproken en ook uitgevoerd dan bijvoorbeeld in Nederland.

Afgelopen mei vernietigde het Hof van cassatie, het hoogste rechtscollege van België, het arrest van het Gentse Krijgshof uit 1945. Het Hof sprak zich niet uit over de schuldvraag, maar stelde enkel vast dat er nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen die een herziening van het proces tegen Laplasse rechtvaardigen. Gisteren, bij het begin van de rechtszaak, waren zowel oud-strijders aanwezig die protesteerden tegen herziening van het proces tegen “nazi-verklikster” Laplasse, als leden van het uiterst rechtse Nationalistisch Studentenverbond die demonstreerden voor 'amnestie'.