'Ze lachten ons uit dus moesten we wel de weg op'

OIJEN, 7 DEC. Hij zegt dat één ding zeker is. “Wie er ook voor die trekkers was gaan staan, de bestuurders waren altijd doorgereden. Er was geen houden aan, ze waren niet te stoppen.” Boer L. van der Burgt is net terug uit Rosmalen, waar een groep boze veehouders gistermiddag de snelweg blokkeerde. Thuis, in zijn hoeve aan de donkere dijk in Oijen, is de telefoon al een paar keer gegaan. De leiders van de actiecomités willen weten hoe de demonstratie op de A2 uit de hand kon lopen.

De 45-jarige Van der Burgt, voorzitter van regio Veghel-Oss van het Nederlands Verbond van Varkenshouders, noemt het “overmacht”. “Onze groep verzamelde bij het Postiljon Motel, daar zouden ze de trekkers parkeren. Dat zou alles zijn voor vandaag, conform de landelijke afspraken. De mensen stalden hun tractoren keurig netjes. Maar na verloop van tijd bleek dat die afspraken niet waren te handhaven. De boeren werden echt agressief. Ze riepen: 'Ze zitten ons in Den Haag uit te lachen, omdat wij die trekkers langs de weg zetten. Daar heeft toch niemand last van. Dus we moeten wel de weg op', zo redeneerden ze.”

Van der Burgt probeerde de gemoederen te bedaren. Hij stelde voor koffie te gaan drinken, in de hoop dat de rust zou weerkeren. Van der Burgt: “Ik herhaalde dat ik heel bezorgd was. 'Luister jongens, denk aan wat we met de actiecomité's zijn overeengekomen'. Het warme drankje in het restaurant had nauwelijks effect. Om drie uur waren de boeren niet meer te houden, weet Van der Burgt, ook voorzitter van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) afdeling Maasvallei. “Het grimmige gevoel was bij iedereen terug. 'Je hoeft ons nooit meer te bellen, als we op deze manier moeten actievoeren. Dit is een aanfluiting, we hinderen geen kip'. En ze gingen rijden, de grote weg op, begeleid door de politie die niet tegensputterde.”

Van der Burgt zag iedereen meegaan. “Tachtig tot 85 procent van de aanwezigen waren leden van de NCB. Die waren dit keer heel fanatiek. Daar keek ik van op. Want die boeren zijn altijd iets gematigder, die hebben tot op heden nog niet echt actiegevoerd. 'We zijn hier en we willen laten zien dat we het niet met Den Haag eens zijn', kon je horen. Ze waren niet te stoppen, door niemand.” De Oijense boer, die 150 fokzeugen en honderd vleesstieren op stal heeft staan, bekent dat hij het op de rijksweg als verantwoordelijke vakbondsman best benauwd had. “Ik sprak een motor-agent aan. Stel dat er een ziekenwagen door moet! Wat dan? Prompt kwam er zo'n ambulance aanloeien. Die vloog er doorheen. Wonderbaarlijk, dat het allemaal goed ging.”

De agent stelde Van der Burgt gerust. “Blijf maar kalm, op dit moment kan niemand iets ondernemen. U niet, niemand niet.” Van der Burgt: “Gelukkig begrepen mijn collega's ten slotte dat die strook voor noodgevallen leeg moest blijven. Dat was een pak van mijn hart.”

Volgens de vakbondsleider was het hele viaduct geblokkeerd. “Boven en onder. We hebben met veel automobilisten gesproken. Sommigen zag je boos nee schudden, maar heftig geclaxoneer of enige vorm van bedreiging bleef uit. 'Jullie hebben groot gelijk, voor zijn boterham mag iedereen vechten', hoorde ik overal. Die houding deed me erg goed goed.”

Van der Burgt hoorde op de radio dat er in deze regio van Brabant naar schatting 25.000 mensen waren komen opdagen. “Overal zag je zwaailichten, het was een en al oranje geflits. Ik heb in mijn leven nog nooit zo veel trekkers bij elkaar gezien.” De actie was volgens Van der Burgt “van korte duur”. “De stoet zette zich snel weer in beweging. Keurig netjes, al waren sommige deelnemers nog zichtbaar geëmotioneerd.” Van der Burgt is ervan overtuigd dat de actieberereidheid met name de laatste dagen “enorm is toegenomen”. Dat was volgens hem het gevolg van het bezoek van die vier Tweede-Kamerleden aan een boerenbijeenkomst afgelopen maandag in Den Bosch.

“Ongelooflijk, die mensen”, zegt Van der Burgt. “Wat straalden die lui een arrogantie uit. Die houding heeft heel veel boeren aan het denken gezet. Wat velen enorm frustreerde was dat de Kamerleden inhoudelijk niets van de mestmaterie snapten. Op hele simpele vragen hadden ze geen antwoord. Ze begrijpen niets van de praktijk. Zouden ze verkeerde voorlichting krijgen? Ze praatten de hele avond, maar zeiden niets. Allemaal flut-antwoorden. Ik ben ervan overtuigd: als die parlementariërs zich anders hadden opgesteld, dan was er vandaag niemand met de trekker de grote weg op gereden.”