Wegens succes gesloten

'Hier gaat een zeer geslaagde onderwijsformule teloor', zegt docent Juul Willen sombertjes. Hij geeft het vak omgangskunde op de havo/mbo-afdeling van het Koning Willem I College in Den Bosch. Op deze afdeling kan de wat praktischer ingestelde leerling de laatste twee jaar van het havo doen met een pakket dat deels bestaat uit algemeen vormende vakken en deels uit beroepsgerichte vakken. Reguliere havo-vakken als aardrijkskunde, geschiedenis, de talen en wiskunde kunnen worden gecombineerd met onder meer grafische vormgeving, gezondheidskunde, bedrijfskunde, algemene technologie en textiele werkvormen.

Door deze praktische component in het lesrooster én door de extra aandacht voor zelfstandig leren verloopt de doorstroming naar het hbo - al jaren een bron van zorg - een stuk gemakkelijker. 'Wij bieden onze leerlingen eigenlijk the best of two worlds', verklaart Juul Willen zich nader, 'maar helaas past deze combinatie, hoe geslaagd ook, niet in de onderwijsopvatting van de huidige minister. We worden, zou je kunnen zeggen, wegens succes gesloten.'

Toen eind oktober in de Eerste Kamer de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) werd aangenomen, betekende dit voor de twintig nog bestaande havo/mbo-afdelingen die ondergebracht zijn bij het Middelbaar Beroepsonderwijs het begin van het einde. Niet dat de wet deze schoolsoort nu met zoveel woorden verbiedt, maar door het mbo boetes in het vooruitzicht te stellen als ze algemeen vormende vakken aanbieden, wordt het lot van deze gecombineerde afdelingen via de achterdeur bezegeld.

De laatste jaren heeft de havo/mbo afdeling van het Willem I College in Den Bosch een opmerkelijke groei doorgemaakt. Stonden er bij de start van de opleiding in 1984 zo'n 450 leerlingen voor de klassen vier en vijf ingeschreven, nu zijn het er ruim 750. En als de school het afgelopen jaar geen leerlingen had hoeven weigeren wegens ruimtegebrek, waren het er meer dan 800 geweest. 'Welke havo-bovenbouw kan ons dat navertellen?' zo vraagt Piet Gielen, docent Nederlands zich af.

Het zure is vooral, zo vinden de leerkrachten, bijeen in de hoge, oude docentenkamer, dat wat zij op hun afdeling al jaren in praktijk brengen, voorbeeldig aansluit bij de vier doorstroomprofielen en de studiehuis-plannen voor de hoogste klassen van het havo en vwo. 'Dat werd door het ministerie gelanceerd als dé grote vernieuwing', aldus decaan Lex Indemans, 'maar wij zijn al jaren gespecialiseerd in doorstromen'.

Nu het voortbestaan van hun afdeling in het geding is, betreuren de docenten het dat er nooit gedegen onderzoek is gedaan naar de succesformule van hun havo-bovenbouw. Zonder die harde feiten in handen lijkt er niets anders op te zitten dan te berusten in een roemloos einde.

Zeker 85 procent van de leerlingen die in de vierde van de afdeling havo/mbo beginnen, heeft een diploma van de mavo. De rest is overgestapt uit het havo en het vwo. Hoewel de toelatingsnormen lager liggen dan op andere havo's, en de overgangsnormen van vier naar vijf onlangs nog werden versoepeld, liggen de eindexamenresultaten op het niveau van het landelijk gemiddelde. Leerlingen die op het randje zitten krijgen vaak het voordeel van de twijfel omdat men uit ervaring weet dat de combinatie van theoretische en praktische vakken ze tot hogere prestaties aanzet.

Dat gold ook voor Tamara Cop, die inmiddels drie jaar van school is en aan de Vrije Pedagogische Academie studeert. 'De mbo-vakken motiveerden mij om door die saaie leervakken van de havo heen te komen. Als ik aan psychologie voor het vak omgangskunde had gewerkt, dan kon ik die Engelse woordjes er ook nog wel even bijdoen. Toen ik op het hbo kwam merkte ik dat ik een duidelijke voorsprong had. Niet alleen op de leerstof, ik kon ook zelfstandig studeren en had geleerd hoe ik de zaken moest aanpakken. Dat kwam door die beroepsgerichte vakken, want daarvoor kun je geen dingen stomweg uit je hoofd leren. Daar heb je inzicht voor nodig, je moet het begrijpen.'

De havo/mbo-bovenbouw van het Willem I College trekt enerzijds scholieren die na de mavo nog niet weten wat ze willen worden en zich op zestienjarige leeftijd nog niet meteen willen vastleggen. Aan de andere kant komen er ook leerlingen op af die dat juist heel precies weten en alvast in die richting beroepsgericht bezig willen zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor Mijke van Griensven, die na drie havo zeker wist dat ze naar de kunstacademie wilde. De vakken die haar daarop goed voorbereiden kan ze op Willem I volop volgen. Twee dagen besteedt ze aan algemene havo vakken en drie dragen aan creatieve vakken, zoals tekenen, grafische vormgeving en textiele werkvormen. 'Ik geniet van deze school', zegt Mijke uit de grond haar hart, 'het is leerzaam én het is leuk. Je doet het hier niet voor het systeem maar voor jezelf.'

Leerlingen en oud-leerlingen zijn verbijsterd over de op handen zijnde afbouw van hun havo/mbo-afdeling. Volgens hun vormt die 'een essentiële schakel tussen een laag niveau en een hoge opleiding'. Geeske Pennings, die dit schooljaar eindexamen havo doet, vertelt dat ze dankzij de extra aandacht die ze buiten schooltijd voor haar dyslexi kreeg nu haar droom om verloskundige te worden kan realiseren. Met de vakken omgangskunde en gezondheidskunde heeft ze het 'ideale pakket' kunnen kiezen. Daarnaast werd ze aangemoedigd om te gaan praten met verloskundigen en bij zichzelf na te gaan of dit echt het beroep is wat ze wil. Hulp bij beroepskeuze vormt een essentieel onderdeel van de begeleiding die de havo/mbo-afdeling haar leerlingen biedt.

Deze individuele aandacht is wat de leerlingen op hun vorige scholen vaak gemist hebben. Mijke: 'Op deze school word je gestimuleerd in de dingen die je goed kan en krijgt ondersteuning bij zaken je minder goed afgaan.' De leerlingen en oud-leerlingen kijken elkaar opgetogen maar ook een beetje droevig aan bij zoveel eensgezindheid: 'Hier had minister Ritzen nou eens bij moeten zitten', zegt een van hen, 'dan had hij wel anders besloten.'

Leerlingen die op het randje zitten krijgen vaak het voordeel van de twijfel omdat men uit ervaring weet dat de combinatie van theoretische en praktische vakken ze tot hogere prestaties aanzet.