VS tonen begrip voor Serviërs in Sarajevo

BRUSSEL, 7 DEC. De Verenigde Staten hebben gisteren voor het eerst gezegd dat bij de uitvoering van het vredesakkoord voor Bosnië “rekening moet worden gehouden met de zorgen” van de Bosnische Serviërs in en rond Sarajevo en van de andere partijen. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, zei dit op het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel, maar hij sloot heronderhandelingen uit.

De Russische minister van buitenlandse zaken, Andrej Kozyrev, zei staande naast Christopher dat “er altijd ruimte moet zijn om tegemoet te komen aan gerechtvaardigde zorgen en problemen”, maar hij concludeerde ook: “Geen heronderhandelingen over het pakket.”

De Amerikaanse chef-onderhandelaar in de crisis, Richard Holbrooke, gaat dit weekeinde opnieuw naar Zagreb, Belgrado en Sarajevo om over uitstaande problemen te praten. De onrust onder de Serviërs van Sarajevo is een van de punten die daarbij ter sprake komen. Holbrooke zei gisteren dat hij in Sarajevo “absoluut” zou pleiten voor tegemoetkomingen aan de Bosnische Serviërs.

Frankrijk heeft de afgelopen week voortdurend gepleit voor aanvullende veiligheidsgaranties voor de Bosnische Serviërs in vijf Servische voorsteden van Sarajevo, die na de ondertekening van het akkoord van Dayton, volgende week, weer onder het gezag van de Bosnische regering zullen komen. Gisteren maakte de Franse regering duidelijk dat ze het akkoord van Dayton niet wil openbreken, maar dat twee “technische maatregelen” de ongerustheid van de Bosnische Serviërs wellicht kunnen wegnemen. De eerste is de legering van een civiele politiemacht van tweeduizend man van de VN in de vijf Servische voorsteden. Daarnaast zouden de Bosnische Serviërs “institutionele garanties” moeten krijgen, bijvoorbeeld door een van hun vertegenwoordigers op te nemen in de toekomstige gemeenteraad van Sarajevo.

Mogelijke aanvullende garanties voor de Serviërs van Sarajevo komen morgen en zaterdag ook ter sprake op de eerste van een reeks conferenties die de komende weken aan Bosnië worden gewijd. Op een internationale conferentie in Londen wordt dan overlegd over de civiele aspecten van het vredesproces.

Binnen de NAVO groeit ongerustheid over een achterblijven van de civiele wederopbouw van Bosnië bij de militaire implementatie van het vredesakkoord. “De echte vrede kan alleen maar tot stand worden gebracht door de wederopbouw van het land”, aldus een NAVO-functionaris. Met name de militairen binnen de NAVO maken zich zorgen over zogeheten 'mission creep'.

Als de wederopbouw van Bosnië niet snel te hand wordt genomen, bestaat het gevaar dat de soldaten van de vredesmacht (IFOR) naast hun eigenlijke taak - het bewaken van bufferzones - allerlei bijkomende taken naar zich toegeschoven krijgen, zoals het begeleiden van vluchtelingen, het opbouwen van de infrastructuur in het land en het uitoefenen van politie-taken, aldus de NAVO-functionaris.

Diplomaten bij de NAVO beschouwen de komende operatie in Bosnië ook van groot belang voor de samenwerking tussen de NAVO en een groot aantal landen uit Midden- en Oost-Europa (inclusief Rusland) die deelnemen aan de IFOR. Tijdens een bijeenkomst van de 16 NAVO-ministers van buitenlandse zaken met hun 'partners' uit Oost-Europa, gisteren in Brussel, werd opgemerkt dat drie maanden gezamenijk optrekken in de IFOR gelijk staat aan drie jaar van allerlei theoretische seminars over samenwerken. De ervaringen die met de IFOR worden opgedaan, kunnen het begin zijn van de opbouw van een nieuwe Europese veiligheidsarchitectuur, aldus een NAVO-functionaris.

De Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Hans van Mierlo, beschouwt de implementatie van het vredesakkoord in Bosnië ook als een cruciale test voor de OVSE (Organisatie van veiligheid en samenwerking in Europa). Voor de OVSE is een belangrijke rol weggelegd bij het toezicht houden op de verkiezingen die volgens het Dayton-plan tussen zes en negen maanden in Bosnië moeten worden gehouden. “Maar als ze die kans verpesten, is het afgelopen met de OVSE”, aldus Van Mierlo.