Vrijheid onderwijs 'ongerichte hagel'

ROTTERDAM, 7 DEC. “Een ongericht schot hagel van 8,5 miljoen gulden”, dat betekent de vrijheid van onderwijs voor de gemeente Rotterdam - aldus J. Steegmans, hoofd van het bureau stedelijk onderwijs. Omdat de 89 openbare basisscholen in Rotterdam elk jaar ongeveer 8 miljoen te veel uitgeven, moet de gemeente hetzelfde bedrag betalen aan de 119 bijzondere scholen. “Dat is op zichzelf niet zo erg”, zegt Steegmans. Het geld komt immers terecht bij het onderwijs, en de scholen zullen het vast goed besteden. “Maar ik heb er moeite mee dat de gemeente geen enkele controle heeft over de besteding.”

Discussie over de toepassing van artikel 23 van de Grondwet, waarin sinds de onderwijspacificatie van 1917 de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs is geregeld, is daarom hard nodig, vindt Steegmans. Hij is blij dat minister Dijkstal (binnenlandse zaken) dinsdag in de Kamer voor zo'n debat pleitte. Neem nu de kwestie van het achterstallig onderhoud van de openbare schoolgebouwen. “Dat is lang niet altijd een kwestie van geld. De gemeente is niet altijd een goede rentmeester geweest”, geeft Steegmans toe. “De bijzondere scholen met hun eigen besturen zijn er vaak beter aan toe.” Maar nu Rotterdam in een inhaalslag 85 miljoen gulden wil uittrekken voor het opknappen van de openbare scholen, leidt dat tot uiterst moeilijke onderhandelingen met het bijzonder onderwijs. Want dat heeft, op grond van artikel 23, recht op hetzelfde bedrag.

Volgens de directeuren van de katholieke en protestantse schoolbesturenorganisaties is zo'n discussie over de onderwijsvrijheid overbodig - en bedreigend. De school is helemaal niet gebaat bij al te directe overheidsbemoeienis. Het is juist goed dat een apart schoolbestuur de verantwoordelijkheid draagt, vindt G. Voortman, directeur van de Besturenraad protestants-christelijk onderwijs. Zijn mening wordt gedeeld door B. Jansen, directeur van het Algemeen bureau katholiek onderwijs. “Goed onderwijs ontstaat in de klas, niet door overheidsbeleid. We hebben al de inspectie, die de kwaliteitseisen controleert.” Dat in de regeringsplannen de gemeente het beheer over de gebouwen krijgt en eisen kan stellen aan de besteding van het geld voor achterstandsleerlingen, zal de school niet ten goede komen.

Maar wethouder H. Pijlman (D66) uit Groningen denkt daar heel anders over. Hij voelt zich juist nog veel te afhankelijk van de goede wil van de confessionele schoolbesturen. De wethouder, sinds 1990 verantwoordelijk voor het Groningse onderwijs, moet er juist continu voor waken dat de uitleg van artikel 23 niet leidt tot de achterstelling van openbare scholen. “Als je niet oppast komt het geld niet terecht waar het nodig is. Krijgt een openbare school met veel achterstandsleerlingen extra geld van de gemeente, dan moet een bijzondere school zonder zulke leerlingen ook een deel van het beschikbare geld krijgen.” Door “redelijk overleg” kan Pijlman zulke claims voorkomen, en kan hij eisen stellen aan de besteding van het geld. Maar dat zou beter wettelijk kunnen worden geregeld, vindt hij.

Ook R. Limper, directeur van de Vereniging voor Openbaar Onderwijs, vindt dat door de vrijheid van onderwijs de overheid onvoldoende greep heeft op wat er op school gebeurt. Limper: “De meeste confessionele scholen lijken steeds meer op openbare scholen. Soms gebruiken ze hun identiteit alleen als het uitkomt, en proberen dan vernieuwingen te blokkeren.” Als een bewijs voor de soms geringe waarde van de eigen identiteit noemt Limper dat er - vooral in Brabant en Limburg - zelfs confessionele scholen zijn die uit lijfsbehoud van de ene op de andere dag “van kleur verschieten' en van katholiek openbaar worden. Als een school op die manier de laatste in zijn 'soort' wordt binnen één gemeente, heeft hij minder leerlingen nodig om te blijven bestaan.

Wethouder H. Dijkstra (PvdA) uit Zwolle heeft een oplossing voor de problemen. “Strikte afspraken” kunnen alle financiële claims voorkomen. In Zwolle is de gemeenteraad niet meer direct verantwoordelijk voor het bestuur van het openbaar onderwijs. Daarvoor is een apart bureau openbaar onderwijs in het leven geroepen, met een eigen budget. De gemeente Zwolle, met 42 basisscholen waarvan 17 openbaar, heeft sindsdien ook niet meer te maken gehad met de overschrijdingsregeling. “Het budget wordt van tevoren per school vastgesteld en daar moet men het gewoon mee doen.” Dat betekent niet dat de gemeente een school nooit iets extra's geeft. De protestants-christelijke basisschool in het centrum die alle taallessen voor pas geëmigreerde buitenlandse kinderen geeft, heeft vorig jaar bijvoorbeeld een ton extra gekregen, zonder dat andere scholen wat kregen. “En zij vonden dat heel terecht.”

W. Kuipers (CDA), wethouder van onderwijs van Maastricht, is bang dat de huidige discussie over de vrijheid van onderwijs de vernieuwingen zal frustreren. “Bijzondere scholen zijn toch al bang dat de decentralisatie naar de gemeente bedreigend is, omdat de overheid hun dan gaat voorschrijven wat ze moeten doen. Nu wordt dat idee versterkt.” Volgens Kuiper is het onderwijs het meest gediend bij “harmonisch overleg”. “We hebben hier in de jaren tachtig een flinke schoolstrijd gehad over de oprichting van openbare scholen. Nu nog kijken de katholieke scholen ons daar op aan. Ze houden de gemeente verantwoordelijk voor hun terugloop in leerlingen.”