Voorhoeve verzet zich tot 't uiterste tegen hoorzitting

DEN HAAG, 7 DEC. Minister Voorhoeve (defensie) zal zich vrijdag in het kabinet tot het uiterste verzetten tegen de wens van de Kamer hoge Nederlandse VN-officieren te horen over de val van de enclave Srebrenica. Hij zou daarbij de steun hebben van de minister-president en van minister Dijkstal (binnenlandse zaken), die niet graag ziet dat door dit precedent ook de politie vaker naar de Kamer zou moeten komen.

Voorhoeve vreest dat bij de krijgsmacht grote onrust zal ontstaan als militairen in de toekomst bij het uitoefenen van hun taken niet alleen met hun commandanten van doen hebben maar ook het risico lopen achteraf verantwoording te moeten afleggen voor hun daden in de Kamer. “Onzin”, zegt CDA-Kamerlid De Hoop Scheffer, die om de hoorzitting heeft gevraagd. “Het gaat ons er niet om dat de VN-officieren verantwoording afleggen, maar wij willen informatie vragen die zij al ruimschoots aan de pers hebben geleverd. Waarom konden zij wel vrijelijk over de val en de nasleep van de enclave en de rol van de VN discussiëren met journalisten en niet met ons? Er zijn nog veel vragen open en wij willen de grootste duidelijkheid.”

Maar Voorhoeve op zijn beurt heeft haast met een laatste woord van de Kamer. Sinds juli is hij eigenlijk slechts met één zaak bezig en dat is Srebrenica. De nasleep van de 'grote tragedie' kan de herstructrering van de krijgsmacht in gevaar brengen omdat zoveel inspanningen op zijn departement gericht moeten worden op 'het afwikkelen van de nederlaag'.

Bovendien zijn de verhoudingen tussen politiek en krijgsmacht verslechterd omdat de krijgsmacht volhoudt dat zij door de politiek met een onmogelijke taak was opgezadeld in Bosnië en omdat nu al maandenlang mede door politici schuldvragen boven het apparaat van Defensie blijven hangen. De toch al slechte onderlinge verhoudingen tussen met name landmacht en defensiestaf worden ook daardoor verder belast. De minister geeft bijna wekelijks de verzekering dat nu 'alle informatie' boven tafel is terwijl hij even later moet vaststellen dat nieuwe feiten over de gebeurtenissen in Srebrenica nieuwe antwoorden en maatregelen eisen.

Pagina 3: 'VN kan moeilijk neen zeggen'

Via Buitenlandse Zaken is nu aan het secretariaat van de Verenigde Naties gevraagd of de vier officieren van de hoofdkwartieren in Zagreb en Sarajevo en van het Noordoostelijk commando in Tuzla (brigade-generaal Nicolai, overste De Ruyter, kolonel De Jonge en kolonel Brantz) door de Kamer gehoord mogen worden. Dat antwoord komt nog deze week.

Het gaat volgens Voorhoeve om 'gevoelige informatie'. Maar Voorhoeve zelf heeft in het debriefingsrapport van de 400 Dutchbatters ook informatie verstrekt over de handelwijze van de VN in Bosnië. Voor het overleggen van documenten kreeg hij toestemming van de VN.

Mr. G.L. Coolen, bijzonder hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam, neemt aan dat de Verenigde Naties ook akkoord zullen gaan met dit verzoek. “De actie is afgelopen en militaire geheimen over de operatie doen er niet zo veel meer toe. Bovendien geloof ik helemaal niet dat er een samenzwering heeft plaats gevonden en dat het Nederlandse bataljon bewust door de VN in de steek is gelaten. Er is alleen een groot aantal fouten gemaakt”.

Ook in regeringskring verwacht men dat het secretariaat van de VN in New York toestemming zal geven aan de VN militairen om gehoord te worden. “Het is moeilijk voor de Verenigde Naties om achteraf neen te zeggen. Weliswaar staat in de Algemene Orders van de VN dat militairen voorzichtig moeten omgaan met informatie waarover zij kunnen beschikken maar dat geldt voornamelijk de veiligheid van de VN-troepen ter plekke. Als die operaties afgelopen zijn gaat dat niet meer op. Bovendien is er al veel informatie naar buiten gebracht, ook door de betrokken Nederlandse VN-militairen, dus de VN kunnen moeilijk volhouden dat er alsnog schade kan worden geleden”, zegt een kabinetsadviseur. “De VN is er zich van bewust dat er veel verwarring is gezaaid.”

Voorhoeve is van mening dat er bij een hoorzitting geen nieuwe feiten op tafel zullen komen en dat zij daarom niet nodig is. Hij wil vrijdag de staatsrechtelijke aspecten met zijn collega's bespreken. In artikel 68 van de Grondwet staat dat de informatieplicht aan de Kamer geldt voor ministers en staatssecretarissen. Volgens artikel 29 van het Reglement van Orde van de Kamer echter kunnen rijksambtenaren, dus ook militairen, door tussenkomst van de desbetreffende minister gehoord worden. De minister blijft verantwoordelijk voor hun optreden en de Kamer vindt dat zij het recht heeft het fijne te weten.