Uitgebreid egelrapport maken is een reuzenkarwei

ELS POEL (55) is beheerder van het egelopvanghuis in Amstelveen.

“Slappe stekels en volkomen in shocktoestand. Een verkeersslachtoffer. Ik heb hem een hele dag in mijn trui gedragen, om hem weer rustig te krijgen. Nu eet hij al weer een beetje vlees. In deze periode rijdt de dierenambulance af en aan met gevonden egeltjes, aangereden of veel te mager voor de winterslaap. Voor onderkoelde egeltjes staat altijd een hok klaar met een elektrisch dekentje.

“In 1981 brachten een paar jongetjes uit de buurt een ziek egeltje bij mij. Ze wisten dat ik van dieren hield. Of ik er misschien voor kon zorgen. Het jaar daarna waren het er drie. Toen heb ik een lange brief aan het ministerie van landbouw en visserij geschreven. Egeltjes zijn namelijk beschermde dieren. Om ze te mogen houden moet je een vergunning hebben. Nu maak ik van elke egel een uitgebreid rapport op. Per jaar zo'n honderdtachtig. Echt een reuzekarwei. De verzorging doe ik samen met drie andere vrijwilligers. Hokken schoonmaken, eten en medicijnen geven, de dierenarts bezoeken.

“Egels verzorgen is natuurlijk fantastisch nuttig, maar je moet ook preventief bezig zijn. Op de basischool geef ik egelles aan kinderen. Dat ze een egeltje bijvoorbeeld nooit een schoteltje melk mogen geven. Daarvan raken ze aan de diarree. En ik moet zeggen: hier in Amstelveen gaat het heel lekker. Kinderen zijn zich veel meer bewust van de gevaren voor egels. Ze gaan er ook niet meer mee voetballen. In Amsterdam gebeurt dat nog wel. Die kinderen beseffen niet dat het een beestje is, dat bang kan zijn en met een snelkloppend hartje.

“Ik doe het allemaal met veel liefde. Iedere keer als ik een paar egels naar de duinen of het Amsterdamse Bos wegbreng, denk ik: mooi, dat is weer gelukt.”