Onderzoek naar RaRa nadert zijn ontknoping

AMSTERDAM, 7 DEC. De RaRa-zaak nadert zijn ontknoping. Het openbaar ministerie in Den Haag beslist op korte termijn of het twee medewerkers van het Amsterdamse 'onderzoekscollectief' Opstand, die worden verdacht van betrokkenheid bij strafbare activiteiten van de actiegroep RaRa, strafrechtelijk gaat vervolgen. Officier van justitie N. Zandbergen hoopt dat nog dit jaar het gerechtelijk vooronderzoek tot een eind komt en er een besluit valt of de twee voor de rechter moeten verschijnen.

“Het gerechtelijk vooronderzoek is nog niet gesloten, maar ik verwacht en hoop, onder groot voorbehoud natuurlijk, dat de zaak nog dit jaar kan worden beëindigd”, aldus Zandbergen. Volgens de Haagse officier ligt “er nog wel een verdenking aan de zaak ten grondslag” van betrokkenheid met de RaRa-organisatie, maar die is “zuiver formeel”.

Ook de advocaat van de twee journalisten, T. Prakken, verwacht dat de zaak gauw wordt afgesloten. Prakken kan zich “echt niet voorstellen” dat justitie de twee verdachten zal dagvaarden. “Dat zou voor justitie een verloren zaak zijn”, aldus Prakken. “Het onderzoek blijkt niks meer in te houden. De vraag is wat justitie hiermee wil.”

De twee journalisten hebben geweigerd in te gaan op een uitnodiging van de Haagse rechter-commissaris om vragen te beantwoorden over de zaak. “Mijn cliënten zijn door het mediabeleid van justitie behoorlijk gecriminaliseerd en dan heeft het geen zin om in alle beslotenheid vragen van de rechter-commissaris te beantwoorden”, zei Prakken vanochtend. De twee Amsterdammers hebben vanaf het begin van de verdenkingen gesteld dat ze niets met RaRa van doen hebben.

De Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) wordt onder meer verantwoordelijk gehouden voor de bomaanslag op het woonhuis van staatssecretaris Kosto van justitie in november 1991 en de aanslag op het ministerie van sociale zaken in Den Haag in 1993. RaRa heeft de aanslag destijds door een zogeheten 'claimbrief' opgeëist.