Meeste Nederlanders zijn goed in taal

ZOETERMEER, 7 DEC. Tien procent van de Nederlandse volwassenen heeft grote problemen met de dagelijkse taal- en rekenvaardigheid: het begrijpen van een simpele tekst en het maken van eenvoudige rekensommen. Daar staat tegenover dat zestig procent van de bevolking kan voldoen aan de eisen van de moderne samenleving: het begrijpen van complexe formulieren en het kunnen combineren van verschillende informatiebronnen.

Dit blijkt uit een internationaal vergelijkend onderzoek van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) naar de vaardigheden van de bevolking tussen 15 en 65 jaar in de omgang met gedrukte informatie in zeven landen (Canada, Duitsland, Nederland, Polen, Verenigde Staten, Zweden, en Zwitserland), dat vandaag is gepubliceerd.

Uit de analyse van de OESO (Literacy, economy and society. Results of the first international adult literacy survey) blijkt dat Nederland het internationaal niet slecht doet in wat heet 'functionele geletterdheid': de omgang met schriftelijke informatie. In het algemeen halen Zweden en Duitsland de hoogste scores. In Zweden bevindt slechts zes procent van de volwassen bevolking zich op het laagste niveau, in Duitsland tien procent. In de Verenigde Staten gaat het om twintig procent, in Canada en Zwitserland om ongeveer vijftien, in Polen maar liefst om veertig procent van de bevolking. Op het middenniveau, dat volgens de Canadese regering, die het initiatief nam voor het onderzoek, het minimum is voor participatie in de moderne maatschappij, scoort Nederland het hoogst, met 45 procent. Deze vaardigheden zijn volgens de OESO van groot belang voor de economische ontwikkeling.

Opvallend is dat het hoogste niveau van 'functionele geletterdheid' in Nederland relatief weinig voorkomt. Twintig procent van de Nederlanders bevindt zich in rekenkundige vaardigheid op het hoogste niveau. Dat is minder dan vrijwel alle andere onderzochte landen, op Polen (7 procent) na. Zweden scoort het hoogst met 35 procent. Duitsland haalt bijvoorbeeld 23 procent en Amerika 22,5. Ook in taalvaardigheid moet Nederland op het hoogste niveau Zweden, Canada en de Verenigde Staten voor laten.

Voor Nederland werkte het Max Goote Kenniscentrum van de Universiteit van Amsterdam mee aan het onderzoek. Dit constateert dat Nederland een 'egalitair' patroon heeft, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten, dat veel meer een tweedeling kent: meer toptalenten, maar ook meer mensen op het laagste niveau. Een van de verklaringen die de Nederlandse onderzoekers opperen is dat het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs in vergelijking met andere landen goede resultaten boekt in 'functionele geletterdheid'. Maar het hoger onderwijs scoort relatief laag. “Als het gaat om het 'produceren' van mensen op het hoogste niveau komt Nederland vóór Polen, op de een na laatste plaats”, schrijven ze in een toelichting.

Het niveau van functionele geletterdheid hangt nauw samen met het genoten onderwijs, maar het is niet de enige factor. In Nederland halen relatief veel mensen (6,2 procent) met alleen basisschool toch het hoogste niveau. Alleen Zweden evenaart dit. In Canada is dat maar 1,2 procent, in Duitsland zelfs nul. Maar daar staat tegenover dat in Nederland van de mensen met de hoogste opleiding (HBO/universiteit) slechts een relatief gering aantal het hoogste niveau van 'functionele geletterdheid' haalt: 35 procent. In Canada en Duitsland bereikt bijna 50 procent van de hoogst opgeleiden het hoogste niveau, in Zweden ruim 60 procent.

Minister Ritzen (onderwijs), wiens ministerie aan het onderzoek meewerkte, zegt in een reactie “zeer tevreden” te zijn over de goede score, maar voegt er aan toe dat hij zelfs de relatief geringe groep (tien procent van de bevolking) die op het laagste niveau scoort, nog te groot vindt. Ook ziet hij in de relatief lage score op het hoogste niveau aanleiding voor diepgaand onderzoek. “Mogelijk wordt toptalent in Nederland te weinig gestimuleerd, maar een echte verklaring heb ik nog niet”, aldus Ritzen. Volgens ander OESO-onderzoek werkt in Nederland een relatief groot deel van de hoogopgeleide bevolking bij de overheid. Ritzen oppert dat deze mensen wellicht “daar onvoldoende uitgedaagd worden”.

Hoewel geletterdheid niet altijd samenvalt met het opleidingsniveau, heeft volgens de OESO het onderwijsbeleid wel grote invloed op de geletterdheid. Een mogelijke verklaring voor de relatief lage score van Nederland op het topniveau is dan ook het relatief lage onderwijsniveau van ouderen, dat uit eerder OESO-onderzoek bleek.