Kritiek op nieuwe beschermingsregels

ROTTERDAM, 7 DEC. De Nederlandse vakbeweging is tegen de versoepeling van de beschermingsmaatregelen tegen vijandige overnames van bedrijven die het kabinet op dit moment overweegt. De vier belangrijkste bonden FNV, CNV, MHP en AVC vinden dat de rechter bij een vijandige overnamepoging maar moet oordelen over de houdbaarheid van beschermingsmaatregelen.

De vier vakbonden (samen 1,7 miljoen leden) schrijven dat in een brief aan minister Zalm van financiën, die politiek verantwoordelijk is voor de versoepeling van de regels die nu vijandige overnames beperken. Door het ruime gebruik van beschermingsmaatregelen zijn vijandige overnames, waarbij een bedrijf een andere onderneming tegen de wil van de directie overneemt, in Nederland in tegenstelling tot de Angelsaksische wereld zeldzaam.

Aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde bedrijven mogen maximaal twee permanente beschermingswallen hebben tegen een vijandige overname, zoals certificaten van aandelen die beleggers geen stemrecht geven. Deze regels, die per 1 april officieel zijn verstreken, wil Zalm verminderen. De effectenbeurs en de belangenvereniging van beursgenoteerde bedrijven, de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen (VEUO), hebben Zalm een eind september een compromis gepresenteerd, maar de inhoud gaat hem niet ver genoeg. Waarom reageren de vakbonden nu pas? “Het is een weerbarstige materie”, zegt een woordvoerder.

De minister heeft problemen met de lengte van de procedure: eerst beoordeelt een deskundigencommissie de overname en vervolgens moet de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof vonnis vellen. Deze procedure kan pas van start gaan als een overnemer gedurende 18 maanden 70 procent van de aandelen van het doelwit bezit. Verder heeft Zalm problemen met het toetsingscriterium. De beurs en de VEUO hebben een neutraal criterium voorgesteld, Zalm ziet naar verluidt liever een norm die de overnemer een voorsprong geeft.

De vakbeweging keert zich nu, net als de VEUO eerder deed, tegen een norm die “het voordeel van de twijfel automatisch” laat toevallen “aan degene die een zekere meerderheid van het kapitaal verschaft”.

Het liefst zouden de vakbonden overigens helemaal afzien van een wettelijke regeling, omdat zij vinden dat er nu al voldoende rechtsmiddelen zijn die een overnemer kan gebruiken om beschermingsmaatregelente doorbreken. Verder zijn er “andere mechanismen” die ertoe bijdragen dat “onvoldoende gefundeerd verzet tegen een respectabele poging tot verwerving van de zeggenschap” in een bedrijf geen stand zal houden. De vakbeweging noemt als voorbeelden daarvan de intensievere relaties tussen bedrijven en professionele beleggers en de dreiging van reputatieverlies op de financiële markten.