KIPPEVLEUGELS MET JAPANSE SOJASAUS

In mijn moeders keuken was altijd sojasaus aanwezig, met name Japanse sojasaus. Het was ook altijd een bepaald merk, want de ene sojasaus is de andere niet. De sojasaus werd (en wordt) gesprenkeld over onder andere gebakken eieren, champignons en aubergine; de Bloody Mary wordt er mee op smaak gebracht en uiteraard wordt hij gebruikt voor roerbakschotels. Voor Japanse sojasaus maakt men eerst een mengsel (koji) van gestoomde sojabonen (voor de basissmaak) en geroosterde tarwe (voor kleur en aroma). De koji wordt vervolgens in pekel geweekt, waarbij door fermentatie en rijping het mengsel sojasaus wordt. Dit hele proces duurt zes maanden of langer. De eerste Japanse sojasaus werd door Nederlanders in de zeventiende eeuw naar Europa gebracht. Sinds kort wordt sojasaus in Nederland gemaakt voor de Europese markt. Onlangs werd een fabriek in Zoetermeer gevestigd en over twee jaar zal een sojasausfabriek in Hoogezand worden geopend. De benodigde sojabonen komen uit de Verenigde Staten, de tarwe komt uit Canada en alles wordt door personeel uit Japan gecontroleerd; een echt internationaal produkt!

Voor 4 personen: 1 kilogram kippevleugels

2 deciliter Japanse sojasaus

Doe de kippevleugels in een brede schaal en giet er sojasaus over. Dek de schaal af en laat de vleugels minstens 6 uur marineren, waarbij u ze regelmatig in de sojasaus omdraait. Verwarm de grill voor. Neem de kippevleugels uit de sojasaus en schik ze op een licht met olie ingevet rooster op een bakplaat. Schuif de bakplaat onder de grill en laat 15 tot 20 minuten grilleren, waarbij u de vleugels één keer omdraait. Dien onmiddellijk op.

    • Kim Maclean