Kinderdoding bij apen blijkt strijd tussen de sexen

Soms doden mannetjesapen het kind van een rivaal, om daarna bij de moeder - die na de dood van haar baby eerder weer vruchtbaar wordt - zelf een kind te verwekken. In termen van evolutie vertaald kan kindermoord voor mannetjesapen dus voordeel bieden. Maar vrouwtjesapen hebben er natuurlijk geen belang bij en zullen dus juist strategieën ontwikkelen om hun kroost te verdedigen en moordaanslagen te voorkomen. Dat stelt bioloog drs. Liesbeth Sterck, die op 4 december promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

Voor haar onderzoek verbleef ze tweeenhalf jaar in het Gunung Leuser Nationaal Park in Indonesië, waar ze in het wild levende apen observeerde. Ze keek er vooral naar de Thomaslangoer, die in groepjes van zes tot tien dieren leeft, en de Java-aap die in veel grotere groepen van 20 tot 50 exemplaren voorkomt.

Bij Java-apen blijven de vrouwelijke familieleden van generatie op generatie bij elkaar, zo ontdekte Liesbeth Sterck. De sociale verhoudingen tussen de vrouwtjes worden er vooral bepaald door ecologische factoren, zoals de concurrentie om voedsel en de kans om door een roofdier te worden gegrepen. Dat alles schept een sterke band tussen de vrouwtjes. Het gedrag van de mannelijke Java-apen wordt vooral bepaald door de mogelijkheden om met vrouwtjes te paren.

Bij de langoeren daarentegen is de concurrentie om voedsel minder groot, de vrouwtjes vormen een minder hechte groep en hebben meer bewegingsvrijheid. Soms trekken ze weg naar een andere groep, afhankelijk van de krachten de kwaliteit van de mannetjes in hun eigen groep. Als de leider zijn groepje niet goed kan verdedigen, neemt de kans op kindermoord door een indringer toe. Het vrouwtje zal dan eerder geneigd zijn een nieuw mannetje te kiezen, waardoor haar kind beter wordt beschermd.

Overigens komt kinderdoding bij de langoeren niet vaak voor. De onderzoekster vermoedt dat langoeren er onder ongestoorde omstandigheden in slagen dit te vermijden. In ongestoorde groepen kunnen vrouwtjes migreren om infanticide te voorkomen. Zo blijft de groep klein, waardoor ook de conflicten om voedsel verminderen. In gestoorde populaties daarentegen kunnen de vrouwtjes niet migreren, en worden de groepen groter, waardoor ook de concurrentie om het voedsel groter wordt en de kans op infanticide toeneemt.