Kapitalisme zonder dromen

SEATTLE. Bill Gates heeft in zijn jeugd heel wat potjes boter kaas en eieren gespeeld. Niet met zijn vriendjes, maar tegen computers. Dat begin is in de Microsoftvestiging in Seattle nog steeds te zien. Het is een soort campus, een uitgestrekt dorp dat op een half uur rijden van de binnenstad staat. Veel lage gebouwen in een strak architectonisch concept, en in de plattegrond duikt steeds weer het diagonale kruis van het kinderspelletje op. Dat zijn jongensdroom werkelijkheid is geworden, daar wil Bill graag voor uitkomen.

In zijn pas verschenen boek The Road Ahead geeft Gates zijn laatste dromen prijs. In zijn ogen gaat de hele wereld drastisch veranderen door nieuwe computertechnieken. Eigenlijk zijn die technieken er al, waar het nu nog op aankomt is het aanleggen van een elektronische snelweg die iedereen met iedereen en met alles in verbinding zal brengen. Gegevens, tekst, beelden en geluiden zullen op bestelling overal arriveren en dat zal een hoop gereis en getelefoneer overbodig maken.

Wat heeft dat nieuwe restaurant op het menu en wat kost het? Hoe ziet het er op dit moment op de Champs Elysées uit? Zijn goudvissen kleurenblind? De antwoorden op al die vragen zul je straks kunnen vinden in een apparaatje dat je bij je draagt en dat je als een portefeuille in je binnenzak steekt.

Gates ziet de electronic highway vooral als een markt, een plein waar vraag en aanbod elkaar bliksemsnel kunnen vinden. Friction-free capitalism noemt hij het. Je kunt straks in een oogopslag zien waar je de goedkoopste Toyota koopt, waar je een accountant kunt vinden die Chinees spreekt, en welk bedrijf je binnen 48 uur 10 ton staal kan leveren. Op de elektronische markt zal iedereen met iedereen kunnen concurreren, en dat betekent dat veel vertrouwde bescherming zal wegvallen. De loodgieter uit Amsterdam zal zich moeten wapenen tegen zijn collega's uit Amersfoort, de werkzoekende ingenieur uit Delft zal het straks tegen collega's uit Pakistan en Brazilië moeten opnemen.

Gates is geen Orwell, maar een zekere visionaire kracht kun je The Road Ahead niet ontzeggen. Als je het uit hebt denk je: ja, die kant zal het wel opgaan. De mensen zullen de elektronische markt willen zodra die beschikbaar is, en als die hun leven eenmaal veranderd heeft kunnen ze er niet meer buiten.

Gates heeft een sterke troef: hij heeft het al eerder bij het juiste eind gehad. Hij bedacht al vroeg dat er met software meer geld valt te verdienen dan met complete computers, en alles in Seattle bewijst dat hij dat goed heeft gezien. De wereldberoemde Gates is hier een local hero, een man die uit de stad zelf komt, er gebleven is en ervoor heeft gezorgd dat Seattle zo langzamerhand Silicon Valley heeft overvleugeld. Hij heeft zijn eigen column in de Seattle Post-Intelligencer, iedereen kan je het experimentele huis aanwijzen dat Gates op een steile rots laat bouwen en er is niemand die hem dat niet gunt.

Ook Liz Ursetti praat vol ontzag over de veertigjarige multimiljardair. “Het is een prachtkerel.” Ze staat op een winderige hoek in een dure winkelstraat. Ze verkoopt het decembernummer van Real Changel, een krant voor dakloze vrouwen. Liz is 47, ze ziet er uit als een lerares op een middelbare school. Ze heeft verschillende baantjes achter de rug. Ze haalde handtekeningen op voor een pressiegroep die aanstuurt op verruiming van de mogelijkheden om particuliere scholen te stichten. Dat bracht een halve dollar per handtekening op. Daarna had ze een baan als serveerster, maar het motel waar ze logeerde was te ver van het restaurant waar ze werkte en voor de bus had ze geen geld. Ze moest haar baan opzeggen en kon het motel niet meer betalen. Ze werd homeless. Ze slaapt nu in een zaal die door een katholieke instelling ter beschikking is gesteld. Maar overdag kan ze er niet terecht en om te douchen moet ze eerst een kwartier met de bus.

Eens was haar leven niet slecht. Ze werkte als journalist bij The Macon News, een krant in Macon, Georgia. Maar ze had drie zwakke punten. Ze had een depressieve aanleg, ze trouwde steeds met de verkeerde mannen en ze dronk. “Opeens was een sixpack per dag niet meer genoeg. Dan stapte ik 's avonds nog in de auto om bier in te slaan. Terwijl ik wist: Liz, je moet morgen weer fris zijn, je kunt geen kater hebben.” Ze raakte haar baan kwijt, maar kreeg een invaliditeitsuitkering. Ze begon aan een tocht die haar van het uiterste zuidoosten van de Verenigde Staten naar het uiterste noordwesten zou brengen. Halverwege, in Denver, had ze een paar stabiele jaren. Haar uitkering was 400 dollar per maand, plus voedselbonnen en vergoeding van medische kosten. Liz sloot zich aan bij de AA en zwoer de drank af. Ze staat nu acht jaar droog.

Toen raakte ze haar uitkering kwijt. Haar huis kon ze niet meer betalen en weer trok ze verder. Ze heeft in haar hoofd gezet dat haar toekomst in Alaska ligt. Naar Fairbanks wil ze, en daar een bestaan opbouwen als corrector. Het is er nu nog erg koud, maar als de lente begint vertrekt ze.

Liz is een avonturier en ze staat daarmee in een Amerikaanse traditie. Zelfs Bill Gates is er in zekere zin een produkt van. Zijn overgrootvader waagde in 1880 de grote overstap van de oostkust - Pennsylvania in zijn geval - naar het westen. Hij vestigde zich in Seattle en trok later met de goudzoekers mee, óók naar Alaska.

Voor die types zal er in het tijdperk van het frictievrije kapitalisme geen plaats meer zijn. Liz zou haar correctiewerk voor die uitgeverij in Alaska gewoon in het diepe zuiden hebben kunnen afhandelen. Of ze zou dáár al gezien hebben dat ze in Fairbanks helemaal geen behoefte aan correctoren hebben. Het kapitalisme zonder frictie is ook een kapitalisme zonder dromen. Maar zover is het nog niet. In de tussentijd is de frictie tussen vraag en aanbod een doorn in het oog van de perfectionisten, en een niche voor gelukzoekers.