IDFA in teken van tegenstellingen

Fiddlefest, vrijdag Alfa 1, 20u30; Fisiologija Roeskoi zjizni, vrijdag Alfa 2, 20u15.

AMSTERDAM, 7 DEC. Als de achtste editie van het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) vanavond officieel wordt geopend met de wereldpremière van Jörgen Leths Haïti. Uden titel/Haïti Untitled, is het festival feitelijk al een dag bezig. De reden van deze ongebruikelijke gang van zaken is dat gisteravond in Tuschinski de nieuwe James-Bondfilm GoldenEye een galapremière beleefde en dat het Pathé-bioscoopconcern niet vond dat op dezelfde avond in een van zijn andere zalen ook een ander feestje plaats kon vinden.

Binnen de grenzen van het IDFA blijkt het wel mogelijk totaal tegengestelde films tegenover elkaar te zetten. Zo zijn er morgenavond tegelijkertijd in de naast elkaar gelegen zalen Alfa 1 en Alfa 2 de premières van de competitiefilms Fiddlefest - Roberta Guaspari-Tzavaras and her East Harlem Violin Project van Allan Miller en Fisiologija Roeskoi zjizni/Fysiologie van het Russische leven van Igor Alimpijev. Beide behoren tot al jarenlang in het IDFA-programma vertegenwoordigde tradities. De eerste, Amerikaanse documentaire is van het soort dat ook de keuzeheren van de Oscars graag zien: een typische sociaal bewogen feelgood-movie, die de muzikale vreugde van From Mao to Mozart - Isaac Stern in China kruist met de boodschap dat gedepriveerde Amerikaanse schoolkinderen met trots en gevoel van eigenwaarde geïndoctrineerd dienen te worden. De violiste en muziekpedagoge Guaspari-Tzavaras selecteert daarom door loting op drie New-Yorkse basisscholen jonge deelnemers aan haar vioolproject, die door hard werken en bevlogen training bevrediging ervaren in het musiceren. Als de besten van hen aan het slot van de film op het podium van de Carnegie Hall optreden in gezelschap van onder meer Isaac Stern en Itzhak Perlman, moeten niet alleen hun ouders, maar ook filmkijkers die niet van steen zijn een traantje wegpinken. Een ordinaire vraag als wie al die violen betaalt, past niet in deze documentaire traditie.

De Rus Igor Alimpijev was een paar jaar geleden op het Amsterdamse festival met zijn film Afrikanskaja ochod/Afrikaanse jacht, een compilatie van archiefmateriaal uit de Afrikaanse savannen en een aan die beelden gerelateerde analyse van de wreedheid van het Sovjet-systeem. Alimpijev wil door intelligente associaties eerder het denken dan het voelen van de toeschouwer stimuleren, hetgeen onverwachte poëzie overigens niet uitsluit. Dit keer verzamelde hij beelden uit leven en werk van de Russische geleerde Ivan Petrovitsj Pavlov (1849-1936), de grondlegger van de op de geconditioneerde reflex gebaseerde, behaviouristische psychologie. De beelden van op het geluid van een bel kwijlende hondjes in een experimenteel tuigje en opgehangen kikkers zijn al curieus en prikkelend, maar door de associatie met gedrilde massa's en de pogingen van Stalin om Pavlov in te lijven bij zijn eigen gedachtengoed, leveren ze een scherpzinnig politiek commentaar. De merkwaardige beelden, die uit een aflevering van de Filmmuseumserie Cinema Perdu zouden kunnen stammen, zorgen vanzelf voor ontroering en huivering.

Als ik zou moeten kiezen tussen beide documentaires, is de klinische presentatie van een afschuwelijke wereldbeschouwing me liever dan de hommage aan een weldenkende en beschaafde maatschappijopvatting. Maar beide soorten documentaires vonden terecht een plaatsje in de competitie om de Joris Ivens Award.