Het menselijk decor; 'Een figurant moet niet moeilijk doen'

Knap hoeven ze niet te zijn, heel gewoon is ook interessant, want multi-inzetbaar. Ze moeten vooral over tijd en geduld beschikken, en over veerkracht. “Als ze je nodig hebben, dan roepen ze je wel. Anders niet.”

Arjan Boot Casting, Bloemgracht 121 Amsterdam. Inl 020-6262626. FTV Casting, Westzeedijk 104 Rotterdam. Inl 010-4369596.

Het vuistdikke castingboek van Arjan Boot is een Hollandse portrettengalerij van de jaren negentig. Duizend mensen, in vrijwel alle leeftijden, maten en kleuren, bieden zich in dit boek aan om te figureren in films, televisieseries en reclamespotjes. Zij kijken de lens van de fotograaf in alsof ze thuis, in een goede bui, voor de spiegel staan.

Knap zijn ze zeker niet allemaal. Dat hoeft ook niet. Wie een interessante kop heeft (vrijwel iedereen dus), en zoals dat heet regisseerbaar is, komt in aanmerking voor figuratie. Maar hoe zeldzamer je uiterlijke kenmerken - tattoo's, piercings, uitpuilend vet, spierbundels, één been, maf haar - hoe meer je eruit springt. Met deze mensen wil Arjan Boot zich onderscheiden. Niet voor niets presenteert hij zijn vreemdste modellen op de kaft van zijn boek als een circusgezelschap.

Boot, die veel voor tv en reclame doet, heeft ongeveer vijfentwintigduizend modellen in zijn bestand. Die hoeven geen inschrijfgeld te betalen. Ze hebben dan ook geen garantie op werk. “Zakenmensen zet ik het makkelijkst weg”, zegt Boot, gezeten achter een gigantisch bureau in zijn kantoor. “Daar is altijd vraag naar. Iemand als Jan Timmer bijvoorbeeld, zou ik heel vaak kunnen wegzetten.”

Modellen die te hoge verwachtingen hebben over hun carrière, remt Boot af door duidelijk te zijn. “Tussen wat een model in zijn hoofd heeft en wat er in werkelijkheid is, kan een grote kloof bestaan. Als mensen meteen hun baan willen opzeggen, probeer ik ze daarvan te weerhouden. Lui die honderd keer per dag aan de telefoon hangen om te vragen of er nog iets voor ze is, krijgen hun foto's terug.”

Zijn er figuranten nodig die hij niet bij de hand heeft, dan gaat Boot de straat op. Voor zwervers treft hij een regeling met een opvangtehuis. “Het is niet moeilijk om zwervers te vinden. Wel om afspraken met hen te maken. Sommige zwervers zijn niet regisseerbaar.” Boot wil zelf nog wel, indien nodig, invallen als junkie.

Hele gewone mensen zijn ook interessant, want multi-inzetbaar. Theo (45) uit Koog aan de Zaan omschrijft zijn voorkomen als “vrij algemeen”. Theo zit vanaf 's ochtends vroeg op een luie stoel te wachten tot hij aan de beurt is voor de opnames van een EO-televisieserie in een IJmuidens ziekenhuis. Van beroep is hij parttime computer-operator. Vier jaar geleden schreef hij zichzelf en zijn gezin in bij een aantal castingbureaus. Samen met vrouw, zoon en dochter gaat hij door voor een 'jaren vijftig gezinnetje'. Dankzij zijn snor figureert hij als politie-agent, parketwacht, conducteur, piloot of een andere geuniformeerde functie. Nu treedt hij op als dokter en warempel, zodra Theo een witte jas aantrekt, wordt hij er een, zelfs in de manier waarop hij loopt.

“Ik zie het als een aardig uitje”, zegt Theo. “Rijk word je er niet van.” Een ruime reiskostenvergoeding is meestal het enige wat figuranten krijgen. Behalve als ze reclamewerk doen, dan kan het oplopen. Ontspannen brengt Theo de tijd door met Ada, zijn vriendin en “filmvrouw”. Ada doet het pas sinds kort - veel meer dan “passant” zit er voor haar nog niet in - maar: “het eten is goed.”

Theo weet dat de sfeer in de studio van soapserie's soms om te snijden is. “Daar is nogal wat onderlinge kift tussen figuranten. Wie het meeste gedaan heeft, is de baas. Een figurant met tekst ziet een figurant zonder tekst niet staan. Maar als ik vertel waar ik allemaal in heb gezeten zijn ze meteen stil.”

FTV casting levert figuranten aan veel Nederlandse films. Elke week is er een vrij inloopuurtje. Zwaar opgedofte meisjes, een roodharige vrouw, een melkblond meisje met haar hoogblonde moeder, maar ook mannen melden zich. Met baard, zonder baard, breed, smal, klein en lang. Ze vullen hun personalia in op een formulier, dat hen bij voorbaat als “talent” betitelt. Giechelend neemt een stel Surinaamse meisjes elkaars maten op. Over de vraag naar “speciale vaardigheden” wordt lang gedubt. Nog moeilijker is de vraag op wie je lijkt, of op wie je vindt dat je lijkt. De suggesties vliegen over tafel. Op Ad Visser. Op Patrick Kluivert. Op een jood. Op fotomodel Eugenie. Op mezelf. Op niemand.

FTV-directeur Janek Boerland noemt zijn werk “schilderen met mensen”. De figuranten uit films als De Vliegende Hollander, Walhalla, Filmpje!, Advocaat van de Hanen en veel Peter Greenaway's zijn uit zijn stal afkomstig. TV-series als In de Vlaamsche Pot, Jiskefet en 30 minuten doet Boerland ook, maar film vindt hij het aardigst.

“Met Peter Greenaway heb ik bizarre dingen meegemaakt”, zegt Boerland. “Zaten er voor een scene drie oude mannen in een bad, dan vroeg Greenaway of er misschien nog een paardehoofd bij kon. Omdat ik hem een integere regisseur vind, ga ik een heel eind met hem mee. Het grappige is dat hij toegeeft dat hij in Engeland nooit al die naakte lijven bij elkaar zou krijgen.” Boerland schat dat ongeveer eenderde van zijn bestand van 15.000 mensen bereid is uit de kleren te gaan voor een figuratie.

Ruud, een besnorde veertiger, is een van hen. Zijn “speciale vaardigheid” heet SM. Van beroep is hij gemeenteambtenaar in Rotterdam, maar voor een rolletje neemt hij graag vrij. In Den Haag, op de set van De Jurk, de nieuwe film van Alex van Warmerdam, staat hij met veertig anderen te kleumen op de ijsbaan. Dat was wel anders bij de figuratie voor een aflevering van Seth en Fiona, toen ging hij in zijn blote kont over het podium.

Volgens Ruud moeten figuranten behalve over tijd en geduld ook beschikken over een grote dosis veerkracht. “Een figurant moet niet moeilijk gaan zitten doen. Als ze je nodig hebben, dan roepen ze je wel. Anders niet.” Te veel eigen initiatief van figuranten wordt niet op prijs gesteld.

Als ervaren (edel)figurant heeft Ruud nog wel enige kritiek op filmproducenten en regisseurs. “Ze vergeten hoe belangrijk we zijn voor de opnames. Zonder figuranten zijn ze nergens. Eigenlijk vind ik dat ze alle figuranten dan ook voor de première een gratis screening moeten aanbieden.”

Een man en een vrouw van middelbare leeftijd lopen als echtpaar een laantje op en neer. De man, Gerard, figureert al een jaar of acht. Over de vraag of hij in beeld komt maakt hij zich al lang niet meer druk. “Soms zeggen ze dat het een close up wordt, maar dan blijkt later dat ze alleen maar de camera instellen. En bij de uiteindelijke film is het altijd afwachten hoeveel ze er uit hebben geknipt.” Gerard figureerde ook in de Vliegende Hollander, maar hij is de film nooit gaan bekijken.

Van Warmerdam heeft voor de figuratie van De Jurk nagenoeg zijn voltallige familie ingeschakeld. Zoontje Mees en neefje Martin moeten sleëen. Ze ontkennen dat ze zenuwachtig zijn, maar ze staan te draaien en te drentelen in afwachting van de opnames. Op de vraag, tussen de repetities door, of ze filmster willen worden, antwoorden ze wederom ontkennend. Maar iedereen wil toch filmster worden? Tja, als dat zo is, dan willen ze ook wel. “Ik wil op tv komen”, besluit een nichtje dat erbij staat, “maar De Jurk komt pas in '97.”