Erasmus in Griekenland

Onder de titel 'Desiderius Erasmus en zijn bijdrage tot de studie van de Griekse klassieken' is deze maand in het Atheense Goethe Instituut een symposion gehouden, georganiseerd door het Nederlandse Instituut in Athene, dat de laatste jaren een opmerkelijke activiteit ten toon spreidt.

Een van de bedoelingen van het symposion was een aantal misverstanden op te ruimen die in Griekenland aangaande Erasmus hebben postgevat. Diens in 1528 uitgekomen, in het Latijn geschreven 'Dialoog over de juiste uitspraak van het Latijn en Grieks' bevat theorieën die bij vele moderne Grieken in het verkeerde keelgat zijn geschoten. Zelfs bestaat er een 'Anti Erasmiaans Verbond'.

Het Grieks heeft sinds de Oudheid een ingrijpende ontwikkeling doorgemaakt, zowel op het gebied van uitspraak, syntaxis als woordenschat. Zo wordt de oude klinker èta niet meer langer als è uitgesproken, maar - waarschijnlijk al sinds het begin van de jaartelling - als i. In deze ontwikkeling, die iotacisme wordt genoemd, zijn ook de klassieke ypsilon alsmede de oude tweeklanken ei en oi betrokken. Het Griekse woord voor poëzie wordt nu uitgesproken als piïsi. In dialecten hoort men dat zelfs de e een i kan worden.

Erasmus stelt dat in het Oudgrieks de èta als è moet worden uitgesproken, ai, ei, oi en eu als tweeklanken, etcetera. De huidige Grieken daarentegen spreken het Oudgrieks uit op de wijze van het Nieuwgrieks. In Erasmus zien zij de man die zich niet interesseerde voor de levende talen - inderdaad had hij een zekere minachting voor levende talen als het Engels, Nederlands, Fries - maar ook als degene die loochent dat het Grieks een continue ontwikkeling heeft doorgemaakt. Een continuïteit waar de Grieken juist zo trots op zijn. Tussen het Latijn en het Italiaans bestaat een grote caesuur - veroorzaakt door de Longobarden - terwijl de ontwikkeling van het Grieks van eeuw tot eeuw geleidelijk is verlopen.

Zelfs de grote Griekse dichter en Nobelprijswinnaar Sefèris heeft zich tegen Erasmus uitgelaten. De Oudheid hoeft niet hersteld te worden, zo zei hij, want zij gaat nog steeds door. Erasmus wordt door veel Grieken in één adem genoemd met de beruchte Duitser Fallmerayer, die in de negentiende eeuw poneerde dat er 'geen druppel Grieks bloed' meer door de aderen van de huidige bewoners van Griekenland stroomt.

Emmer

Een artikel in het gerespecteerde literaire maandblad Diavázo (ik lees) van oktober 1992, van de hand van een zekere Kyriazópoulos, deed de emmer overlopen. Daarin wordt Grieken-hater Erasmus - wiens voornaam verkeerd wordt gespeld - onder andere terloops verweten dat hij zich niet heeft verzet tegen de Nederlandse koloniale politiek, die meer dan een eeuw na zijn dood begon. Hij moge hebben bijgedragen tot de westerse renaissance, het Griekse erfgoed heeft hij geplunderd, aldus de schrijver. De in Athene levende Nederlandse Andriëtte Stathi-Schoorel kwam met een weerwoord en zij heeft ook sterk bijgedragen tot het nu gehouden symposion. Zij streefde naar een 'einde der zotheid'.

Hoewel de publiciteit in de Griekstalige pers nihil was, was de belangstelling, vooral voor de middagzittingen, behoorlijk groot. In vier ochtendlezingen werd door experts uit binnen- en buitenland een beeld gegeven van de Griekse studies in de vijftiende eeuw. Die stonden nog in de kinderschoenen toen Erasmus begon met zijn uitvoerige vertaalarbeid, dat onder andere het Nieuwe Testament en twee tragedies van Euripides omvat. In de lezing van professor Panáyotakis werd een vermakelijke beschrijving gegeven van de wat moeizame verhouding die Erasmus in Parijs had met de Griekse leermeester op wie hij was aangewezen, Jorgos Ermenímos. Van de spreker kreeg deze een zeker eerherstel. Erasmus had geen goed woord voor hem over en noemde hem onder andere een 'dubbele Griek'. Maar op deze enigszins anti-Griekse uitlating gaan de verwijten van de Anti-Erasmianen niet terug.

In de middaglezingen kwam het eigenlijke probleem van de uitspraak aan de orde. Professor Babiniótis van de Universiteit van Athene verdedigde in grote lijnen Erasmus' ideeën. Erkenning van de grote verschuivingen die zich in de uitspraak hebben voltrokken - en die in sommige gevallen tot de vijfde eeuw voor Christus teruggaan - betekent niet loochening van de continuïteit van de taal, zo betoogde hij. Hij wees er ook op dat Erasmus niet uit was op invoering van zijn ideeën in het lesrooster: deze begon pas dertig jaar later in Engeland.

Als argument voor Erasmus' theorieën voerde Babiniótis ook het geblaat van de schapen aan, waarvoor een klassieke Griekse tekst de èta gebruikt - hetgeen door Erasmus zelf nog niet eens was ontdekt. In de discussie kwam iemand met het tegenargument dat dierengeluiden verschillend worden weergegeven, zo horen sommige talen een g in het gemiauw van een kat en o's in het gekraai van een haan (cocorico). Maar in het geval van blaten van schapen lijkt geen misverstand mogelijk.

Pedagogische aspecten

Professor Aerts van de Universiteit van Groningen analyseerde in de slotlezing de pedagogische aspecten van de Dialoog, die in Griekenland nog door zowat niemand is gelezen. Ook hij pleitte voor het handhaven in het Westeuropese onderwijs van de Erasmiaanse regels, die een behoud waarborgen van de muzikale waarden van het Oudgrieks. Het metrum en het hoog-en-laag van de lettergrepen dat in de Hellenistische tijd verloren is gegaan, waardoor Alexandrijnse geleerden de accenten moesten invoeren die zo karakteristiek zijn voor het Nieuwgrieks.

Natuurlijk hoeft het onderwijs in Griekenland zelf zich niet alsnog te onderwerpen aan de Erasmiaanse regels, zo zei hij. Maar in de discussie kwam iemand naar voren die eigenlijk geen antwoord kreeg op zijn vraag: moeten wij Grieken het dan zonder die muzikale waarden van de oude taal doen?

De discussie, waarvan velen een veldslag hadden verwacht, viel overigens vrij rustig uit. Het Anti-Erasmiaans Verbond en figuren als Kyriazópoulos lieten het afweten. Iemand herinnerde eraan dat de Nieuwgriekse uitspraak van het Oudgrieks wèl is ingevoerd in Noord- en Zuid-Amerika. Twee mismoedige opmerkingen onder het motto 'Waar praten we eigenlijk over?' verwekten hilariteit. Lezinghouder professor IJsewijn uit Leuven memoreerde dat het onderwijs van het Oudgrieks alom op de terugweg is. En een Griekse dame herinnerde eraan dat hetzelfde onderwijs aan de Griekse scholen zowat is afgeschaft.