Een gevolg van hard werken

HET LIEP GISTEREN met de boerenactie even uit de hand. De organisatoren hadden een escalatieplan bedacht dat voor die dag voorzag in afschrikking: tractoren langs de weg met de neus gericht naar Den Haag waren bedoeld als waarschuwingssignaal van wat komen gaat. Als de Kamer het mestprobleem niet wat meer benadert vanuit de agrarische hoek staat het Binnenhof en het verkeer in de Randstad het nodige ongerief te wachten. Maar boeren gaan hun eigen weg, ook als zij demonstreren. Zo kreeg de provincie gistermiddag nog meer verstoppingen op de autowegen te verduren dan gebruikelijk.

Van landbouw en veeteelt zijn bekend de melkplassen en de vlees- en boterbergen. Zij waren destijds het gevolg van de Europese landbouwpolitiek die niet, zoals was voorgenomen, tot één agrarische markt had geleid, maar tot een chronisch overschotten scheppend en geldverslindend, oncontroleerbaar apparaat. Met veel moeite en het brengen van offers is er orde op zaken gesteld. Het mestoverschot is, zoals de meeste milieuproblemen, nauwelijks onder controle te brengen met behulp van de markt. Waar de overschotten bestreden konden worden met deregulering, daar moet de groei van de landelijke mesthoop juist met regelgeving worden teruggedrongen.

HET MESTVRAAGSTUK is het resultaat van hard werken en puik ondernemerschap. De boeren op de arme bodem van oost en zuidelijk Nederland is geleerd hoe je op een kleine lap grond veel geld kunt verdienen. Met intensieve veehouderij, dat wel. De nieuwe technieken en de stimuleringskredieten werden aangeleverd, een volksdeel dat vooral bittere armoede had gekend, trok vervolgens zichzelf aan de haren op naar een niveau waar de traditionele hereboeren jaloers op waren. Er zou niets aan de hand zijn geweest, als niet de nieuwe welvaart vergezeld was gegaan van een afvalprobleem van ongekende omvang.

Bemesting is een van de oudste vormen van 'recycling', van het weer op nuttige wijze in omloop brengen van bij de produktie verkregen afvalstoffen. Maar de samenstelling van de mest is als gevolg van de moderne veevoederleer, zelf weer het resultaat van de agrarische industrialisatie, sterk veranderd. Mineralen zijn goed voor de grond, maar te veel is gif voor bodem en waterhuishouding, en er is veel te veel. Met het bijhouden van een mineralenboekhouding dient de intensieve-veehouder zich tegenover de autoriteiten te verantwoorden, beperking van de periode waarin mest mag worden 'uitgereden' moet hem dwingen orde op zaken te houden. Maar al die bijkomende regelgeving ervaart de boer voor wat het is: een belemmering om uit zijn bedrijf te halen wat er in zit. En juist die manier van werken heeft hem zijn welvaart gebracht.

DUS KLIMT DE BOER op zijn tractor om overheid en volk nog eens goed duidelijk te maken hoe onrechtvaardig hij wordt behandeld. Dat is teleurstellend want met intimidatie van de samenleving wordt het mestvraagstuk niet opgelost. De intensieve-veehouder, de varkensmester voorop, en het milieu zijn samen slachtoffer van de wet van verzadiging. De negatieve gevolgen van de bodem- en watervervuiling gaan immers niet voorbij aan het agrarische bedrijf.

De zachte heelmeester die de overheid al die jaren is geweest, heeft etterende wonden nagelaten. De organisaties van het agrarische maatschappelijke middenveld hebben met hun lang volgehouden verdoezelende uitspraken hun geloofwaardigheid bij de achterban verloren. De radicalisering van wat oorspronkelijk de onderkant van de boerenstand was, is van dat alles de bedorven vrucht.

Aan verregaande inkrimping van 's lands mesthoop valt niet te ontkomen. Het zou een goed ding zijn als de actievoerders van vandaag vanaf morgen daaraan hun medewerking zouden verlenen. Al was het maar omdat zij zichzelf en hun problemen ernstig willen nemen.