Een geldig excuus

Veel vrouwen - de goede niet te na gesproken - hebben de nare gewoonte een eind aan de liefdesrelatie te maken wanneer hun partner van huis is. Hoe verder weg hoe groter de kans dat het uitraakt. Ben je voor een weekje naar Gent, dan is de kans op een bonsbrief beduidend kleiner dan wanneer je zes maanden door het Caraïbisch gebied toert. Het waarom is mij niet helemaal duidelijk maar ik vermoed dat de oorzaak van deze zeemanstragiek schuilt in het feit dat zulk soort vrouwen eenvoudigweg niet opgewassen is tegen de tegenwerpingen die hun man of vriend zal aansnijden om haar beslissing ongedaan te maken. Niettemin blijft het voor de man een uiterst pijnlijke aangelegenheid omdat hij machteloos staat tegen het onrecht wat hem door een zoveelste loeder is aangedaan. Ik zeg 'het zoveelste loeder' omdat - zoals er altijd mannen zijn die er telkens weer met beide benen blijven intrappen - er ook vrouwen zullen zijn die zich van zulk soort streken bedienen. Na deze reis zal hij op de volgende weer precies zo'n brief van een andere vrouw kunnen tegemoetzien, omdat hij nu eenmaal de sufferd is die hij moet zijn. Gelukkig zijn de meeste mannen snel over de klap heen wanneer de volgende haven wordt aangedaan en zij zich ongeremd kunnen uitleven. Iets wat deels weer te danken is aan die vrouwen, omdat de meesten vrij kort na vertrek de brief schrijven.

Extra verdrietig is het natuurlijk voor de man die van de zes-maandenreis er ruim vijf monogaam is gebleven en een paar dagen voor thuiskomst hoort dat het voorbij is. Maar die gevallen zijn zeldzaam en vallen louter grote schlemielen ten deel. Een nog grotere zeldzaamheid vormen de mannen die met de brief geen genoegen nemen en stante pede naar huis moeten. Iets wat een flink eind op zee een groot probleem kan zijn.

Tony Wit was een knappe jongen om te zien, muntte uit in onberispelijk gedrag - twee dingen die voor een marineman toch onalledaags genoemd mogen worden - en woonde ergens in een klein dorp in Limburg, waar hij al sinds de middelbare school verkering had met een meisje met de Fleur. Een jaar geleden hadden ze zich verloofd en een maand na Tony's thuiskomst zouden ze trouwen. Alles was al in kannen en kruiken, het enige wat nog ontbrak was Tony.

De reis zou twee maanden duren en voerde door de Middellandse Zee, langs de Canarische eilanden en via Frankrijk en Engeland terug naar huis. In de derde week, varend door de Straat van Gibraltar, waar we door de verrekijker turend de apen op de rotsen zagen zitten, zat Tony's onheil al in de postzak die diezelfde middag aan boord zou worden gebracht.

Ontroostbaar! Meer woorden waren er voor Tony niet voorhanden. Nog nooit hadden we een jongen zo verscheurd en gebroken ineen zien storten als toen. We lieten hem een uurtje alleen in de hoop dat hij zich snel zou herwinnen - maar tevergeefs. Al binnen een kwartier kon de dokter er met een kalmeringsspuit achteraan. Hij had zich in de hut van de commandant opgesloten en eiste onmiddellijke repatriëring. Veel heen en weer gepraat mocht niet baten. Pas toen de dokter uitlegde dat alleen ernstig zieken en gewonden naar huis werden vervoerd, ging Tony een lichtje op. Hij stond op en begon als een bezetene met zijn rechterscheenbeen tegen de stalen deurpost te trappen. Na een paar doffe schoppen kwam het bloed door zijn broek naar buiten en slaagde hij erin het been te breken. De pijn van de breuk bleek draaglijker dan de pijn in Tony's hart.

Tony kon alsnog naar huis, al was alle moeite - zo hoorden we later - voor niets.