Defensie houdt uitverkoop: tanks, houwitsers, heli's

DEN HAAG, 7 DEC. Wie lang genoeg wacht kan zelfs bij het ministerie van defensie interessante koopjes halen. Moest een afgedankte Fokker F27 aan het begin van de jaren negentig nog rond de twee miljoen gulden opbrengen, nu is zo'n propellor-toestel al te koop voor 700.000 gulden. En met een beetje praten mag het waarschijnlijk voor een half miljoen weg. Gespreide betaling is mogelijk.

Het in 1961 gebouwde vliegtuig met 12.000 vlieguren is een van de 25 aanbiedingen in een losbladige kleurenbrochure van het Nederlandse ministerie van defensie. Van elke aanbieding, variërend van Alouette-helikopter (300.000 gulden) tot Leopard-tank (1 miljoen gulden), zijn meer exemplaren verkrijgbaar.

Marine, luchtmacht en landmacht, de drie onderdelen van de krijgsmacht, hebben materieel te koop. De landmacht wel het meest. Een 155 millimeter houwitser is te koop voor een miljoen gulden. Een ouder model moet twee ton opbrengen. De vraagprijs van een pantservoertuig, met 25 millimeter mitrailleur, is 150.000 gulden. Voor de helft van dit bedrag is een gevechtskoepel verkrijgbaar.

Er is nog veel meer, zo blijkt uit een ander boekwerk dat het ministerie ieder jaar naar de Tweede Kamer stuurt: het Overzicht Materieelprojecten. In de editie van 1996 staan alle spullen waar de krijgsmacht van af wil op zeventig pagina's beschreven - een klein deel, zoals een partij handgranaten of ouderwetse geweren, zal worden vernietigd. Volgend jaar gaan bijna tweehonderd rupsvoertuigen in de aanbieding (à 200.000 gulden per stuk) en bijna evenveel Leopard-gevechtstanks voor 100.000 gulden per stuk. “Reserveonderdelen voor vijftig procent van de nieuwprijs”, staat er bij.

Afdankers van Defensie worden over de hele wereld verkocht. Deze week keurde het kabinet de levering van tanks en vrachtwagens aan Botswana goed. Een transactie waarmee ten minste evenveel geld is gemoeid als het land aan ontwikkelingsgeld uit Nederland ontvangt: 10 miljoen gulden. Binnenkort levert Defensie de bestelling van Botswana af: vijftig Leopard-tanks, tweehonderd vrachtwagens en anti-tankgeschut.

Het massaal afstoten van militair materieel is mede een gevolg van het CFE-verdrag tot beperking van conventionele bewapening in Europa. Verder spelen de nieuwe Oost-Westverhoudingen, bezuinigingen, reorganisatie en natuurlijk modernisering van de krijgsmacht een rol.

“De opbrengst wordt aangewend voor nieuwe investeringen, de luchtmobiele brigade inbegrepen”, aldus de woordvoerder van het ministerie van defensie. Deze ontwikkelingen doen zich in zo'n beetje alle NAVO-landen tegelijk voor, wat de druk op de internationale wapenmarkt vergroot.

Pagina 2: Leger dumpt spullen niet aan iedereen Met leveringen aan ontwikkelingslanden is het afzetgebied voor het tweedehands wapentuig behoorlijk uitgebreid. In juni 1993 is tussen kabinet en Tweede Kamer afgesproken dat koop-overeenkomsten met ontwikkelingslanden worden getoetst in overleg met de minister van ontwikkelingssamenwerking. Bij landen “met een bovenmatige defensie-inspanning” dient Defensie terughoudend te zijn bij het leveren van materieel, zo deelde staatssecretaris Van Voorst tot Voorst toen mee. Om die reden verzette minister Pronk zich aanvankelijk tegen de levering aan Botswana, maar begin deze week ging hij alsnog akkoord, overtuigd door het argument dat het materieel bestemd is voor vredesoperaties.

Een interdepartementale commissie moet erop toezien dat het gedumpte militaire materieel niet in verkeerde handen valt en snel en voor een goede prijs wordt verkocht. In de commissie hebben ambtenaren zitting van de meest betrokken ministeries (Defensie, Financiën, Buitenlandse Zaken en Economische Zaken), die gezamenlijk de beslissing nemen over de verkoop. De uitvoering van de soms omvangrijke transacties ligt bij de Dienst Domeinen van het ministerie van financiën. Het ministerie van defensie kan evenwel zelfstandig onderhandelen en principe-akkoorden sluiten. Bij strategische goederen (meestal wapentuig) moet Economische Zaken nagaan of de nodige exportvergunningen kunnen worden verleend.

Staatssecretaris van financiën Van Amelsvoort schreef in het najaar van 1991 aan de Tweede Kamer dat legerspullen “niet altijd marktconform” verkocht kunnen worden “ten gevolge van internationale verdragen”. Deze beperking verhindert in veel gevallen dat een maximale opbrengst wordt gehaald. “De regering is immers niet bereid om dit soort goederen aan elke beschikbare klant te verkopen. Het verkoopproces is dan ook ondergeschikt aan het terughoudende wapenexportbeleid”, aldus Van Amelsvoort.

Ondanks de commercieel ogende kleurenbrochure uit 1993 en het handzame overzicht 'Materieelprojecten 1996' geniet derhalve slechts een beperkt aantal belangstellenden het voorrecht uit deze catalogi bestellingen te mogen plaatsen. Op aanbiedingen van wapenhandelaren wordt niet gereageerd. De Nederlandse overheid doet, als het om wapentuig of onschuldiger materieel gaat, nog steeds bij voorkeur zaken met andere regeringen: government-to-government. Bij de verkoop geldt als bijzondere bepaling dat de goederen niet aan derden mogen worden doorgeleverd. Tot begin jaren negentig was in een enkel geval verkoop “aan of via een als betrouwbaar bekend staande particuliere onderneming” mogelijk. De ambtelijke commissie legt zo'n afwijkend voornemen dan voor aan de leiding van de meest betrokken ministeries. Sinds een jaar of drie is het beleid, als gevolg van de internationale ontwikkelingen op defensiegebied, verruimd. In de meerjaren-beleidsnota van Defensie, de Prioriteitennota die drie jaar geleden verscheen, werd daarom aagekondigd: “Gezien de mogelijke verzadiging van de wereldmarkt worden potentiële kopers, meer dan in het verleden, gericht benaderd. Dit gebeurt door tussenkomst van de Nederlandse ambassades en daar gestationeerde defensie-attaches die worden voorzien van gedetailleerde en actuele informatie over af te stoten defensiematerieel”. Ook de defensie-industrie in andere landen zou voortaan rechtstreeks worden benaderd. “De interdepartementale commissie verkoop defensiematerieel is er daarom toe overgegaan naast andere regeringen ook industrieën als koper van overtollig materieel te accepteren”, staat in de Prioriteitennota. Twee voorwaarden hierbij zijn dat de koper direct het land “van eindbestemming” kan aangeven en dat directe verkoop niet mogelijk lijkt.

De Tweede Kamer kan achteraf toetsen. Twee jaar na de verkoop worden de fracties - vertrouwelijk - ingelicht over de afloop van de transacties. Als de goederen zijn verkocht aan een land buiten de NAVO wordt de Kamer na een jaar geïnformeerd.

Het is weliswaar een meer gerichte benadering, maar bij deze bijzondere handel is nog geen sprake van intensieve commerciële activiteiten: geen vertegenwoordigers of verkoopleiders, en evenmin advertenties. De losbladige brochure uit 1993, begin dit jaar nog in beperkte mate aangevuld, is verzonden aan de Nederlandse ambassades, waar de defensie-attachés de aanbiedingen onder de aandacht van regeringsvertegenwoordigers ter plaatse kunnen brengen. Dit stuk is officieel niet openbaar. De defensiespecialisten van de Tweede-Kamerfracties beschikken over het eveneens losbladige overzicht Materieelprojecten 1996; dit boekwerk is wel openbaar. Wat wel gebeurt, zo legt een ingewijde uit, is dat marine of luchtmacht 'toevallig' op bezoek zijn in landen waar een wapenbeurs wordt gehouden. Potentiële kopers worden door deze “onopvallende” aanpak in de gelegengeid gesteld een mooi fregat of een keurig opgeknapte F16 te inspecteren.

Wat zijn de opbrengsten van deze bijzondere verkoop? In een toelichting op de defensiebegroting voor '96 staat dat in 1994 voor een bedrag van 277 miljoen gulden aan verkoopcontracten is gesloten. Daar komt nog een 'partij' van zeshonderd pantservoertuigen bij voor Egypte. De waarde van dit contract bedraagt 420 miljoen gulden. In 1994 werd 74 miljoen gulden overgemaakt op de bankrekening van Financiën, twee keer zoveel als in 1993. “Voor een belangrijk deel is dat toe te schrijven aan de tweede termijnbetaling voor S-fregatten door Griekenland”, aldus de toelichting. Met de verkoop van onroerend goed gaat het volgens Defensie ook voorspoedig. Vorig jaar werd voor 64 miljoen gulden verkocht, drie keer zoveel als in 1993. Onder meer de Chassee Kloosterkazerne in Breda en de Isabella-kazerne in Den Bosch werden van de hand gedaan. “De vooruitzichten voor 1995 en 1996 zijn gunstig”, zo staat in de toelichting.

Het laatste overzicht 'Materieelprojecten' bevat, naast koopjes als Landrovers voor vijfduizend gulden per stuk en meer dan 20.000 UZI-pistoolmitrailleurs à 500 gulden, niet minder dan 36 pagina's opmerkelijke aanbiedingen in de onroerend-goedsector. Voor 20 à 30 miljoen gulden mag de Kolonel Sixkazerne in Amsterdam weg. De Jan van Nassaukazerne in Harderwijk wordt volgend jaar te koop aangeboden voor een bedrag tussen de 2,5 en 5 miljoen gulden. Het beruchte 'Nieuwersluis' (de Koning Willem III-kazerne), waar menig dienstplichtige een straf heeft uitgezeten, wordt van de hand gedaan voor een bedrag van zeven miljoen.