Deeltijdarbeid

Nederland heeft de meeste deeltijdbanen in de Westerse wereld. Eén op de drie banen telt minder dan 32 uur per week, de grens tussen een volledige en een deeltijdbaan. Nederland loopt daarmee ruim voor op andere Westeuropese landen als Zweden (24,9 procent), het Verenigd Koninkrijk ( 23,8 procent) en Denemarken (22,5 procent). Door een ruime verdubbeling van het percentage deeltijdbanen is Nederland sinds 1977 (toen zo'n 15 procent) uitgegroeid tot koploper.

Nederland heeft deze koppositie in de wereld mede kunnen bereiken mede doordat de vakbonden in deeltijdbanen een middel zagen om de werkloosheid terug te dringen. Opvallend is het grote aantal vrouwen dat in Nederland een deeltijdbaan heeft. Van de 2,4 miljoen vrouwen die werken heeft zo'n 65 procent een parttime baan. Bij mannen is dit slechts 16 procent. Verwacht wordt dat het werken in deeltijd ook in Nederland verder zal stijgen omdat meer vrouwen zich op de arbeidsmarkt gaan begeven, maar ook mannen mèt een baan minder willen werken. “Over tien à vijftien jaar zal de norm deeltijd zijn en de uitzondering voltijd”, aldus minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.