De strijd om de kostbare bits

Volgens het oorspronkelijke plan zou Galileo alle metingen vrijwel direct naar de aarde kunnen zenden. Ruim vier jaar geleden werd echter duidelijk dat dit niet mogelijk zal zijn, omdat de hoofdantenne niet volledig was uitgevouwen en dit euvel ondanks ontelbare ingenieuze pogingen ook niet kon worden verholpen. Men zou zich het gehele project moeten behelpen met een veel kleinere, 'trager' werkende hulp-antenne. Dat is ook de reden dat Galileo de data van de atmosfeersonde eerst vasthoudt totdat hij in een baan om Jupiter is gekomen.

Op 10 december zullen technici van het Jet Propulsion Laboratory van de NASA in Pasadena de eerste data naar de aarde halen. De hoofdmoot kan pas in januari en februari worden overgezonden, omdat Jupiter in de loop van december (vanaf de aarde gezien) zo dicht bij de zon komt dat de radioverbinding te veel wordt verstoord. Pas na de Kerstdagen zal de communicatie weer een stuk beter zijn. Afgelopen februari werden ten behoeve van de nieuwe procedures nieuwe computerprogramma's naar Galileo gezonden en werd software die niet meer nodig was verwijderd. Het was voor het eerst dat de hoofdcomputer van een ruimtesonde in volle vlucht werd geherprogrammeerd.

In maart volgend jaar, als alle data van de atmosfeersonde binnen zijn, zal Galileo een tweede 'hersenoperatie' ondergaan. Dan worden er opnieuw computerprogramma's verwijderd en vervangen door programma's die onder andere voor datacompressie gaan zorgen. Pas dan kunnen de opnamen die vanavond van Io worden gemaakt naar de aarde worden gezonden en is Galileo klaar voor zijn onderzoek in het Jupiter-stelsel.

Ondanks de nieuwe software zal Galileo toch maar een fractie kunnen doen van wat ooit was gepland. Met veel pijn en moeite hebben systeem-analysten de zendsnelheid van Galileo weten op te krikken van 10 tot 160 bits per seconde, maar dat is nog ver verwijderd van de ruim 130.000 bits die met de hoofdantenne mogelijk was geweest. De astronomen zullen dus heel streng moeten zijn bij het selecteren van hun waarnemingsdoelen.

    • George Beekman