Betogers eisen actie VN ten bate van Oost-Timor

JAKARTA, 7 DEC. De vreedzame overval van de Russische en Nederlandse ambassades, vanochtend in Jakarta, is de vierde actie in zijn soort in minder dan twee maanden. Driemaal eerder dit najaar drongen Oosttimorezen buitenlandse diplomatieke missies binnen in de Indonesische hoofdstad. Die voor Indonesische begrippen riskante acties werden bekroond met een uitreisvisum voor de bezetters en een vrijgeleide van het Internationale Rode Kruis richting Portugal.

Minister van buitenlandse zaken Ali Alatas had vanmorgen nauwelijks vernomen over de bezetting van beide ambassades of hij liet de pers weten dat de actievoerders 'vrij zijn om het land te verlaten'. Hij zwaaide al met uitreispapieren voordat ook maar iemand erom had gevraagd.

De acties van vanmorgen wijken echter af van het inmiddels bekende patroon. In de eerste plaats worden de jonge Oosttimorezen geëscorteerd door Indonesische studenten. Het merendeel komt uit Java, maar er is ook een enkele actievoerder bij uit Irian Jaya, wat de acties een 'nationaal' karakter geeft.

Met leuzen als 'Bevrijd Indonesië en Oost-Timor' en 'Wij beiden bestrijden politieke wetten' onderstrepen de niet-Timorezen onder de bezetters dat de mensenrechten niet alleen in Oost-Timor worden geschonden. De acties hebben niet zozeer een humanitair - 'laat ons gaan' - maar een politiek en demonstratief oogmerk.

De betogers leggen de volledige verantwoordelijkheid voor een oplossing van de netelige kwestie Oost-Timor bij de Verenigde Naties. De volkerenorganisatie erkent tot op heden de inlijving van Oost-Timor bij Indonesië in 1976 niet als rechtsgeldig en beschouwt Portugal nog steeds als soevereine macht in deze voormalige kolonie van Lissabon. Oosttimorezen die niets willen weten van aansluiting bij Indonesië spreken gewoonlijk hun vertrouwen uit in Portugal. Het gemengde gezelschap in de Russische en Nederlandse ambassades in Jakarta denkt daar anders over. Zij lieten Russische diplomaten weten niets meer te verwachten van het moeizame bilaterale overleg tussen Portugal en Indonesië. Dat sleept zich, overigens onder auspiciën van de VN, al enkele jaren voort, zonder dat de politieke angel - de door Portugal bepleite raadpleging van de Oost-Timorezen - ook maar bij benadering is verwijderd. Met hun leus 'Referendum over Oost-Timor' vragen de actievoerders van de VN hiervoor zorg te dragen.

De keuze van de datum is louter demonstratief. Op 7 december viel het Indonesische leger Oost-Timor binnen, tien dagen nadat de Portugezen met stille trom waren vertrokken, de kolonie achterlatend in een staat van burgeroorlog. Veel Oosttimorezen beschouwen die datum als een 'dag der schande'. Portugal gaf zijn verantwoordelijkheid uit handen, Indonesië gebruikte geweld, beducht voor een tweede Cuba, ditmaal in de eigen archipel, en Westerse mogendheden als de Verenigde Staten en Australië gaven Jakarta het groene licht voor de inval in Oost-Timor.

    • Dirk Vlasblom