Beroemd Paleolithisch bot blijkt slechts 600 jaar oud

Het befaamde bot van Sherborne, dat zo'n 80 jaar geleden in een steengroeve bij het Engelse plaatsje Sherborne in Dorset werd gevonden en jarenlang gold als hèt paradepaardje van de kunst uit het Stenen Tijdperk , berust op bedrog (Nature, 30 november). Het gaat om een rib van een zoogdier, met daarin het hoofd en de voorbenen van een paard gegraveerd. Paleontologen van het Museum voor Natuurlijke Historie in Londen hebben met behulp van radiokoolstofdatering aangetoond, dat het bot naar verhouding nog piepjong is, hooguit 600 jaar oud. Erger nog is, dat het graveerwerk zelf van nog veel recenter datum moet zijn.

Micro-röntgenanalyse maakte duidelijk dat delen van het sponsachtige bot nog vol slib zaten, terwijl de groeven van de paardetekening juist helemaal schoon waren. Optische analyse wijst uit dat de graveerlijnen dezelfde grijswaarde-histogrammen bezitten als andere verse beschadigingen. Blijkbaar heeft de graveerder een al min of meer vergaan bot als object uitgekozen. Volgens de experts is dat ook te zien aan de wijze waarop de lijnen op het bot zijn aangebracht. Stenen werktuigen maken op een hard, vers bot een heel ander patroon, met scherpe hoeken en veel evenwijdige fijne strepen. Bij het paard van Sherborne daarentegen ziet men een korrelige, ruwe structuur, met veel breuklijntjes in het botmateriaal loodrecht op de tekenrichting.

De authenticiteit van het bot was al jarenlang een bron van discussie. Het feit dat de paardekop sterk deed denken aan Paleolithische afbeeldingen uit Creswel Crags, werd zowel als argument vòòr als tegen de echtheid van het bot gebruikt.