Angst Serviërs is authentiek, maar wordt ook misbruikt

De Bosnische Serviërs roeren de trom: hun leider Radovan Karadzic is tandenknarsend en met veel slagen om de arm akkoord gegaan met het vredesakkoord van Dayton. Maar het blijft onaanvaardbaar voor legerleider Ratko Mladic en voor de burgers van de vijf voorsteden van Sarajevo die na de ondertekening van het akkoord op 14 december onder gezag van de Bosnische regering komen te staan.

Elk van de drie Bosnische partijen voelt zich de verliezer van Dayton. De Kroaten rouwen luidruchtig om het verlies van Posavina in het noordoosten en de moslims betreuren de erkenning van de 'Servische Republiek', de legitimering van Mladic' leger, de ingebouwde zwakte van het centrale gezag en een territoriale verdeling die in wezen neerkomt op de beloning van de agressor. Een moslim-organisatie noemde 'Dayton' zelfs “de strop waaraan de Serviërs ons kunnen ophangen”.

Maar de Serviërs zijn de grootste verliezers, al een tijdje - eigenlijk al sinds deze zomer, toen hun volksgenoten in Kroatië de Kroatische Krajina uit werden geslagen. Opeens moesten de Bosnische Serviërs, die 160.000 vluchtelingen uit de Krajina op hun dak kregen, de VN om hulp smeken - de VN, wier blauwhelmen en waarnemers ze nog maar twee maanden eerder hadden gegijzeld en als levend schild tegen NAVO-aanvallen hadden vastgeketend. Tienduizenden Serviërs zijn sindsdien verdreven uit Noord- en West-Bosnië, uitgerekend uit gebieden die de Bosnische Serviërs nog waren toegewezen in het Vance-Owenplan, dat ze zelf tot drie keer toe als schandelijk en onvoldoende hadden afgewezen.

Het verzet van de Bosnische Serviërs geldt vooral de vereniging van Sarajevo onder Bosnisch gezag. Dat betekent dat ze hun leger moeten terugtrekken uit vijf voorsteden - Ilidza, Grbavica, Vogosca, Ilijas en Hadzici - van waaruit ze 'moslim-Sarajevo' al die jaren hebben beschoten. Erger nog: de inwoners van die vijf voorsteden lopen het risico het slachtoffer te worden van wraakacties van de jarenlang geterroriseerde moslims.

Rondom 'Servisch Sarajevo' is inmiddels een ware propaganda-campagne begonnen. Volgens de Bosnische Serviërs is in de voorsteden sprake van paniek. Mensen vluchten massaal, met medeneming al hun bezittingen, tot de opgegraven lichamen van hun doden toe. Vrouwen hebben met massazelfmoord gedreigd. Biljana Plavsic, Karadzic' plaatsvervangster, heeft voorgesteld elders een nieuw 'Servisch Sarajevo' op te bouwen, compleet met kerken en begraafplaatsen. De Serviërs bij Sarajevo willen een referendum houden over de in 'Dayton' vastgelegde toekomst van hun stadsdelen; de uitslag daarvan staat al evenzeer bij voorbaat vast als dat het geval was bij de eerdere referenda onder de Bosnische Serviërs over de diverse vredesplannen: die werden met 95 procent of meer van de hand gewezen. Niemand zal het referendum erkennen, maar de mate van het Servische verzet tegen het vredesverdrag zal duidelijk zijn.

Ook met getallen wordt geschermd: volgens de Bosnische Serviërs tellen de vijf voorsteden 150.000 inwoners. De VN houden het op 40.000 mensen. Die wonen overigens in wijken die voor de oorlog in meerderheid door moslims werden bewoond: van de inwoners van Ilidza was in 1991 41,7 procent moslim en 31,4 procent Serviër, in Hadzici waren die percentages respectievelijk 45 en 35,1. Sommige waarnemers verdenken de Bosnische Serviërs ervan in werkelijkheid minder bang te zijn voor wraakacties van de moslims dan voor moslims die straks de woningen komen opeisen waaruit ze tijdens de oorlog zijn verjaagd en die nu worden bewoond door Serviërs.

Frankrijk heeft een duit in het zakje gedaan door zich te identificeren met de Bosnische Serviërs. President Chirac heeft 'aanpassingen' van het vredesplan en extra garanties voor de Bosnische Serviërs geëist en de Franse VN-bevelhebber in de sector Sarajevo, generaal Jean-René Bachelet, ging nog verder: hij zei dat de Amerikanen het akkoord van Dayton hebben afgedwongen om de herverkiezing van president Clinton mogelijk te maken. De Bosnische Serviërs hebben, aldus de generaal, de keus tussen 'koffer en doodkist' als straks de moslims komen. Parijs riep de generaal terug - voorgoed zelfs - maar in essentie zei hij precies wat Chirac in diplomatieker bewoordingen had gezegd.

Er zijn diverse redenen waarom de Fransen zich lenen om plotseling als pleitbezorger - waar het Bachelet betreft zelfs als vurig pleitbezorger: hij is al 'de luidspreker van Karadzic' genoemd - voor de Bosnische Serviërs op te treden. Eén reden is zeker de bezorgdheid over de veiligheid van de Franse militairen die als onderdeel van de internationale vredesmacht IFOR in de sector Sarajevo komen te liggen en het risico lopen in nieuwe gevechten verwikkeld te raken. Een tweede reden is de Franse irritatie over het feit dat 'Dayton' een spectaculair Amerikaans succes is geworden. En de derde is de Franse hoop, de Bosnische Serviërs gunstig te stemmen: die houden waarschijnlijk nog steeds de twee Franse piloten vast die op 30 augustus - de tweede dag van de massale NAVO-actie Deliberate Force - bij Pale werden neergeschoten. En die piloten wil Frankrijk heel graag terug. Chirac heeft met zijn pleidooien inmiddels de Amerikanen en de Russen overtuigd.

De angst in de Servische voorsteden is zonder twijfel authentiek. Maar waarnemers vermoeden dat die angst ook wordt gemanipuleerd en hochgespielt. Karadzic, menen ze, misbruikt dit thema in een poging zijn eigen politieke leven te verlengen. De Bosnische Serviërs zijn intern diep verdeeld over 'Dayton'. De Serviërs in Banja Luka in Noord-Bosnië, de belangrijkste stad van de 'Servische Republiek', zijn warme voorstanders van het vredesakkoord en malen niet om de ongerustheid van de landgenoten bij Sarajevo. Die Serviërs uit Banja Luka vormen al een tijd een bedreiging van Karadzic' autoriteit binnen de 'Servische Republiek'. Een van hun leiders, Milorad Dodik, heeft 'Dayton' bestempeld als “het beste wat op dit moment de Serviërs kan overkomen”. In één adem door eiste Dodik verkiezingen omdat Karadzic naar zijn mening zijn legitimiteit heeft verspeeld.

Karadzic en Mladic spreken niet langer namens 'de' Bosnische Serviërs. Ze spreken al helemaal niet namens een andere grote groep van Bosnische Serviërs: diegenen die tijdens de oorlog in het door de Serviërs belegerde deel van Sarajevo zijn blijven wonen. Dat is geen quantité négligeable: het zijn er mogelijk zelfs evenveel als in de voorsteden Ilidza, Grbavica, Vogosca, Ilijas en Hadzici wonen. Zij zijn jarenlang door hun volksgenoten aan de andere kant van de bestandslijn geterroriseerd. En zij zijn - uiteraard - warme voorstanders van het vredesakkoord. Hun leider, Mirko Pejanovic, noemde 'Dayton' “een zege van democratie over geweld en verwoesting” - de verwoesting van Karadzic.

Als Ratko Mladic zijn dreigementen waarmaakt, laait binnenkort de oorlog bij Sarajevo weer op. Of dat kan worden vermeden hangt af van het vermogen van de Servische president, Slobodan Milosevic, om de dwarsliggende legerleider in het gareel van de vrede te krijgen, en van het vermogen van onderhandelaar Richard Holbrooke om de Bosnische regering alsnog tot aanvullende garanties voor de Serviërs van Sarajevo te brengen. De Bosnische premier Silajdzic heeft bij voorbaat elke concessie uitgesloten.