Wie getto's wil voorkomen, moet beginnen bij de volkshuisvesting

Het is nog niet zover, maar als er niets verandert ontstaan er wel degelijk getto's in de grote steden, voorspelde het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs. Die waarschuwing is terecht, menen Roos Vermeij en Jacques Monasch, maar de remedies van het SCP zijn doekjes voor het bloeden. Wat nodig is, is een herijking van de volkshuisvesting.

Het Sociaal en Culureel Planbureau (SCP) besteedde onlangs aandacht aan de hardnekkige segregatie van een grotendeels kansarme allochtone bevolking. In de grote steden en aan de randen van stedelijke gebieden zijn zogenoemde concentratiewijken te vinden, die echter nog niet aan te duiden zijn als getto's.

Als we hier niets aan doen gaat het mis, want alle risicofactoren zijn aanwezig, aldus het SCP. Hoewel de huisvesting en de fysieke kwaliteit van de leefomgeving er nog op een behoorlijk niveau liggen, is de werkloosheid onder de allochtone bevolking extreem hoog, is het niveau van de basisscholen laag, is er een verhoogde kans om slachtoffer van criminaliteit te worden en is de openbare ruimte vaak verloederd. Oorzaak van de segregatie is vooral het volkshuisvestingsbeleid, aldus het SCP. Hieraan valt echter weinig te doen; spreiding werkt niet, concluderen ook de opstellers.

Oplossingen voor de problemen moeten eerder worden gezocht in de bestrijding van de sociale gevolgen: meer werk, beter onderwijs en een 'anti-verloederingsbeleid', dat wil zeggen meer politie op straat en verbetering van het wijkbeheer. Een sociale-vernieuwingsvariant dus.

Een soortgelijk pleidooi, maar vanuit een andere invalshoek, opperde ook Flip de Kam (NRC Handelsblad, 29 november). Zijn betoog was gericht tegen de voorstellen van staatssecretaris Tommel (VROM) die geld wil uittrekken om duurdere huizen te bouwen in de 'oude' wijken. Onzin, aldus De Kam, mensen laten zich niet spreiden, er zijn genoeg goedkope huurwoningen, dus dat geld is pure verspilling. Vervolgens zet hij een lofzang in op de huurstijgingen van de afgelopen jaren en gaat voorbij aan de ongelijke verdeling van huurwoningen binnen gemeenten en tusen gemeenten onderling.

De Kam en het SCP veronachtzamen het instrument van de volkshuisvesting. Is de oorzaak van het probleem - het volkshuisvestingsbeleid, aldus het SCP - ook niet onontbeerlijk voor de oplossing? En is De Kam niet het zicht kwijtgeraakt op wat er werkelijk in de volkshuisvesting aan de hand is?

De steden staan in Nederland aan de vooravond van grote maatschappelijke veranderingen. In de vier grote steden zal in 2010 45 procent van de inwoners 'allochtoon' zijn. Een overgrote meerderheid van de jeugd zal dan ook van allochtone afkomst zijn. Maar naast pluriformiteit in etnische achtergrond, nemen verschillen in bestaans- en leefwijzen van mensen in de steden toe.

Een gemeenschap wordt kwetsbaar als er een 'cultuur van afhankelijkheid' overheerst; het werk in de buurt, zo al aanwezig, wordt verricht door mensen die elders wonen; een deel van de kinderen verlaat 's ochtends de buurt om elders in een 'betere' buurt op een andere, dikwijls witte, school onderwijs te genieten; de meeste bewoners zijn afhankelijk van een uitkering. Deze negatieve ontwikkeling kan leiden tot een 'verbijzondering van de samenleving'. Wie zich kan onttrekken aan sociale problemen vertrekt of zorgt zelf voor veiligheid en goed onderwijs.

Veel van de maatschappelijke ontwikkelingen en problemen verlopen inderdaad langs etnische scheidslijnen. Gelet op de oneerlijke verdeling van welvaart en kansen tussen allochtonen en autochtonen zal de neerwaartse spiraal binnn wijken eerder versterkt worden. De problemen waar wijken mee worden geconfronteerd, nemen eerder toe dan af, het perspectief dat men zich zonder sterke verandering in de bevolkingssamenstelling bij de eigen haren uit het moeras weet te trekken, is minimaal.

Zonder een adequaat volkshuisvestingsbeleid kan deze neerwaartse spiraal niet worden doorbroken. Het idee van emancipatie via arbeid, onderwijs en een leefbare buurt is niet langer voldoende. Want laten we niet vergeten dat naast het succesvolle stadsvernieuwingsbeleid in de jaren tachtig, het achterstandsgebiedenbeleid - de voorloper van de sociale vernieuwing - werd gevoerd met dezelfde ingrediënten die het SCP voorstelt. En dat heeft niet voldoende verbeteringen opgeleverd.

Nieuwe voorstellen moeten gericht zijn op het terugbrengen van een eigen dynamiek van wijken door variatie in leefstijlen, inkomens, functies en culturen te stimuleren. Zonder een evenwichtige bevolkingssamenstelling zal de voortgaande depreviatie van een groot aantal wijken niet worden doorbroken. Alle mooie plannen ten spijt. Er zijn geen internationale voorbeelden die het tegendeel bewijzen. In het beste geval is het beleid een probleem-remmend medicijn geweest.

Wij kiezen daarentegen de weg van het ruimtelijk- en volkshuisvestingsbeleid, dat zich richt op de samenstelling van het type woningen in wijken en het mengen van functies om de mogelijkheden van een buurt te versterken. De aanwezigheid van buurtgenoten met succes toont de kansen, nieuwe (kleine) bedrijven laten de mogelijkheden zien, goede scholen geven mensen toekomst. Die perspectieven kunnen een sociaal en economisch perpetuum mobile in de buurt teweegbrengen.

In de nieuwbouw zal de sociale sector een evenredig aandeel moeten behouden of terugkrijgen. Op veel nieuwbouwlocaties is sociale woningbouw onmogelijk geworden. Daarmee worden bepaalde gebieden afgesloten voor lage inkomensgroepen. Indien dit onder druk komt te staan, moeten objectsubsidies weer ingezet kunnen worden evenals het aanwenden van de financiële reserves van de woningbouwcorporaties.

Er is, aan de andere kant, een groter wordende groep van mensen met een ruimere beurs die in de stad wil wonen. Het is uiteraard in het belang van deze mensen èn de veerkracht van de stad om daarvoor ruimte te bieden. Om die reden moet worden overgegaan tot het uitbreiden van het aantal vrije-sector koopwoningen in de woningvoorraad van de steden. Daar waar in de steden sprake is van sloop-nieuwbouw of de invulling van open plekken zullen meer woningen in de vrije sector moeten worden gebouwd. Particuliere huurwoningen kunnen worden omgezet in koopwoningen. Deze omzetting kan plaatsvinden na verhuizing, door het aanbieden van koopcontracten aan de zittende bewoners of na 'hoog-niveau renovaties' en het verruimen van de mogelijkheden om woningen samen te voegen.

Veel van deze maatregelen kunnen op korte termijn al effect sorteren. Een deel van de verpaupering in de steden werd voorkomen door de inzet in de stadsvernieuwing. In 1997 wordt het stadsvernieuwingsfonds geëvalueerd. Stadsvernieuwing is onmisbaar voor renovaties en het realiseren van nieuwbouw in de oude wijken. Daarnaast genereren de ingezette stadsvernieuwingsgelden een veelvoud aan andere investeringen. Wegens de nauwe relatie met het stedenbeleid van het kabinet stellen wij voor om dit fonds niet af te bouwen en vanaf 1997 te integreren in één Stedenfonds. Als ook de middelen uit het sociale vernieuwingsfonds overgeheveld worden naar het Stedenfonds biedt dit fonds het financiële kader voor het grote-stedenbeleid van dit kabinet.

Tot slot. Een eenzijdige samenstelling van de buurt is bevorderlijk voor maatschappelijke rust en de volksgezondheid, aldus De Kam. Zeker is dat in de welgestelde buurten het geval. Maar in de 'armoedewijken' is de volksgezondheid veel slechter dan elders, is de kans slachtoffer van een misdrijf te worden vele malen groter dan in de betere buurten. En het zijn juist de bewoners van de armoedewijken die het meest hebben te lijden van de door de Kam bejubelde scherpe stijgingen van de huren. Het is deze huurstijging die de oorzaak is van toenemende armoede, mensen verder in de armoedeval drukt en segregatie in de hand werkt.

Het SCP en De Kam houden ons teveel oud beleid voor, terwijl er behoefte is aan een nieuwe visie. In die visie zal naast een sociale aanpak voor onderwijs en leefbaarheid altijd een gericht volkshuisvestingsbeleid samen moeten gaan. Anders is het dweilen met de kraan open.

    • Roos Vermeij
    • Jcques Monasch