VNO: ontslagrecht versoepelen

DEN HAAG, 6 DEC. De overheid moet zich veel minder met het ontslag van werknemers bemoeien en alleen nog basisnormen stellen. Dit schrijft de Vereniging VNO-NCW in de vandaag gepubliceerde nota Arbeidsverhoudingen en arbeidsrecht.

Volgens de werkgeversvereniging kunnen werkgevers en werknemers zelf afspraken maken over opzegtermijnen, proeftijden en andere arbeidsvoorwaarden die met het ontslag te maken hebben. De Nederlandse arbeidsmarkt is volgens de werkgevers “nog steeds onvoldoende dynamisch”. Het gaat er volgens voorzitter A. Rinnooy Kan in een toelichting “vooral om dat het personeelsbestand zo nauwkeurig mogelijk kan worden afgestemd op de eisen van een bepaald moment”. De werkgevers willen geen model van hire and fire, zoals dat in de Verenigde Staten voorkomt. “Het is evenmin onze visie dat er straks nog slechts losse arbeidsrelaties en tijdelijke contracten zullen zijn”, aldus Rinnooy Kan vanochtend. “Maar het gaat erom dat het meeste rondom ontslag door partijen bij de arbeidsovereenkomst en in de CAO zelf kan worden geregeld”. Naarmate werkgevers makkelijker van hun overtollig personeel afkunnen, zullen ze ook sneller weer mensen aannemen, zo menen de werkgevers.

Het kabinet heeft besloten de preventieve ontslagtoets te handhaven. Daarbij toetst de directeur van het arbeidsbureau van tevoren de redelijkheid van een ontslag. Daarvoor krijgt hij richtlijnen van het ministerie. De werkgevers willen een aantal van deze regelingen aanpassen of afschaffen. Het gaat daarbij onder andere om de richtlijn dat de laatst binnengekomen het eerst weer moet worden ontslagen. De Vereniging VNO-NCW vindt dat er “meer ruimte moet zijn om te beoordelen wie ontslagen moet worden”. Daarbij moeten ook de kwaliteit en het functioneren van de betrokkenen een rol kunnen spelen.

Veel ondernemingen gaan nu meteen naar de kantonrechter om tijdrovende procedures (ontslagtoets, opzegtermijnen, ontslagverboden) te vermijden. Deze mogelijkheid moet blijven bestaan, vindt de Vereniging VNO-NCW. Verder willen de werkgevers een proeftijd van maximaal een half jaar en “volledige vrijheid om werknemers voor bepaalde tijd te contracteren”. Ook meerdere contracten voor bepaalde tijd achter elkaar moeten mogelijk zijn.